Verzoek individuele toetsvoorziening voor bijzondere gevallen
De individuele toetsvoorziening bijzondere gevallen is een regeling op grond van artikel 5.8 van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en artikel 2.8 van het Reglement Examencommissie Bachelor, bedoeld voor studenten die in uitzonderlijke situaties een aangepaste toetsregeling nodig hebben.
Verzoek individuele toetsvoorziening bijzondere gevallen Bachelor Rechtsgeleerdheid
Het indienen van een verzoek voor een individuele voorziening voor bijzondere gevallen, op grond van artikel 5.8 van de Onderwijs- en Examenregeling (OER), is in de periode van 1 juli 2026 tot 1 september 2026 niet mogelijk. In verband met de afronding van het academisch jaar kunnen in deze periode geen verzoeken in behandeling worden genomen. Verzoeken die vóór 1 juli 2026 zijn ingediend, worden nog behandeld volgens de gebruikelijke procedure. Verzoeken om een individuele voorziening ter afronding van de opleiding (de zogenoemde ‘laatste vakvoorziening’, op grond van artikel 5.9 OER) kunnen wel worden ingediend.
Heb je te maken met mentale klachten, een chronische ziekte of het overlijden van een naaste, zoals een opa of oma? Daar is deze regeling niet voor bedoeld. In zulke gevallen kun je gebruikmaken van de reguliere voorzieningen binnen de opleiding Rechtsgeleerdheid, zoals het inhalen van een gemiste toets (na tijdige afmelding met geldige reden) of het maken van een reparatietoets bij een onvoldoende eindcijfer (hoger dan een 4).
Heb je nog één cursus nodig om je bachelor af te ronden? Dan kun je onder bepaalde voorwaarden mogelijk in aanmerking komen voor de zogeheten 'laatstevakvoorziening'.
Alleen als je aan alle voorwaarden voldoet zoals bedoeld in artikel 5.8 OER en 2.8 Reglement Examencommissie Bachelor, kun je een verzoek indienen bij de examencommissie. Lees daarom goed of je aan de voorwaarden voldoet voordat je een verzoek indient.