Je eindwerkstuk is een 'proeve van bekwaamheid' waarin je vaardigheden en kennis presenteert die je in de loop van je studie hebt opgedaan. Je mag hiervoor zelf een deelgebied kiezen van Nederlandse taal en cultuur. In onderstaande handleiding bachelor Eindwerkstuk kun je alle relevante informatie vinden.

> Handleiding eindwerkstuk (pdf)

Wanneer moet ik starten?

Begin op tijd! Het is belangrijk dat je al vóór de verplichte voorbereidende cursus Corpusonderzoek in de Neerlandistiek een beeld hebt van wat je wilt onderzoeken, zodat je al met de voorbereidingen kunt starten tijdens die cursus Corpusonderzoek. 

Ook als je je eindwerkstuk wilt schrijven in blok 4, schrijf je je al wanneer het kan in voor de cursus op Osiris. Daarnaast mail je de coördinator van de betreffende afdeling over jouw plannen. Zo heeft de coördinator ruim voldoende tijd om voor jou een begeleider te regelen. Mocht inschrijven nog niet mogelijk zijn (het is bijvoorbeeld blok 1 en je wilt je scriptie schrijven in blok 4), dan stel je wel alvast de coördinator op de hoogte, en schrijf je je later alsnog in.

Meer informatie

Begeleiding krijg je in principe alleen tijdens het blok waarin je je hebt ingeschreven voor het eindwerkstuk. Daarom is het dus belangrijk dat je al ruim voor de start van het blok een goed beeld hebt van wat je gaat doen en dat je je hebt ingelezen in de literatuur. Je kunt voorafgaand aan het blok een keer een afspraak inplannen om je ideeën te bespreken en een planning te maken. Je hebt recht op 14 uur aan begeleiding.

Elke afdeling heeft een coördinator voor de eindwerkstukken. We raden je aan om je aan te melden bij de coördinator op het moment dat je je inschrijft voor het ‘Eindwerkstuk Nederlands’ in Osiris.

De coördinatoren zijn:

  • Begonnen vanaf 2013-2014: je moet drie van de vier cursussen van een verdiepingspakket gehaald hebben om aan het eindwerkstuk te mogen deelnemen.
  • Begonnen vanaf 2017-2018: je moet hebben deelgenomen aan de voorbereidende cursus Corpusonderzoek in de Neerlandistiek.

Voor het eindwerkstuk gelden niet de normale toetsingsprocedures. Er zijn geen deeltoetsen. Ook is het niet zo dat opnieuw begonnen moet worden met een eindwerkstuk wanneer dat niet voldoende is afgerond aan het eind van het blok. Alleen als je met kleine aanpassingen en zonder begeleiding door een docent het eindwerkstuk binnen twee weken na de uitslag hebt kunnen repareren, heb je nog recht op deze herkansing. Als het eindwerkstuk na deze herkansing nog onvoldoende is, moet het eindwerkstuk opnieuw gemaakt worden in een volgend blok. Het is dus zaak het eindwerkstuk volgens planning af te ronden: als dit niet gebeurt kan dat vertraging veroorzaken en problemen opleveren bij de overgang van bachelor- naar masterstudie.

Inleveren 10 dagen vóór einde blok

Het eindwerkstuk moet je uiterlijk 10 dagen voor het einde van het blok waarin het gemaakt is, ter beoordeling inleveren. Het eindwerkstuk is afgerond als het met een voldoende (minimaal 5.5) is beoordeeld en er een elektronische versie (inclusief samenvatting) is geüpload in Osiris Zaak.

Scriptiearchief

De UU heeft een eigen scriptiearchief waarin je je kunt oriënteren op onderwerpen en kunt zien waar andere studenten in het verleden hun eindwerkstuk over hebben geschreven.

Ben je klaar met je eindwerkstuk? Dan moet je de definitieve versie uploaden in ons scriptieachrief (in Osiris). Je kunt dit pas doen als je een mailtje hebt gekregen van het Examensecretariaat. Je eindwerkstuk blijft 7 jaar bewaard.

Goedkeuring & vrijstelling via Osiris Zaken

Eindwerkstuk inleveren

Als je je eindwerkstuk af hebt, moet je dit inleveren in Osiris (en dus niet via een mail aan je begeleider). In Osiris kun je ook de voortgang volgen en verschijnt het eindcijfer. 

Zodra je begeleider aangeeft dat je eindwerkstuk klaar is voor beoordeling, ga je als volgt te werk:

  • Je uploadt je eindwerkstuk in Osiris via Zaken > Mijn zaken 
    en
  • Je uploadt je eindwerkstuk in Blackboard (voor een plagiaatcheck)

Als je een voldoende hebt behaald voor je eindwerkstuk, lever je het in in het digitale scriptiearchief van de UU. Dit is verplicht. Binnen een week nadat je bericht hebt gekregen over je afstuderen, ontvang je een e-mail met instructies over hoe je je scriptie kunt uploaden naar het scriptiearchief in Osiris.

Formulieren en regelingen Eindwerkstuk

De beoordeling van je eindwerkstuk verloopt aan de hand van vaste procedures. Je kunt je hierop voorbereiden door onderstaande documenten en teksten goed door te nemen voordat je begint met schrijven.

Alle bacheloreindwerkstukken worden door twee docenten beoordeeld. Als je begeleider een docent is die verbonden is aan je bacheloropleiding, dan is deze ook je eerste beoordelaar (c.q. de ‘examinator’).

Je eindwerkstuk wordt beoordeeld aan de hand van dit beoordelingsformulier (Word). In het geval van een groot meningsverschil tussen de eerste en tweede beoordelaar, kan een derde beoordelaar worden ingeschakeld. De derde beoordelaar werkt altijd met een apart beoordelingsformulier (pdf).

De Universiteit Utrecht vat iedere vorm van wetenschappelijke misleiding zeer ernstig op. We verwachten dat elke student de normen en waarden inzake wetenschappelijke integriteit kent en in acht neemt.

Wanneer je start met het schrijven van je eindwerkstuk lever je daarom het Formulier verklaring kennisneming plagiaat (pdf) in. Hiermee verklaar je op de hoogte te zijn van de regels van de Universiteit wat betreft Fraude en plagiaat. Wanneer je docent of begeleider vermoedt dat er sprake is van fraude of plagiaat, maakt deze hiervan melding via het Formulier plagiaat melden (pdf).

In mijn BA-eindwerkstuk heb ik geanalyseerd hoe gender wordt gerepresenteerd in de Middelnederlandse raamvertelling De zeven wijze mannen van Rome. Tijdens mijn scriptie-onderzoek gunde ik mezelf de ene helft van de tijd alle rust en ruimte; dan verzette ik weinig werk. De andere helft van de tijd (als er een deadline naderde) werkte ik uren en uren achtereenvolgend; van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. Omdat je tijdens het schrijven van je eindwerkstuk geen colleges volgt, valt er een bepaalde structuur uit je week weg. Je helpt jezelf enorm door bewust een nieuw studieritme te creëren en je werkzaamheden goed te spreiden. Daarnaast vond (en vind) ik het moeilijk om mezelf te beschouwen als iemand met recht van spreken. Er was al zoveel over mijn onderwerp en onderzoeksobject geschreven; hoe kon ik daar nou, als student, iets waardevols aan toevoegen? Ik wist bij lange na niet zoveel als al die andere onderzoekers. ‘Geloof in jezelf’ klinkt misschien nogal melodramatisch, maar het is wel waar het op staat: geloof in jezelf, want je duikt dusdanig in je onderwerp, dat je echt een punt kunt maken.
Annika van Bodegraven (Middelnederlandse letterkunde)
Hoewel ik meteen dacht te weten wat ik ging onderzoeken – het Middelnederlandse pre- en postnominale adjectiefsysteem – bleek het resultaat daar uiteindelijk behoorlijk van af te wijken. Het was een hele tocht. Mijn wetenschappelijke basis was de theorie van Cinque (2010), die met één analyse zowel het prenominale Germaanse systeem als het postnominale Romaanse verklaart, maar ik had een probleem: het moderne Nederlands leek er niet aan te voldoen. Hoe kon ik Middelnederlandse adjectieven met deze theorie analyseren als het moderne Nederlands al een uitzondering leek te zijn? Mijn toevlucht zoekende in meer literatuur, las ik Broekhuis (2013), die het Nederlandse adjectief analyseert en een heel andere theorie heeft dan Cinque. Die theorie leek mij echter ook niet te kloppen. En toen had ik een eurekamoment. Dankzij de gaten in de theorie van Broekhuis zag ik hoe de theorie van Cinque aangepast kan worden, zodat zij ook voor het Nederlands de juiste voorspellingen doet. Dat werd uiteindelijk mijn onderzoeksonderwerp. Wat mijn ‘tocht’ laat zien is dat de beginvraag uiteindelijk niet de onderzoeksvraag hoeft te zijn. Wees niet bang om je te laten leiden door de ontdekkingen die je doet. De tocht heb ik ervaren als een prettige reis. Hoewel er dagen zijn waarop je enorm worstelt, is het heerlijk om zelfstandig aan een eigen onderzoek te werken dat geen zoveelste schrijftest is, maar daadwerkelijk een toevoeging aan de wetenschap. Het is net of je volwassen wordt.
Max van Amstel (Taalkunde)