7 november 2018

Heeft de universiteit geld genoeg?

Deze week is het begrotingsdebat over hoger onderwijs in de Tweede Kamer. In de aanloop daar naartoe heeft D66 vandaag de media opgezocht met de boodschap dat universiteiten geld genoeg hebben en het vooral moeten laten rollen. Twee vragen aan de financieel directeur Michel de Bekker

Klopt het dat de universiteit geld genoeg heeft dat zo uitgegeven kan worden? De UU had volgens D66 in 2017 een vrij besteedbare algemene reserve van 314 miljoen euro. Dat is volgens D66 vrij besteedbaar geld, zonder dat er verplichtingen tegenover staan.

“Dat klopt niet. Dat zou de medezeggenschap natuurlijk ook nooit of te nimmer accepteren. Het geld zit grotendeels vast in de waarde van onze gebouwen, dat hebben we niet zomaar op de plank liggen. Daarnaast hebben we afgelopen jaren fors gespaard voor verdere te verwachten grote investeringen in met name ICT en huisvesting. Die uitgaven zijn cruciaal om studenten en medewerkers de faciliteiten te bieden die ze nodig hebben om goed en veilig te kunnen studeren en werken, zoals moderne collegezalen, dataveiligheid en vervanging van oudere gebouwen zoals het Kruytgebouw.”

Universiteiten zeggen dat budgetten te krap zijn. Het ministerie zegt dat er jaar op jaar geld bij komt. Neemt het budget dat de universiteiten krijgen nu toe of af?

“Het bedrag per student neemt af. Dat blijkt ook uit een recente knelpuntenanalyse van de VSNU. Het komt doordat het aantal studenten sneller groeit, dan het budget dat universiteiten samen krijgen. Dan neemt het bedrag per student af. We behoren nog steeds tot de mondiale top. Maar door de opgetreden verschraling in de bekostiging is de werkdruk te hoog geworden en dat gaat ten koste van onze medewerkers en studenten. Dat moet veranderen. In Nederland wordt minder aan onderzoek en innovatie uitgegeven dan in bijvoorbeeld Duitsland. Dat is niet goed voor de toekomst van ons land. In 2014 stelde de Europese Unie zich voor 2020 tot doel om in Europa de investeringen in Research & Development (R&D) boven de 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) te krijgen. Hieronder vallen de investeringen in R&D van zowel het bedrijfsleven als de overheid. Nederland heeft zich destijds een lagere doelstelling gesteld: 2,5% van het BBP. De afgelopen jaren investeert Nederland consequent rond de 2% van het BBP in R&D en haalt dus bij lange na de doelstelling van 2,5% niet. Het gevolg hiervan is onder andere dat de onderzoekbudgetten voor de universiteiten al meerdere jaren niet groeien waardoor een disbalans is ontstaan met de onderwijsbekostiging en steeds minder vrij onderzoekgeld beschikbaar is omdat een steeds groter deel van het onderzoekgeld nodig is ter compensatie van niet kostendekkende gesubsidieerde onderzoekprojecten.“