6 juli 2021

Eerste stappen gezet op weg naar de campus van de toekomst

Afgelopen periode hebben we met een enquête en interviews de eerste input opgehaald voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de faculteit Bètawetenschappen. Dit plan moet ons richting geven voor de huisvestingsbehoeften voor de komende 10 tot 20 jaar, waarbij we anticiperen op verwachte trends en ontwikkelingen in de wereld van onderzoek, onderwijs en werk.

De belangrijkste inzichten tot nu toe:

  • Hoorcolleges zullen in de toekomst vooral bij grotere groepen digitaal gaan plaatsvinden. Bij werkcolleges is het juist noodzakelijk om fysiek bij elkaar te komen vanwege de benodigde interactie.
  • Het werk van medewerkers in het lab kent vaak geen vaste patronen of momenten, ondanks dat ze apparatuur moeten reserveren. Dit vraagt om nabijheid van werkplekken.
  • Labomgevingen worden hier en daar gedeeld tussen departementen, zelfs buiten de faculteit. Het merendeel geeft aan ook te kunnen werken volgens een ‘clean lab bench’ beleid.
  • Op de kantoorwerkplek heeft een groot deel van de respondenten een eigen bureau. Als werkplekken gedeeld worden dan zijn middelen om plaats onafhankelijk te kunnen werken, zoals een laptop, en de beschikbaarheid van de werkplekken een must.
  • De belangrijkste activiteiten van medewerkers zijn 1-op-1 overleg of overleg tot vijf personen, individueel geconcentreerd werken en videobellen. Deze activiteiten worden nu niet goed ondersteund op de campus.
  • De belangrijkste activiteiten voor studenten zijn onderwijs, ontspannen en individueel werken waarbij afleiding aanvaardbaar is. De respondenten vinden dat onderwijs en ontspannen enigszins tot goed worden ondersteund en individueel werken goed wordt ondersteund.
  • Sociale cohesie wordt door zowel medewerkers als studenten enorm gewaardeerd. Om meer multidisciplinair samen te werken, zijn plekken waar spontane ontmoetingen over departementen heen plaatsvinden cruciaal.
  • Meer dan de helft van de respondenten heeft thuis geen eigen ruimte om te kunnen werken. Mede daarom, en vanwege de aard van de activiteiten, zijn ze niet van plan om hoofdzakelijk vanuit huis te gaan werken. Individueel geconcentreerd werken waarbij afleiding niet aanvaardbaar is en (video)bellen doet het merendeel wel het liefst thuis. Dit wordt het minst goed ondersteund op de faculteit. Thuis missen ze vooral middelen om ergonomisch te kunnen (samen)werken, zoals een extra beeldscherm.
  • Er zijn piekmomenten in de kantooromgeving te verwachten op dinsdag en donderdag. Het merendeel wil ongeveer de helft van de tijd naar de faculteit komen. Dit varieert wel per departement en is ook afhankelijk van de functie van de persoon en de noodzaak om een lab te gebruiken.

De campus van de toekomst

Onder de deelnemers van de enquête hebben we vijf cadeaubonnen van de UU-shop verloot. We vroegen enkele winnaars wat de campus van de toekomst voor hen betekent.

Marcel Hobma, student: “Mijn campus van de toekomst is groen, en moet zowel medewerkers als studenten een plek bieden om gezond te werken, studeren en borrelen.”

Carmen Jansen, studieadviseur: “Campus van de toekomst? Een mix van offline en online (al dan niet vanuit huis) werken, waarbij ieder zelf bepaalt wat effectief voor hem of haar is. En dan is er tijd over voor zinvolle, inspirerende fysieke ontmoetingen in klein en groot verband.”

Milka Westbeek, administrateur: “Met het citaat ‘The future belongs to those who learn more skills and combine them in creative ways’ omschrijft de Amerikaanse auteur Robert Greene precies hoe ik de campus van de toekomst graag zou zien: een innovatieve plek waar iedereen zich optimaal kan ontwikkelen.”

Vervolgstappen

Eind augustus gaan we verder met het ophalen van input. Dan vinden er workshops plaats met de expertgroepen Facilitair, ICT, HR, Duurzaamheid en Veiligheid (aanbod). Ook houden we workshops met de werkgroepen van de onderwijs-, onderzoeks- en werkomgeving om een goed beeld te krijgen van hun dagelijkse activiteiten en wat ze daarvoor nodig hebben (vraag). Hierna gaan we de gezamenlijkheid in de behoeften en eisen van alle groepen gebruikers bepalen en de haalbaarheid daarvan vaststellen. Dit resulteert in een adviesrapport.

Eind oktober verwachten we je opnieuw een update over het IHP te kunnen geven. Heb je in de tussentijd vragen? Neem dan contact op met Ronald Oosting, afdelingshoofd Huisvesting & Arbo.