Binnen het curriculum van je opleiding ontwikkel je bepaalde vaardigheden. Hier vind je een beknopt overzicht van deze competenties. Mocht je meer willen weten dan raden we je aan om te kijken naar de leerdoelen van de vakken die je hebt gevolgd. 

Na het afronden van je opleiding:
 

  • beschik je aantoonbaar over vakinhoudelijke en (vak)didactische kennis, inzichten en ervaringen op het terrein van een van de schoolvakken, die het bachelorniveau overtreffen dan wel verdiepen; maak je daar in de onderwijspraktijk kritisch gebruik van, en doe je dat - al dan niet in onderzoeksverband - op een onderzoeksmatige manier, zodat je bijdraagt aan het creëren van nieuwe kennis over schoolvak- en onderwijsontwikkeling.
  • beschik je aantoonbaar over een adequate theoretische kennis op het gebied van communicatie, pedagogiek en onderwijskunde om op wetenschappelijk verantwoorde wijze bij te kunnen dragen aan het definiëren, analyseren en oplossen van problemen in het voortgezet onderwijs.
  • ben je in staat om kennis, inzichten en probleemoplossende vermogens ook toe te passen in nieuwe of onbekende omstandigheden en bredere contexten, om nieuwe kennis te integreren en om met complexe materie en processen om te gaan.
  • ben je in staat om oordelen te formuleren, ook op grond van onvolledige of beperkte informatie; om op basis van die oordelen te handelen en om daarbij rekening te houden met sociaal maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheden die horen bij het vak en het beroep.
  • ben je in staat om kennis, motieven, overwegingen en daarop gebaseerde conclusies duidelijk en ondubbelzinnig over te brengen op diverse doelgroepen (leerlingen, collega’s, ouders/verzorgers, specialisten/leken, binnen/buiten school).
  • beschik je over vaardigheden die je in staat stellen een vervolgstudie aan te gaan met een grotendeels zelfgestuurd of autonoom karakter.