In je profileringsruimte kies je onderdelen met een totale studielast van 60 EC, waarvan minimaal 15 EC op niveau 2 of 3 (verdiepend/gevorderd). 

Je kunt de profileringsruimte gebruiken om je te verdiepen in een ander vakgebied, of ter voorbereiding op het masterprogramma dat je wilt gaan volgen. 

Je profileringsruimte bestaat uit:

  • een profileringspakket van 30 EC waarin je het volgende kunt kiezen:
    • een minor van de UU.
    • een tweede verdiepingspakket van je eigen opleiding. Je hebt hiervoor geen goedkeuring nodig, maar je moet je keuze wel doorgeven aan de examencommissie. Doe dit d.m.v. een (pro forma) goedkeuringsverzoek in Osiris student.
      Volg je ‘Comparative Media Studies’, dan heb je 7,5 EC overlap met het andere verdiepingspakket. Je volgt hiervoor in de plaats een andere profileringscursus (vrije keuze). Geef  ook dit door aan de examencommissie.
    • een studieverblijf in het buitenland. Hiervoor heb je goedkeuring nodig van de examencommissie.
  • vrije keuze van 30 EC, bijvoorbeeld:

Studeren in het buitenland

Kies je ervoor om een semester te studeren in het buitenland? Dan kunnen de buitenlandse cursussen meetellen als profileringspakket of worden opgenomen in het vrije keuzedeel van je studieprogramma. Hiervoor is altijd goedkeuring van de examencommissie nodig.

Vrije cursussen

Je kunt kiezen uit de volgende cursussen:

  • cursussen binnen je major (bijvoorbeeld uit een ander verdiepingspakket)
  • cursussen buiten je major:
  • cursussen van een andere onderwijsinstelling:
    Let op! Andere onderwijsinstellingen hebben soms andere inschrijf- en onderwijsperiodes. Voor cursussen (of een minor) buiten de UU moet je van tevoren altijd goedkeuring vragen aan de examencommissie.
  • cursussen die je nodig hebt om toegelaten te worden tot een master.
    Informeer op tijd naar de ingangseisen van het masterprogramma dat je wilt gaan doen, zodat je voldoet aan de toelatingseisen (bijvoorbeeld een bepaalde minor of losse cursussen).

Denk ook eens aan het leren van een nieuwe taal. Het geeft toegang tot primaire en secundaire bronnen waartoe je eerder geen toegang had. Bijvoorbeeld naast de gangbare (school)talen: Italiaans, Modern of oud Grieks/Latijn, Arabisch of Turks.