Het afstudeerproject is afhankelijk van je specialisatie en bestaat altijd uit een stage (15 EC) en een masterthesis (15 EC).

De zeer uitgebreide stage, die een verplicht onderdeel is van dit programma, is bedoeld als een intensieve kennismaking met de beroepspraktijk maar bevat ook een belangrijke onderzoekscomponent.

Afhankelijk van de specialisatie die je volgt liggen stages bij een museum het meeste voor de hand, maar ook bij andere culturele instellingen, galeries, de overheid en het bedrijfsleven zijn vele mogelijkheden. Denk bij Architectuurgeschiedenis aan stages bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg of een van de gemeentelijke monumentendiensten, of bij een van de particuliere organisaties op dit gebied.

Klik hier voor meer informatie over stages.

De masterthesis is het eindpunt van het masterprogramma. De begeleiding gebeurt zowel in seminars als in individuele tutorials. Dit heeft het voordeel dat je zowel leert van je medestudenten als van je persoonlijke mentor. Bij de start van je masteropleiding krijg je meteen een grondige toelichting over het schrijven van de thesis, de begeleiding en planning daarvan. Het onderwerp hangt bij voorkeur samen met een binnen het programma gevolgde werkgroep of stage. In de thesis geeft je blijk van:

  • kennis van de wetenschappelijke literatuur op het gebied van de beeldende kunst tot 1850, de moderne en hedendaagse kunst of architectuurgeschiedenis en monumentenzorg
  • het vermogen om zelfstandig een relevante casus te kiezen en een relevante onderzoeksvraag te kunnen formuleren, en deze vraag in een met een conclusie afgerond betoog te kunnen beantwoorden
  • het vermogen om zelfstandig literatuur en ander bronnenmateriaal te verzamelen en te verwerken
  • het vermogen om op academisch niveau helder en leesbaar te schrijven.

Digitaal scriptie archief

Uiteindelijk plaats je je thesis in het digitaal scriptiearchief. Hier kun je ook scripties van andere studenten inzien.

Formulieren en regelingen masterscriptie

De beoordeling van je scriptie verloopt aan de hand van vaste procedures. Je kunt je hierop voorbereiden door onderstaande documenten en teksten goed door te nemen voordat je begint met schrijven.

Alle scripties worden door twee docenten beoordeeld. Als je begeleider een docent is die verbonden is aan de opleiding, dan is deze ook je eerste beoordelaar (c.q. de ‘examinator’).

De beoordeling van je scriptie wordt binnen de faculteit Geesteswetenschappen gedaan aan de hand van een standaard beoordelingsformulier voor de academische master.pdf (pdf). In sommige gevallen wordt een derde beoordelaar ingeschakeld. De derde beoordelaar werkt altijd met een apart beoordelingsformulier derde beoordelaar.pdf (pdf).

De Universiteit Utrecht vat iedere vorm van wetenschappelijke misleiding zeer ernstig op. De Universiteit Utrecht verwacht dat elke student de normen en waarden inzake wetenschappelijke integriteit kent en in acht neemt.

Wanneer je start met het schrijven van je eindwerkstuk lever je daarom het Formulier verklaring kennisneming plagiaat (pdf) in. Hiermee verklaar je op de hoogte te zijn van de regels van de Universiteit wat betreft Fraude en plagiaat. Wanneer je docent of begeleider vermoedt dat er sprake is van fraude of plagiaat maakt deze hiervan melding via het Formulier plagiaat melden (pdf).