De Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs is samengesteld uit twee opleidingen; de Bachelor Onderwijswetenschappen en de Lerarenopleiding Basisonderwijs.

Omdat je met deze studie twee opleidingen geïntegreerd doorloopt, wordt de profileringsruimte in de ene opleiding opgevuld met onderdelen van de andere opleiding. Daarnaast loop je al vanaf het begin van je studie stage in het primair onderwijs. Op deze manier voldoe je na vier jaar aan de eisen voor een bachelordiploma Onderwijswetenschappen en ben je tevens bevoegd als leraar primair onderwijs.

Theorie en praktijk

Binnen de hele opleiding wordt voortdurend gestreefd naar een optimale wisselwerking tussen theorie, praktijk en reflectie. Omdat het curriculum van de ALPO gekenmerkt wordt door integratie van theorie en praktijk is het niet mogelijk om het studieprogramma te spreiden, bijvoorbeeld alle cursussen van Onderwijswetenschappen in het eerste jaar en de overige cursussen het jaar erna. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan gekeken worden of er van deze regel afgeweken kan worden.

Het eerste jaar bestaat uit een breed inleidend jaar waarbij het veelzijdige leraarsvak centraal staat. Je komt bijvoorbeeld in aanraking met didactiek binnen vakken als taal- en rekenonderwijs, je verdiept je in kennis over de ontwikkeling van kinderen, je doet onderzoek en je ontwikkelt lesmateriaal.

Daarnaast loop je vanaf het begin stage in verschillende groepen van de basisschool om je te oriënteren op de beroepspraktijk van leraar primair onderwijs.

Ook oefen je met academische en sociaal-communicatieve vaardigheden: analytisch en systematisch denken, eigen ideeën ontwikkelen, teksten schrijven, presenteren en in teamverband werken.

In het tweede jaar volg je verdiepende cursussen op het gebied van leerprocessen, didactiek en ontwikkeling van lesmateriaal.

Daarnaast komt de school in de maatschappij centraal te staan. Er wordt ingegaan op de geschiedenis van onderwijs en opvoeding en de maatschappelijke processen en problemen waarmee een school te maken heeft. Je bekwaamt je verder in het doen van onderzoek en je zult daarnaast veel bezig zijn met het opdoen van ervaringen in de praktijk. De oriëntatie op pedagogisch, didactisch en vakspecifiek handelingsrepertoire is jouw focus.

In het derde jaar staan de verschillen tussen kinderen centraal. Je verdiept je verder in de sociaal-cognitieve ontwikkeling van het kind en krijgt onderwijs over eventuele beperkingen, leer-, gedrags- of sociaal-emotionele problemen bij kinderen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan reflectie en onderzoek op gevorderd niveau.

Tijdens de stage onderzoek je met behulp van de opgedane kennis en onderzoeksvaardigheden specifieke, orthopedagogische ontwikkelingsvragen bij kinderen in de praktijk. Een stage in het speciaal (basis)onderwijs behoort tot de mogelijkheden.

In het vierde jaar staat de school als organisatie in ontwikkeling centraal.

Je volgt cursussen op gevorderd niveau en besteedt daarnaast tijd aan de bachelorthesis. Je voert een wetenschappelijk onderzoek uit over een voor de stageschool relevant onderwerp waarbij je de theorie uit de voorgaande jaren toepast, en je rapporteert daarover in de vorm van een wetenschappelijk artikel.

Een ander groot deel van het jaar besteed je aan de afstudeerstage op een basisschool waarin je alle taken van een leerkracht uitvoert. Deze stage sluit je af wanneer de stageschool en de opleiding je bekwaam achten om als professional om te gaan met kinderen, de school en de omgeving.