Studieopbouw

De eenjarige master Kunstgeschiedenis heeft een studielast van 60 EC en bestaat uit twee semesters, ieder verdeeld in twee blokken . Je kiest voor een van de drie tracks: 1. Oude kunst, 2. Architectuur en monumentenzorg  en 3. Moderne  en hedendaagse kunst. Er zijn twee gemeenschappelijke cursussen en drie cursussen op het gebied van je eigen track.

In het eerste semester verloopt het onderwijs cursorisch. Er zijn in totaal vijf cursussen: vier van 5 EC en één van 10 EC. Twee cursussen worden door de studenten van alle drie de tracks gevolgd: Historiografie van de kunst- en architectuurgeschiedenis (blok 1) en Theorie en methoden van de kunst- en architectuurgeschiedenis (blok 2). Daarnaast volgt de student nog drie cursussen die behoren tot zijn/haar track.

  • Ga naar de Cursusplanner voor een overzicht van je examenprogramma en de bijbehorende cursussen. Let op dat je het goede collegejaar kiest!
  • In het programmaboek staat alle informatie die je aan het begin van het studiejaar nodig hebt.
  • Voor een uitgebreide omschrijving van de verschillende onderdelen van je studieprogramma, zie hieronder.

Blok 1
Track Oude kunst
●    Kunst als collectieobject 5 EC
●    Kunstonderzoek in de praktijk 10 EC

Track Architectuur en monumentenzorg
●    Architectuur als monument 5 EC
●    Architectuur, monument en stad 10 EC

Track Moderne en hedendaagse kunst
●    Kunst als collectieobject 5 EC
●    Curating als publieksbemiddeling 10 EC

Blok 2
In blok 2 volgt de student de keuzecursus  Actualiteit en geschiedenis 5 EC, die door zijn/haar track wordt aangeboden of er kan gekozen worden voor een van de volgende cursussen buiten de opleiding Kunstgeschiedenis:
    Researching arts in society: Experimentation
    Thinking arts and society II: issues
•    Producing arts in society
    Feminist approaches to art and affect
    Erfgoed en identiteit (deelname na goedkeuring door de MA-coordinator van de MA Cultuurgeschiedenis van modern Europa)
•    High art: een cultuurgeschiedenis
    The heritage industry
In het eerste semester zijn er ook lecture seminars die expliciet bedoeld zijn voor de uitwisseling van kennis tussen studenten en professionals. 

Blok 3 & 4

•  Stage: praktische werkervaring met een reflectie op de professionele praktijk
•  Scriptie: verslag van een wetenschappelijk onderzoek naar keuze met als uitgangspunt een heldere onderzoeksvraag. Je wordt zowel individueel als in kleine seminars begeleid. Er zijn eveneens presentaties van voorbeeldonderzoeken en er is overleg met medestudenten. 

In het tweede semester zijn er diverse terugkomdagen waarop de studenten kennismaken met elkaars scriptieonderzoek en de verschillende activiteiten tijdens de stage.

Ingangseisen

Kijk goed naar de ingangseisen van de cursussen en of er een plaatsingscommissie is.

TRACKS

Speerpunten

  • Kunst uit het verleden van de middeleeuwen tot en met de negentiende eeuw.
  • Geschiedenis en actuele praktijk van het verzamelen en presenteren van de kunst uit het verleden.

Opbouw programma

Verplichte cursussen

Speerpunten

  • Bouwkunst en stedenbouw uit het verleden vanaf de middeleeuwen tot hedendaagse ontwikkelingen op dit gebied.
  • Belangrijkste theorieën over monumentenzorg.

Opbouw programma

Verplichte cursussen

Speerpunten

  • Belangrijkste artistieke ontwikkelingen in de kunst van de 20ste en 21ste eeuw
  • Kunstkritiek van de 20ste en 21ste eeuw
  • Het tentoonstellen van kunst in de 20ste en 21ste eeuw
  • Bemiddelen bij kunst van de 20ste en 21ste eeuw

Opbouw van het programma

Verplichte cursussen

Exameneisen

Bij aanvang van je studie word je ingeschreven voor het examenprogramma van je master. Wat dit is, staat uitgebreid beschreven in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) (art. 3.5.4). Hierin staat ook aan welke eisen je moet voldoen om de kunnen afstuderen

Studievoortgangsoverzicht (SVO)

Op je studievoortgangsoverzicht staan al je behaalde resultaten. Ook zie je in hoeverre je aan de exameneisen voldoet. Je kunt je studievoortgangsoverzicht raadplegen in OSIRIS onder het tabblad ‘Voortgang’. 

 

Als je wilt afwijken van je examenprogramma, moet je van tevoren goedkeuring of vrijstelling vragen aan de examencommissie van je opleiding. Als je verzoek wordt goedgekeurd, wordt dit uiteindelijk ook opgenomen in OSIRIS, en verwerkt in je examenprogramma en studievoortgangsoverzicht.

Je studeert af als de examencommissie van je opleiding op basis van je studievoortgangsoverzicht en de voor jou geldende OER heeft geconstateerd dat je aan alle eisen van je examenprogramma hebt voldaan. De cursussen die vermeld staan op je studievoortgangsoverzicht worden vermeld op het Internationaal Diplomasupplement (IDS), de bijlage die je ontvangt bij je diploma. Cursussen vermeld onder het kopje ‘Resultaten-Overig’ maken geen deel uit van je examenprogramma en staan niet op je IDS.

Als je vragen hebt over je studievoortgangsoverzicht of onjuistheden hierin constateert, neem dan contact op met het Studiepunt Geesteswetenschappen.