Als je door ziekte niet of nauwelijks in staat bent om te studeren, loop je studievertraging op. Voor je studie is het belangrijk dat je in de gaten houdt hoe lang je uit de roulatie bent.

Onder ziekte worden zowel fysieke als psychische aandoeningen verstaan. Denk bijvoorbeeld aan een operatieve ingreep of de ziekte van Pfeiffer. Maar ook psychische problemen vallen hieronder.

Wat kun je verwachten aan advies, begeleiding en (financiële) ondersteuning?

Eerste aanspreekpunt

Als je verwacht dat je door ziekte een maand of langer niet kunt studeren, neem dan zo snel mogelijk contact op met de studieadviseur van je opleiding. Met je studieadviseur overleg je hoe je de studievertraging zo beperkt mogelijk kunt houden.

Advies en faciliteiten

Een aantal mogelijkheden zijn:

  • Aanpassing van je studieprogramma;
  • Speciale faciliteiten (bijvoorbeeld extra begeleiding);
  • Doorverwijzing naar een studentendecaan of een studentenpsycholoog. Je kan ook zonder doorverwijzing een afspraak maken met een van deze begeleiders. Maak zelf een afspraak.
  • Tijdelijk uitschrijven.

Geldzaken

In het geval van ziekte kom je mogelijk in aanmerking voor afstudeersteun van de Universiteit Utrecht. Voor de periode dat de ziekte speelt, kan je afstudeersteun krijgen, mits je in die periode ook vertraging oploopt en je studiefinanciering in de vorm van een beurs ontvangt. Je hebt een meldingsplicht bij de studieadviseur als de vertraging langer dan vijf maanden gaat duren.

Lees meer over de financiële regelingen van de Universiteit Utrecht.

Verlenging diplomatermijn

Haal je als gevolg van je ziekte geen einddiploma binnen tien jaar? Mogelijk kom je in aanmerking voor verlenging van de diplomatermijn. Neem contact op met een studentendecaan.