16 december 2020

Richtlijn masterstages en corona

In deze richtlijn staat wat de gevolgen zijn van het coronavirus voor je stage en waar je rekening mee moet houden. De volledige richtlijn vind je in het uitklapmenu onderaan deze pagina.

Uitgangspunten:

  • We gaan hier uit van de situatie van 2 november 2020. De richtlijn bevat 2 scenario’s. De op dat moment geldende landelijke coronamaatregelen zijn leidend voor de keuze van een scenario:
    1. Versoepeling van de maatregelen (scenario 1)
    2. Huidige maatregelen dan wel aanscherping van de maatregelen, o.a.: thuiswerken is de norm (scenario 2)
  • Op basis van de huidige landelijke maatregelen gaan we ervan uit dat de stages voorlopig veelal nog altijd op afstand moeten worden uitgevoerd. Mogelijk nemen de mogelijkheden om (deels) op locatie te werken, met inachtneming van landelijke corona-richtlijnen (hygiëne/afstand/openbaar vervoer), verderop in het academisch jaar weer toe.
  • Met het oog op de onzekerheid die er voorlopig nog zal zijn, dienen studenten er voorafgaand aan de stage voor te zorgen dat ze een plan B hebben ofwel een plan voor alternatieve invulling van de stageperiode voor het geval de oorspronkelijk beoogde invulling niet meer mogelijk is. Dit kan gebeuren als gevolg van verdere aanscherping van de landelijke coronamaatregelen of door veranderingen bij de stageorganisatie als gevolg van corona dan wel de coronamaatregelen. De kern van plan B is dat de stage anders ingevuld kan worden als de omstandigheden daartoe noodzaken, zodat de stage toch afgerond kan worden. Te denken valt aan (al dan niet een combinatie van) de volgende opties:
    • Op afstand meedraaien met de (eveneens op afstand werkende) stageorganisatie
    • Omschakeling naar deels dan wel volledig op afstand uitvoeren van de stageopdracht
    • Andere werkzaamheden bij dezelfde stageorganisatie
  • Dit schrijf je ook kort op in het stagewerkplan (minimaal opsomming van taken), in overleg met je stagedocent.
  • Uitgangspunten van zowel het plan B als een alternatieve invulling (bij verplichte stages aangeboden door de opleiding) moeten zijn dat het gaat om een invulling op academisch niveau en dat de zwaarte van het totaalpakket (dus inclusief het werk dat tijdens de stage al gedaan is) zich verhoudt tot het aantal EC dat voor de stage toegekend wordt. Wat betreft minimale gewerkte uren voor studiepunten: voor 7,5 EC dien je minimaal 210 uur tijd te investeren in je stage, voor 15 EC is dat minimaal 420 uur.
  • De vastgestelde eindtermen voor de masterstage (praktijkonderzoek en werkervaring) dienen, waar mogelijk, zoveel mogelijk gehandhaafd te worden bij zowel het plan B als bij de alternatieve invulling van dit onderdeel (dit geldt bij scenario 2 of wanneer er geen stage gevonden kan worden). Het meest recente toetsplan kan uitwijzen in hoeverre de eindtermen ook elders in het programma al gerealiseerd worden. In het geval er door plan B dan wel de alternatieve invulling van het programma sprake is van afwijking van de eindtermen die niet elders in het programma al gerealiseerd worden, is toestemming van de Examencommissie nodig.
  • Studenten moeten hun programma binnen de gestelde tijd (één, anderhalf of twee jaar) kunnen afronden.
  • We proberen niet alleen studievertraging te voorkomen, maar er ook voor te waken dat een grote extra inspanning van docenten en studenten wordt gevraagd. Uiteraard houden we daarbij oog voor behoud van de academische vereisten en het behalen van de eindtermen.
  • Stages in het buitenland zijn mogelijk in blok 2-4 van academisch jaar ’20-21, conform het beleid voor interpretatie reisadviezen voor buitenlandstages zoals overeengekomen op UU niveau op 8 oktober. Dit betekent concreet dat stages in het buitenland alléén doorgang mogen vinden bij een groen of geel reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij code oranje of rood mag, conform de richtlijnen die ook op de website staan, niet gereisd worden. Zie ook https://students.uu.nl/onderwijs/stage voor de meest actuele informatie over stage in het buitenland.
Volledige richtlijn masterstages en corona 2020-2021

Richtlijn Faculteit GW over aanvang en afronden masterstages in blok 2, 3 en 4, 2020-21, in antwoord op de bijzondere omstandigheden door het coronavirus

Deze richtlijn is van toepassing voor blok 2, 3 en 4 zolang er sprake is van landelijke maatregelen i.v.m. het coronavirus.

Uitgangspunten:

  • We gaan hier uit van de situatie van 2 november 2020. De richtlijn bevat 2 scenario’s:
    • Versoepeling van de maatregelen (scenario 1)
    • Huidige maatregelen dan wel aanscherping van de maatregelen, o.a.: thuiswerken is de norm (scenario 2)
  • De op dat moment geldende landelijke coronamaatregelen zijn leidend voor de keuze van een scenario.
  • Op basis van de huidige landelijke maatregelen gaan we ervan uit dat de stages voorlopig veelal nog altijd op afstand moeten worden uitgevoerd. Mogelijk nemen de mogelijkheden om (deels) op locatie te werken, met inachtneming van landelijke corona-richtlijnen (hygiëne/afstand/openbaar vervoer), verderop in het academisch jaar weer toe.
  • Met het oog op de onzekerheid die er voorlopig nog zal zijn dienen studenten er voorafgaand aan de stage voor te zorgen dat ze een plan B hebben ofwel een plan voor alternatieve invulling van de stageperiode voor het geval de oorspronkelijk beoogde invulling niet meer mogelijk is. Dit kan gebeuren als gevolg van verdere aanscherping van de landelijke coronamaatregelen of door veranderingen bij de stageorganisatie als gevolg van corona dan wel de coronamaatregelen. De kern van plan B is dat de stage anders ingevuld kan worden als de omstandigheden daartoe noodzaken, zodat de stage toch afgerond kan worden. Te denken valt aan (al dan niet een combinatie van) de volgende opties:
    • Op afstand meedraaien met de (eveneens op afstand werkende) stageorganisatie
    • Omschakeling naar deels dan wel volledig op afstand uitvoeren van de stageopdracht
    • Andere werkzaamheden bij dezelfde stageorganisatie
  • Dit plan staat ook kort omschreven in het stagewerkplan (minimaal opsomming van taken) en wordt in overleg met de stagedocent bepaald.
  • Uitgangspunten van zowel het plan B als een alternatieve invulling (bij verplichte stages aangeboden door de opleiding) moeten zijn dat het gaat om een invulling op academisch niveau en dat de zwaarte van het totaalpakket (dus inclusief het werk dat tijdens de stage al gedaan is) zich verhoudt tot het aantal EC dat voor de stage toegekend wordt (wat betreft minimale gewerkte uren voor studiepunten: voor 7,5 EC dien je minimaal 210 uur tijd te investeren in je stage, voor 15 EC is dat minimaal 420 uur).
  • De vastgestelde eindtermen voor de masterstage (praktijkonderzoek en werkervaring) dienen, waar mogelijk, zoveel mogelijk gehandhaafd te worden bij zowel het plan B als bij de alternatieve invulling van dit onderdeel (dit geldt bij scenario 2 of wanneer er geen stage gevonden kan worden). Het meest recente toetsplan kan uitwijzen in hoeverre de eindtermen ook elders in het programma al gerealiseerd worden. In het geval er door plan B dan wel de alternatieve invulling van het programma sprake is van afwijking van de eindtermen die niet elders in het programma al gerealiseerd worden, is toestemming van de Examencommissie nodig.
  • Studenten moeten hun programma binnen de gestelde tijd (één, anderhalf of twee jaar) kunnen afronden.
  • We proberen niet alleen studievertraging te voorkomen, maar er ook voor te waken dat een grote extra inspanning van docenten en studenten wordt gevraagd. Uiteraard houden we daarbij oog voor behoud van de academische vereisten en het behalen van de eindtermen.
  • Stages in het buitenland zijn mogelijk in blok 2-4 van academisch jaar ’20-21, conform het beleid voor interpretatie reisadviezen voor buitenlandstages zoals overeengekomen op UU niveau op 8 oktober. Dit betekent concreet dat stages in het buitenland alléén doorgang mogen vinden bij een groen of geel reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij code oranje of rood mag, conform de richtlijnen die ook op de website staan, niet gereisd worden. Zie ook https://students.uu.nl/onderwijs/stage voor de meest actuele informatie over stage in het buitenland.

Algemene richtlijn voor studenten:

  • De verschillende masters hebben verschillende contactpersonen voor de stage: dat kan de programmacoördinator (vaak ook aangeduid met ‘mastercoördinator’) zijn, of een stagecoördinator of een van de kerndocenten. In dit document duiden we deze persoon aan als ‘stagecoördinator’; raadpleeg de website van je master om te zien wie de contactpersoon van jouw master is.
  • Programmacoördinatoren ontwikkelen alternatieven voor stages waarmee de eindtermen zo goed mogelijk behaald kunnen worden voor de betreffende masters (in overeenstemming met deze richtlijnen). Als je al bericht van jouw programmacoördinator of de stagecoördinator van jouw master hebt ontvangen, volg dan die instructies.

Scenario 1 - Richtlijn voor studenten die (verplicht) stagelopen in blok 2-3-4 (om af te kunnen studeren) en al een stageplek hebben gevonden: 

  1. Er is een stageplek gevonden waaraan (deels) thuis en/of op locatie gewerkt kan worden, immer met inachtneming van landelijke coronarichtlijnen  (inclusief de regels die gelden voor het openbaar vervoer). Naast een plan A, is er ook een plan B voor het geval de landelijke coronamaatregelen worden aangescherpt. Plan B betekent dat de stageorganisatie en de student voor aanvang van de stage afspraken hebben gemaakt over (alternatieve) stagewerkzaamheden waar de student thuis aan kan werken. Zonder een realistisch plan B wordt plan A ook niet goed gekeurd door de opleiding.
  2. Betrek je stagedocent van de UU bij de totstandkoming van je plan B en neem dit met een korte omschrijving op in het stagewerkplan.
  3. Mocht je zelf ziek zijn en niet kunnen werken, meld dit dan bij je stagebegeleider in de organisatie, de stagedocent van de UU én bij de studieadviseur van de UU.
  4. Voor vragen en opmerkingen rondom de voortgang van je stage: neem in eerste instantie contact op met jouw stagedocent.

Scenario 2 - Richtlijn voor studenten die (verplicht) stagelopen in blok 2-3-4 (om af te kunnen studeren) en al een stageplek hebben gevonden:

  1. Indien de landelijke richtlijnen opnieuw aangescherpt worden en fysieke aanwezigheid op de stageplek daardoor niet meer mogelijk is, wordt overgegaan tot het uitvoeren van de afspraken die in plan B zijn vastgelegd. Overleg met je stagebegeleider op de werkplek welke werkzaamheden in het vervolg van je stage op afstand nog gedaan zullen worden. Het streven is om de stage zoveel mogelijk binnen de afgesproken periode af te ronden.
  2. Stel je stagedocent van de UU op de hoogte wanneer je plan B in werking treedt. Dit plan dient voor aanvang van de stage al door de stagedocent te zijn goedgekeurd, maar mogelijk moeten er nog concrete aanvullende afspraken worden gemaakt, afhankelijk van de werkzaamheden die op dat moment nog niet zijn uitgevoerd.
  3. Mocht je zelf ziek zijn en niet kunnen werken, meld dit dan bij je stagebegeleider in de organisatie, de stagedocent van de UU én bij de studieadviseur van de UU.
  4. Voor vragen en opmerkingen rondom de voortgang van je stage: neem in eerste instantie contact op met jouw stagedocent.

Scenario 1 en Scenario 2 - Richtlijn voor studenten die stage moeten lopen om af te kunnen studeren in blok 2-3-4 maar geen stage hebben kunnen vinden; en studenten waarvoor geen andere cursussen beschikbaar zijn in het programma:

  1. De stage wordt vervangen door een alternatieve invulling. De programmacoördinator en/of kerndocenten bieden hulp bij het vinden van een alternatief. De mogelijke invullingen worden per opleiding vastgesteld na goedkeuring door de onderwijsdirecteur en (waar nodig) de Examencommissie.
  2. Uitgangspunten voor deze alternatieve invulling zijn dat het moet gaan om een invulling op academisch niveau en dat de zwaarte van het totaalpakket (dus inclusief het werk dat tijdens de stage mogelijk al gedaan is) zich verhoudt tot het aantal EC dat voor de stage toegekend wordt (wat betreft minimale gewerkte uren voor studiepunten: voor 10 EC dien je minimaal 280 uur tijd te investeren in je stage, voor 15 EC is dat minimaal 420 uur en voor 30 EC komt dat dus neer op 840 uur).
  3. Voor vragen en opmerkingen rondom de alternatieve invulling van je stage: neem in eerste instantie contact op met jouw stagedocent. Indien je stagedocent niet bekend is, neem dan contact op met de stagecoördinator van jouw master.

Scenario 1 en Scenario 2 - Richtlijn voor studenten die in plaats van hun (niet verplichte) stage in blok 2-3-4 ervoor kiezen om een andere invulling te geven aan het curriculumonderdeel waarin de stage zou plaatsvinden:

  1. Schrijf je op tijd in voor andere cursussen.