Het cursusaanbod wordt verzorgd door de interfacultaire Graduate School of Teaching (penvoerder faculteit Sociale Wetenschappen). Hieronder vind je een overzicht van het cursusaanbod:

Pedagogiek 1

De kern van de pedagogische invalshoek op het functioneren van de docent vormt zijn of haar taak leerlingen tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen te brengen. De docent heeft in zijn pedagogische rol rekening te houden met de verschillende contexten die van invloed zijn op functioneren, groei en ontwikkeling van zijn of haar leerlingen. Dit zijn de docent, de klas, de leerlingen, de school en de samenleving.

In de cursus Pedagogiek 1 ligt de focus op de docent, de klas en de leerling en dan met name op het creëren van een veilig leerklimaat en het scheppen van voorwaarden voor individuele ontwikkeling.

Vakdidactiek 1

De cursus Vakdidactiek 1 biedt theoretische kennis en inzichten bij de ontwikkeling van de professionele vaardigheden voor het leraarsberoep. In colleges en werkgroepen maak je kennis met onderwijspsychologische en vakdidactische perspectieven op leren en onderwijzen. In de bijeenkomsten en in praktijkopdrachten worden theoretische inzichten en je eigen praktijkervaringen kritisch aan elkaar getoetst en benut om je eigen praktijk te analyseren en te verbeteren.

In Vakdidactiek 1 ligt de focus op de onmiddellijke onderwijssituatie en het ontwerpen en uitvoeren van een goed gestructureerde onderwijseenheid (les of korte lessenreeks). Onderwerpen die aan bod komen zijn: leerdoelen stellen, samenhangende vakspecifieke lessen uitwerken met passende werkvormen en de voortgang van leerlingen volgen, toetsen, analyseren en beoordelen.

Professional in praktijk 1a/1b

De praktijkuren die je tijdens de Educatieve Module maakt, zijn onderdeel van de cursussen Professional in Praktijk 1a en 1b (samen 20 EC). Zie voor de volledige informatie de betreffende pagina’s in de stagebrochure (pdf).

De verplichte praktijkuren die bij de cursussen Professional in Praktijk 1 en 2 horen kunnen via een stage of een baan worden voldaan. Vanuit de Graduate School of Teaching bestaat een lichte voorkeur voor de stagevariant, omdat je dan iets meer de ruimte hebt om te wennen aan het onderwijs en om verschillende strategieën uit te proberen. Bij de stagevariant verzorgt het stagebureau van de opleiding de stageschool.

Het is uiteraard ook mogelijk te kiezen voor de baanvariant. Het voordeel van de baanvariant is dat je een dienstverband met een school hebt of aangaat en dus een inkomen hebt. Ga je voor de baanvariant, dan dien je een geschikte baan te hebben als docent in je schoolvak, op een reguliere school voor voortgezet onderwijs. Het is je eigen verantwoordelijkheid een geschikte baan te hebben. Een andere mogelijkheid is dat je start in de stagevariant en ná je eerste stage (PiP1) overstapt naar de baanvariant.

Wanneer kun je de baanvariant van deze opleiding doen:

  • Je werkt in het voortgezet onderwijs op een reguliere school (dus niet speciaal voortgezet onderwijs of een particuliere school) met een minimale groepsgrootte van 20 studenten, als docent in het schoolvak waarin je een bevoegdheid wilt halen;.[KI(1] [HI(2] 
  • je verzorgt gedurende de hele opleiding ten minste 125[KI(3] [HI(4]  lesuren zelfstandig aan vaste klassen waarvan minimaal 60 in de bovenbouw havo/vwo;
  • je hebt een collega als begeleider en beoordelaar die daar tijd voor vrijmaakt en affiniteit heeft met begeleiden;
  • je bent beschikbaar op de momenten dat de lerarenopleiding onderwijs aanbiedt (indien nodig kun je je lesrooster aanpassen);
  • de eisen die aan een baan worden gesteld zijn een minimum van zes lesuren (50 minuten) per week, een maximale aanstelling van 0,5 fte voor de voltijd opleiding en 0,8 fte voor de deeltijdopleiding.

We hanteren een deadline voor de keuze van de student voor één van de varianten in verband met de werving van stageplaatsen. De exacte datum staat in de bijlage bij je beschikking, die je ontvangt na toelating van team mastertoelating.

Zodra je bent toegelaten en ingeschreven voor je praktijkcursus word je toegevoegd aan onze stageplaatsingstool. Hierin kun je je persoonlijke gegevens aanvullen en evt. voorkeuren doorgeven. In de stagetool hebben onze partnerscholen al hun beschikbare stageaanbod ingevoerd.

Vervolgens begint het stagebureau van de Graduate School of Teaching met het ‘matchen’ van studenten en beschikbare stageplekken op partnerscholen. Je wordt via de tool op de hoogte gehouden van de voortgang.

Het uitgangspunt is dat een student die tijdens de opleiding zowel de PiP1- als PiP2-stage moet lopen, PiP2 op een andere school doet dan PiP1. Behalve wanneer je geplaatst wordt op een zogenaamde convenantschool (SOOO), of binnen een scholengroep waarmee de GST in partnerschap studenten opleidt in speciale opleidingsgroepen op de scholen (MOS).

Word je op een SOOO-school geplaatst, dan doe je PiP1 en PiP2 op dezelfde stageschool. Word je op een van de (momenteel) drie MOS-scholen geplaatst, dan doe je PiP1 op de ene MOS-school en PiP2 op een van de andere drie. Schoolopleiders, stagebegeleiders en instituutsopleiders werken hierbij samen als een opleidingsteam dat zorgdraagt voor de ontwikkeling en begeleiding van de studenten.

Bij de matching tussen stageplaats en student houden we zo goed mogelijk rekening met:
 

  • je reisafstand;
  • je vervoersmogelijkheden (heb je een auto of OV-(student)abonnement tot je beschikking);
  • medische indicaties en/of persoonlijke omstandigheden (indien bekend);
  • je eventuele persoonlijke voorkeuren.

Doordat wij afhankelijk zijn van het aanbod van onze partnerscholen, kan het gebeuren dat vraag en aanbod niet (volledig) met elkaar te verenigen zijn.

Iedere stage of baan wordt vastgelegd in een begeleidingsovereenkomst. Daarin komen gegevens over de school en de schoolpracticumdocent, de student en de lerarenopleiding te staan. In de overeenkomst worden wederzijdse afspraken vastgelegd. De student is verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste gegevens, het laten ondertekenen en verspreiden van de contract (en) over de verschillende partijen gedurende de opleiding.
 

  • Stagebrochure (pdf)
  • Invoeren gegevens stagecontract
  • Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Wettelijk gezien kunnen werkgevers vragen om een VOG. Voor werknemers in het onderwijs is de VOG zelfs verplicht. Leraren in opleiding (lio's) die in dienst zijn van de school zullen dan ook verplicht een VOG aan moeten vragen. Voor stagiairs is een VOG niet verplicht, maar we begrijpen en ondersteunen de overweging van scholen om een VOG als voorwaarde te stellen voor een stageplaats.

Formulieren

Stagebeoordelingsformulieren vind je in de BlackBoard-omgeving van de cursus Professional in Praktijk 1a/b.

Contactpersonen

Voor al je vragen over je stage kun je terecht bij het stagebureau: stagebureau.gst@uu.nl.