14 december 2018

Wat is wel waar?

Zes onwaarheden over de kwaliteitsafspraken

De overheid heeft per 1 september 2015 voor alle nieuwe studenten een leenstelsel ingevoerd. De basisbeurs is omgezet in een studievoorschot. Dit zorgt voor een kostenbesparing bij de overheid. Er komen hierdoor financiële middelen (studievoorschotmiddelen) vrij. Deze middelen ontvangen  hogescholen en universiteiten van de overheid en moeten zij investeren in een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De overheid, hogescholen, universiteiten en studentenorganisaties hebben hiervoor afspraken gemaakt, de zogenoemde kwaliteitsafspraken 2019-2024. Er doen nogal wat verhalen de ronde over de kwaliteitsafspraken en de besteding van de financiële middelen. Hieronder vind je zes onwaarheden en de daarbij horende waarheid.

1. De medezeggenschapsraden bepalen waar het geld aan wordt besteed.
De studievoorschotmiddelen worden toegekend aan het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht. Zij haalt vervolgens input op bij studenten én medewerkers over waaraan zij de extra financiële middelen gaat besteden. Dit gaat voornamelijk via de medezeggenschapsraden op universitair (universiteitsraad) en facultair niveau (faculteitsraden). Zij hebben instemmingsrecht op het plan voor de besteding van de studievoorschotmiddelen.

2. Faculteiten kunnen helemaal zelf bepalen waaraan ze het geld besteden.
De Universiteit Utrecht kiest ervoor om de studievoorschotmiddelen specifiek te investeren in het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De studievoorschotmiddelen worden over de faculteiten verdeeld. Er is een richtinggevend universitair kader opgesteld met aandachtspunten voor de uitvoering van de kwaliteitsafspraken binnen de faculteiten. Het is aan de faculteiten om te bepalen waaraan zij de studievoorschotmiddelen willen besteden, mits passend binnen het universitaire kader. Zo kunnen zij aansluiten bij specifieke wensen en behoeften van hun studenten en medewerkers.

De facultaire plannen moeten in ieder geval voldoen aan de volgende uitgangspunten:

  • Ze moeten voldoen aan het universitaire kader dat de UU heeft opgesteld.
  • Studenten moeten iets merken van de investeringen.
  • Faculteiten betrekken studenten (en medewerkers) bij het opstellen van de plannen. Ze mogen hierover meepraten.
  • De plannen hebben tot doel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en richten zich op:
    • intensiever en kleinschalig onderwijs;
    • professionalisering docenten;
    • begeleiding van studenten, inclusief toegankelijkheid en gelijke kansen.

De minister heeft daarnaast nog een aantal thema’s benoemd: onderwijsdifferentiatie, onderwijsfaciliteiten en studiesucces. Als een faculteit goede redenen heeft om in één van de UU-thema’s niet extra te investeren kan de faculteit dat beargumenteerd aangeven.

3. De universitaire gemeenschap wordt niet betrokken bij de kwaliteitsafspraken.
De medezeggenschapsraden op universitair en facultair niveau worden betrokken bij het maken van de plannen voor de besteding van de extra financiële middelen. Heb je hier ideeën over? Dan kun je deze kenbaar maken bij de medezeggenschapsraad van jouw faculteit/dienst of de universiteitsraad.

4. Faculteiten krijgen niet allemaal evenveel financiële middelen toebedeeld.
In het universitaire kader staat hoe de financiële middelen over de faculteiten worden verdeeld. De verdeling is naar rato van het aantal studenten dat het wettelijke collegegeld betaalt.

5. Studenten gaan helemaal niets merken van de investeringen.
Eén van de voorwaarden in het universitaire kader is dat studenten iets gaan merken van de investeringen. Faculteiten bepalen (binnen het universitaire kader) waaraan zij het extra geld besteden. Voorwaarde is dat zij dit aan één van de volgende thema’s doen:

  • intensiever en kleinschalig onderwijs;
  • professionalisering docenten;
  • begeleiding van studenten, inclusief toegankelijkheid en gelijke kansen.

Het bedrag per student per jaar blijft echter beperkt. Faculteiten moeten daarom inventief zijn om maatregelen te bedenken die impact hebben voor een grote groep studenten.

6. De UU krijgt jaarlijks een hele grote zak met geld om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs.
De middelen die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toekent lopen over de jaren 2019-2024 van circa 9 miljoen euro in 2019 tot circa 27 miljoen euro in 2024. Omgerekend naar student is dat ongeveer 300 euro in 2019 en 900 euro in 2024.

  Bedrag in € 
2019 9.048.053
2020 10.735.207
2021 18.229.221
2022 22.753.247
2023 24.024.223
2024 27.116.234

Meer informatie

Wil je meer weten over de kwaliteitsafspraken? Stuur dan een e-mail naar kwaliteitsafspraken@uu.nl