Let op: per 1 september worden nieuwe richtlijnen voor de masterscriptie van kracht. Onderstaande richtlijnen geven een goed beeld van de werkwijze, er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend.

De scriptie geeft inzicht in de relatie tussen wetenschappelijk vakinhoudelijk onderzoek aan de ene kant, en de vakdidactiek en de praktijk van het kunstgeschiedenisonderwijs, de kunsteducatie of de publiekbemiddeling in musea en andere culturele instellingen aan de andere kant.

De scriptie wordt bij voorkeur verbonden aan: (1) het praktijkgerichte onderzoek dat tijdens het beroepsvoorbereidende deel wordt uitgevoerd (of aan een van de vakdidactische opdrachten); of (2) aan een cursus of de stage die binnen het vakinhoudelijke domein wordt uitgevoerd. Voorwaarde hierbij is dat deze cursus of stage specifiek is gericht op kunsteducatie, communicatie of publieksbemiddeling.

Zo kan de relatie tussen het onderzoek en de educatieve praktijk bijvoorbeeld worden uitgewerkt in de vorm van het ontwerpen (en het toetsen) van een concrete leeractiviteit, les, leerlijn of educatief programma voor het (voortgezet) onderwijs of een museum of ander cultureel instituut. Indien relevant, kunnen ook inzichten en gegevens vanuit andere culturele disciplines (zoals theater, filmwetenschap etc.) in het onderzoek worden betrokken. In alle gevallen geldt dat de relevantie van het onderzoek voor de educatieve praktijk wordt verantwoord. 

Scriptieonderwerpen

De scriptie Kunstgeschiedenis: educatie en communicatie heeft het brede gebied van de kunsteducatie in het voortgezet onderwijs of binnen een culturele instelling als uitgangspunt. Mogelijke onderwerpen zijn: het ontwikkelen van kunstonderwijs aan specifieke doelgroepen binnen het voorgezet onderwijs of een specifieke culturele instelling, het ontwerpen van educatieve programma's bij collectiepresentaties of het betrekken van jongeren ('peers') bij educatieve programma's bij tentoonstellingen van allerlei aard. Ook onderzoek naar de mogelijkheden om een museale presentatie of collectie in te zetten bij het ontwikkelen van rekenprogramma's of de verwerving van taalvaardigheden behoort tot de mogelijkheden. Ook onderwerpen die de publieksbemiddeling in ruimere zin betreffen (het afstemmen van de juiste informatie en communicatiemiddelen voor de juiste doelgroep) bieden veel mogelijkheden.

Indien van toepassing: de aard en inhoud van het onderzoek kan ook worden afgestemd in overleg met het culturele instituut waar de student zijn of haar vakinhoudelijke stage loopt.

Voorbeelden van scripties van de afgelopen jaren

"Blikopeners in het Stedelijk Museum. Een onderzoek naar peer education en de toekomst daarvan"

"Internet en Nieuwe Media. Ontwikkeling van educatief materiaal voor CKV"

"Kijken en Bereiken: educatie in theorie en praktijk bij het Zeeuws Museum en het Fries Museum".