Studenten van de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs worden opgeleid tot bachelors met een onderzoekende en lerende attitude en vaardigheid, die kunnen nadenken over de grondslagen van het vak, in staat zijn te reflecteren op het eigen professionele handelen en oog hebben voor ethische en normatieve vragen.

Tijdens de opleiding leert de student zowel theoretisch als praktisch relevante vraagstukken te onderkennen, te formuleren en op te lossen. Dit gebeurt door het toepassen en combineren van bestaande kennis, en door nieuwe kennis te ontwikkelen door middel van wetenschappelijk onderzoek.

De creatieve en kritische omgang met kennis, begrippen en methoden staat centraal. Vandaar dat academische vaardigheden een belangrijk onderdeel van de opleiding vormen.

In opleidingen voor beroepen waarin interactie met volwassenen of kinderen een grote rol speelt, is leren reflecteren een noodzakelijk element. Dat is nodig omdat het gaat om complexe beroepen waarin de student alleen geleidelijk kan groeien en waarin de student als persoon zelf het voornaamste instrument is. Reflecteren is een onmisbaar middel om te leren en jezelf als (aankomend) beroepsbeoefenaar verder te ontwikkelen.

De student leert gedurende de opleiding vanuit verschillende perspectieven te reflecteren op verschillende vormen van kennis, op zichzelf (eigen handelen, ervaringen, ontwikkeling) en op de praktijk. In een aantal cursussen komt reflecteren expliciet aan de orde, in de vorm van theorieën over reflecteren en/of oefenen met reflecteren.

Ook in de specifieke context van de schoolpraktijk, waarin de student een of meer dagen per week werkt en leert, kan de student oefenen met reflecteren.

Toetsing en beoordeling dienen om na te gaan in hoeverre de leerdoelen van de afzonderlijke cursussen en de eindtermen van de opleiding als geheel worden bereikt. Dit is van belang voor studenten, docenten, opleidingsmanagement en afnemend beroepenveld. De opleiding ziet de toetsing en beoordeling als integraal onderdeel van het totale onderwijsleerproces.

De vorm en inhoud van de toetsing hebben vaak veel invloed op de manier waarop studenten studeren en leren. Studenten behoren vooraf voldoende inzicht te verkrijgen in wat bij de toetsing wordt verwacht.

De opleiding hanteert een diversiteit aan toetsvormen, deels vanwege de verschillende soorten leerdoelen die om verschillende toetsvormen vragen, deels om in te spelen op verschillen tussen studenten zodat zij gelijke kansen krijgen om te laten zien wat ze weten en kunnen, en tenslotte ook als voorbeeld voor de gevarieerde toetspraktijk die de studenten in hun eigen onderwijspraktijk kunnen gaan realiseren.

Om de student zo goed mogelijk te ondersteunen in zijn professionele academische ontwikkeling in en rond de praktijk en de studievoortgang worden zij gedurende de gehele opleiding begeleid door studieloopbaanbegeleiders.  Deze studieloopbaanbegeleiders zijn docenten binnen de ALPO.

Gedurende het studiejaar vindt een aantal bijeenkomsten plaats. In alle bijeenkomsten staat het beroepsprofiel van de ALPO-student, waarin de kern- en deeltaken worden beschreven, centraal. In de bijeenkomsten wordt de student ondersteund bij de ontwikkeling in de verschillende rollen van de academisch gevormde leerkracht (ontwerpen van, onderzoeken van, adviseren over en uitvoeren van onderwijs) en de kern- en deeltaken van het beroepsprofiel. 

Zo wordt de student begeleid in het koppelen van theorie, praktijk en persoon. Hierbij speelt diepgaande, kritische, systematische reflectie een belangrijke rol, omdat deze academische reflectie de student steeds beter in staat stelt zijn eigen ontwikkeling te monitoren en te sturen.