Je kunt de inhoud van je verdiepingspakket aanvullen met een leeslijst. De leeslijst wordt dan opgenomen in je profileringsruimte. Voor je aan een leeslijst kan beginnen, moet je 22,5 EC op niveau 2 behaald hebben. Je mag maar één keer een leeslijst in jouw programma opnemen. Dit wordt in Osiris geregistreerd onder Individuele opdracht BA Nederlands (NE3V14002). 

Procedure

Elke afdeling heeft een of meerdere leeslijsten. Neem voordat je begint contact op met de contactpersoon van de afdeling waar je een leeslijst wilt volgen. In overleg met je contactpersoon kies je voor een bepaalde invulling van de leeslijst en maak je afspraken over de toetsing. Bij iedere leeslijst horen enkele opdrachten die je voorafgaand aan de eindtoetsing moet inleveren. De contactpersoon zorgt dat je voor de cursus wordt ingeschreven in Osiris. 

Contactpersoon voor de leeslijsten is Martine Veldhuizen.

Inhoud

De toetsing bestaat uit twee onderdelen (die samen 1 eindcijfer opleveren):

  1. Een kort schriftelijk stuk (1 á 2 A4), bijvoorbeeld een onderzoeksopzet, een discussiestuk, of een aantal stellingen. Dit spreek je af in overleg met de docent. In dit korte stuk laat je zien wat volgens jou de belangrijkste aspecten van de bestudeerde stof zijn.
  2. Een mondeling tentamen, waarbij het genoemde schriftelijke stuk vaak het uitgangspunt zal zijn.

Leeslijsten

Wereldlijke lyriek tot circa 1400 (pdf)
Dieren in Middelnederlandse teksten (pdf)
Episodische Arturromans (pdf)
Het laatmiddeleeuwse lied (pdf)
Het Middeleeuwse wereldbeeld: Kosmologie en Astrologie (pdf)
Karelromans (pdf)
Lancelot traditie (pdf)
Middelnederlands toneel (pdf)
Middelnederlandse artesliteratuur (pdf)
Middelnederlandse mystieke literatuur (pdf)
Middelnederlandse Reynaert traditie (pdf)
Religieuze literatuur (pdf)

Instructies

  • Zorg dat je tijdig over de te lezen publicaties kunt beschikken. Denk daarbij ook aan de beschikbaarheid op de site van de DBNL.
  • Volg het studeeradvies op dat aan de leeslijst voorafgaat.
  • Lees niet lukraak, maar bestudeer bijvoorbeeld eerst de inleidingen tot een onderwerp/tekst, dan de primaire teksten en vervolgens de meer specialistische publicaties.
  • Lees met de pen: maak aantekeningen en samenvattingen terwijl je leest (zowel van primaire als van secundaire literatuur). Deze kunnen dienen als basis voor je kort schriftelijk stuk.
  • Lees kritisch: scheid hoofd- en bijzaken, zoek verbanden binnen de lijst, en let op terugkerende punten van discussie in de secundaire literatuur. Bestudeer de argumentaties voor de verschillende standpunten, probeer deze zelf onder woorden te brengen en vorm er zo mogelijk een oordeel over. Als je bepaalde materie erg ingewikkeld vindt of niet begrijpt, is het van belang dat te onderkennen en na te gaan waar het probleem zit.
  • Zorg dat je de grote lijnen van de gelezen primaire teksten kent, evenals de inhoud van episoden of passages waaraan in de secundaire literatuur veel aandacht wordt besteed.
  • Het valt aan te bevelen om -als die mogelijkheid zich voordoet- gezamenlijk een leeslijst te bestuderen. Zo kun je elkaar stimuleren en helpen bij het verwerken van de literatuur. Door samen over de stof te praten, oefen je alvast voor het tentamen.
  • Lever -als dat is afgesproken met de docent- uiterlijk een week voor de tentamendatum de leeslijst in, met correcte titelbeschrijvingen en een exacte opgave van wat je hebt gelezen, en het kort schriftelijk stuk.
  • Stel je het tentamen voor als een gesprek. Er is ruimte voor eigen inbreng en als zaken onduidelijk zijn gebleven, kun je dat ook naar voren brengen. De bedoeling is dat je blijk geeft van overzicht en inzicht, niet dat je alleen maar kennis kunt spuien.

Veel succes met de voorbereiding!

De contactpersoon voor deze leeslijsten is prof. dr. Els Stronks.

Inhoud

De toetsing bestaat uit twee onderdelen (die samen 1 eindcijfer opleveren): 

  1. Een kort schriftelijk stuk (1 á 2 A4), bijvoorbeeld een onderzoeksopzet, een discussiestuk, of een aantal stellingen. Dit spreek je af in overleg met de docent. In dit korte stuk laat je zien wat volgens jou de belangrijkste aspecten van de bestudeerde stof zijn.
  2. Een mondeling tentamen, waarbij het genoemde schriftelijke stuk vaak het uitgangspunt zal zijn.

Leeslijsten

Emblematiek (pdf)
Liefdeslyriek in internationaal perspectief (pdf)
Tragedie in de zeventiende en achttiende eeuw (pdf)
Kinder- en jeugdliteratuur (pdf)
Lied (pdf)
Religieuze literatuur in de zeventiende eeuw (pdf)
Hooft en Bredero (pdf)
Vondel (pdf)
Poetica en retorica (pdf)
Roman (pdf)
Schrijven voor vaderland en vrijheid (ca 1570-1800) (pdf)
Gender in de vroegmoderne Nederlandse literatuur (pdf)
Het literaire leven in de achttiende eeuw (pdf)
Reizen (pdf)
Luyken (pdf)
Humor (pdf)
Humanisme (pdf)
Leescultuur (pdf)
Digitaliseren van vroegmoderne teksten (pdf)

Instructies

  • Zorg dat je tijdig over de te lezen publicaties kunt beschikken. Denk daarbij ook aan de beschikbaarheid op de site van de DBNL.
  • Volg het studeeradvies op dat aan de leeslijst voorafgaat.
  • Lees niet lukraak, maar bestudeer bijvoorbeeld eerst de inleidingen tot een onderwerp/tekst, dan de primaire teksten en vervolgens de meer specialistische publicaties.
  • Lees met de pen: maak aantekeningen en samenvattingen terwijl je leest (zowel van primaire als van secundaire literatuur). Deze kunnen dienen als basis voor je kort schriftelijk stuk.
  • Lees kritisch: scheid hoofd- en bijzaken, zoek verbanden binnen de lijst, en let op terugkerende punten van discussie in de secundaire literatuur. Bestudeer de argumentaties voor de verschillende standpunten, probeer deze zelf onder woorden te brengen en vorm er zo mogelijk een oordeel over. Als je bepaalde materie erg ingewikkeld vindt of niet begrijpt, is het van belang dat te onderkennen en na te gaan waar het probleem zit.
  • Zorg dat je de grote lijnen van de gelezen primaire teksten kent, evenals de inhoud van episoden of passages waaraan in de secundaire literatuur veel aandacht wordt besteed.
  • Het valt aan te bevelen om -als die mogelijkheid zich voordoet- gezamenlijk een leeslijst te bestuderen. Zo kun je elkaar stimuleren en helpen bij het verwerken van de literatuur. Door samen over de stof te praten, oefen je alvast voor het tentamen.
  • Lever -als dat is afgesproken met de docent- uiterlijk een week voor de tentamendatum de leeslijst in, met correcte titelbeschrijvingen en een exacte opgave van wat je hebt gelezen, en het kort schriftelijk stuk.
  • Stel je het tentamen voor als een gesprek. Er is ruimte voor eigen inbreng en als zaken onduidelijk zijn gebleven, kun je dat ook naar voren brengen. De bedoeling is dat je blijk geeft van overzicht en inzicht, niet dat je alleen maar kennis kunt spuien.

Veel succes met de voorbereiding!

Contactpersoon voor de leeslijsten is Laurens Ham

Bij Moderne Letterkunde is de leeslijst géén verplicht onderdeel als aanloop naar een eindwerkstuk in deze richting. Als je interesse hebt in Moderne Letterkunde, volg dan zoveel mogelijk reguliere vakken in deze richting uit de verdiepingspakketten. Kies de Leeslijst alleen als er anders problemen ontstaan in je studieplanning. Als je meer wilt weten over de praktische en inhoudelijke mogelijkheden, neem dan contact op met Laurens Ham.

Inhoud

De toetsing bestaat uit twee onderdelen (die samen 1 eindcijfer opleveren):

  1. Een kort schriftelijk stuk (1 á 2 A4), bijvoorbeeld een onderzoeksopzet, een discussiestuk, of een aantal stellingen. Dit spreek je af in overleg met de docent. In dit korte stuk laat je zien wat volgens jou de belangrijkste aspecten van de bestudeerde stof zijn.
  2. Een mondeling tentamen, waarbij het genoemde schriftelijke stuk vaak het uitgangspunt zal zijn.

Instructies

  • Zorg dat je tijdig over de te lezen publicaties kunt beschikken. Denk daarbij ook aan de beschikbaarheid op de site van de DBNL.
  • Volg het studeeradvies op dat aan de leeslijst voorafgaat.
  • Lees niet lukraak, maar bestudeer bijvoorbeeld eerst de inleidingen tot een onderwerp/tekst, dan de primaire teksten en vervolgens de meer specialistische publicaties.
  • Lees met de pen: maak aantekeningen en samenvattingen terwijl je leest (zowel van primaire als van secundaire literatuur). Deze kunnen dienen als basis voor je kort schriftelijk stuk.
  • Lees kritisch: scheid hoofd- en bijzaken, zoek verbanden binnen de lijst, en let op terugkerende punten van discussie in de secundaire literatuur. Bestudeer de argumentaties voor de verschillende standpunten, probeer deze zelf onder woorden te brengen en vorm er zo mogelijk een oordeel over. Als je bepaalde materie erg ingewikkeld vindt of niet begrijpt, is het van belang dat te onderkennen en na te gaan waar het probleem zit.
  • Zorg dat je de grote lijnen van de gelezen primaire teksten kent, evenals de inhoud van episoden of passages waaraan in de secundaire literatuur veel aandacht wordt besteed.
  • Het valt aan te bevelen om -als die mogelijkheid zich voordoet- gezamenlijk een leeslijst te bestuderen. Zo kun je elkaar stimuleren en helpen bij het verwerken van de literatuur. Door samen over de stof te praten, oefen je alvast voor het tentamen.
  • Lever -als dat is afgesproken met de docent- uiterlijk een week voor de tentamendatum de leeslijst in, met correcte titelbeschrijvingen en een exacte opgave van wat je hebt gelezen, en het kort schriftelijk stuk.
  • Stel je het tentamen voor als een gesprek. Er is ruimte voor eigen inbreng en als zaken onduidelijk zijn gebleven, kun je dat ook naar voren brengen. De bedoeling is dat je blijk geeft van overzicht en inzicht, niet dat je alleen maar kennis kunt spuien.

Veel succes met de voorbereiding!

Contactpersoon voor de leeslijsten is Marjo van Koppen

Inhoud

Deze leeslijst is een aparte 'cursus' die ook apart moet worden afgesloten met een eindopdracht. Die luidt:
 

  • Lever van ieder gelezen hoofdstuk of artikel een samenvatting in (per e-mail). Je krijgt daar geen cijfer voor, er worden geen speciale eisen aan gesteld maar als er iets in staat wat niet klopt krijg je wel commentaar en het verzoek te verbeteren/aan te vullen.
  • Schrijf een essay van minimaal 3500 woorden. Per leeslijst wordt gespecificeerd waar het essay over moet gaan. Je cijfer wordt op de inhoud en vorm van het essay gebaseerd.

Leeslijsten

instructies

  • Zorg dat je tijdig over de te lezen publicaties kunt beschikken. Denk daarbij ook aan de beschikbaarheid op de site van de DBNL.
  • Volg het studeeradvies op dat aan de leeslijst voorafgaat.
  • Lees niet lukraak, maar bestudeer bijvoorbeeld eerst de inleidingen tot een onderwerp/tekst, dan de primaire teksten en vervolgens de meer specialistische publicaties.
  • Lees met de pen: maak aantekeningen en samenvattingen terwijl je leest (zowel van primaire als van secundaire literatuur). Deze kunnen dienen als basis voor je kort schriftelijk stuk.
  • Lees kritisch: scheid hoofd- en bijzaken, zoek verbanden binnen de lijst, en let op terugkerende punten van discussie in de secundaire literatuur. Bestudeer de argumentaties voor de verschillende standpunten, probeer deze zelf onder woorden te brengen en vorm er zo mogelijk een oordeel over. Als je bepaalde materie erg ingewikkeld vindt of niet begrijpt, is het van belang dat te onderkennen en na te gaan waar het probleem zit.
  • Zorg dat je de grote lijnen van de gelezen primaire teksten kent, evenals de inhoud van episoden of passages waaraan in de secundaire literatuur veel aandacht wordt besteed.
  • Het valt aan te bevelen om -als die mogelijkheid zich voordoet- gezamenlijk een leeslijst te bestuderen. Zo kun je elkaar stimuleren en helpen bij het verwerken van de literatuur. Door samen over de stof te praten, oefen je alvast voor het tentamen.
  • Lever -als dat is afgesproken met de docent- uiterlijk een week voor de tentamendatum de leeslijst in, met correcte titelbeschrijvingen en een exacte opgave van wat je hebt gelezen, en het kort schriftelijk stuk.
  • Stel je het tentamen voor als een gesprek. Er is ruimte voor eigen inbreng en als zaken onduidelijk zijn gebleven, kun je dat ook naar voren brengen. De bedoeling is dat je blijk geeft van overzicht en inzicht, niet dat je alleen maar kennis kunt spuien.

Veel succes met de voorbereiding!

Contactpersoon voor de leeslijsten is Jacqueline Evers-Vermeul

Bij Taalbeheersing is de leeslijst géén verplicht onderdeel als aanloop naar een eindwerkstuk in deze richting. Als je interesse hebt in Taalbeheersing, volg dan zoveel mogelijk reguliere vakken in deze richting en kies de Leeslijst alleen als er anders problemen ontstaan in je studieplanning.

Inhoud

Je gaat minstens 20 artikelen bestuderen uit de verzameling literatuur die te vinden is op de kennisbank begrijpelijke taal. Alle artikelen op deze site bespreken empirisch onderzoek naar effecten van allerlei tekstkenmerken op de begrijpelijkheid van teksten.

De Leeslijst Taalbeheersing is grotendeels een individueel traject. Je komt twee keer bij elkaar met de contactpersoon om eerste bevindingen uit te wisselen (eventueel met andere leeslijst-studenten), maar verder kun je de planning helemaal zelf invullen.

Stap 1. Kies een tekstkenmerk

Je bepaalt zelf welk tekstkenmerk je onder loep gaat nemen. Kijk bij de optie 'geavanceerd zoeken' rond wat er zoal is en of je daarmee aan voldoende literatuur kunt komen. Eventueel kun je meerdere tekstkenmerken bekijken (bv. lijdende vorm - 16 hits - en naamwoordstijl - 8 hits) of één deelaspect van een tekstkenmerk preciezer bekijken (bij 'kopjes' krijg je bv. 77 hits, dus dat is veel te veel). Geef je keuze per e-mail aan de contactpersoon door voor goedkeuring, inclusief een lijst van de artikelen die je hierbij wilt gaan bestuderen.

Als je net te weinig artikelen vindt, kun je vanuit relevante publicaties ook toewerken naar nieuwere literatuur: zijn er in de tijdschriften waarin die publicaties verschenen zijn het laatste jaar misschien nieuwe publicaties op dit terrein verschenen?

Let op! De kennisbank bevat alleen artikelen die ingaan op tekstbegrip-effecten bij gezonde proefpersonen van 12 jaar en ouder, maar het zou kunnen dat je liever ook effecten op waardering zou willen achterhalen, of dat je wilt weten wat effecten bij proefpersonen in de basisschoolleeftijd zijn. In dat geval moet je zelf aanvullende literatuur zoeken.

Stap 2. Maak een schematisch overzicht van de bevindingen

Nu ga je deze literatuur verwerken. Je maakt een schematisch overzicht van de bestudeerde artikelen. Geef per artikel aan:
 

  • Hoe jouw tekstkenmerk in dit artikel gedefinieerd wordt / hoe het concreet in de experimentele teksten geoperationaliseerd is.
  • Bij welk type proefpersonen het experiment is afgenomen (+ aantallen ppn).
  • Met welk type teksten het experiment is afgenomen (+ aantallen).
  • Wat de afhankelijke variabele is (waarop wordt een effect verwacht? bv. leestijden, score op meerkeuzevragen, etc.).
  • Wat de belangrijkste uitkomsten zijn.

Dit schema bespreek je tussentijds (datum in overleg) met de contactpersoon.

Stap 3. Verwerk de gegevens in een betoog

Je gaat de gegevens uit je schema verwerken in een betoog (een theoretisch kader), waarin je beargumenteert welke effecten je van jouw tekstkenmerk kunt verwachten. Kijk waar verschillende studies dezelfde effecten aantonen of juist elkaar tegenspreken en bespreek per artikel de eerder genoemde kenmerken (dus niet alleen de belangrijkste uitkomsten). Geef geen losse samenvattingen per gelezen artikel, maar probeer die bevindingen echt in te bedden in je eigen betooglijn.

Stap 4. Stel adviezen op

Op basis van de besproken onderzoeksresultaten stel je concrete schrijfadviezen op. Wat moeten schrijvers volgens jou doen of laten als het gaat over 'jouw' tekstkenmerk? Probeer hierbij zo specifiek mogelijk te zijn, door bv. waar dat kan te differentieren naar type lezer (sterke/zwakke lezers) of type tekst.

Beoordeling

Bij de beoordeling van je verslag wordt gelet op:
 

  • helderheid van definities
  • kwaliteit van het betoog (duidelijke eigen lijn + heldere bespreking van literatuur)
  • kwaliteit van adviezen

Veel succes met de voorbereiding!