De masterscriptie (15 EC) vindt plaats in blok 3. In dit project laat je zien hoe je aangeleerde kennis en vaardigheden, op het gebied van het masterprogramma, zelfstandig kan hanteren bij het opzetten en uitvoeren van een onderzoek, en hoe je de bevindingen wetenschappelijk verantwoord kunt presenteren op hoog academisch niveau.

Voor meer informatie zie Richtlijnen Masterthesis (pdf). Let erop dat dit document op het gebied van beoordeling verouderd kan zijn.

Digitaal scriptiearchief

Als je scriptie af is en is goedgekeurd, moet je deze uploaden naar het digitaal scriptiearchief van de Universiteitsbibliotheek, Scripties Online. Dit is een verplicht onderdeel van je afstuderen. Je kunt hier ook scripties van andere studenten inzien.

In de taalspeficieke cursus in blok 2 schrijf je een scriptieopzet: een plan voor de masterthesis die je gaat uitvoeren in blok 3. Vraag in een vroeg stadium advies aan de programmacoördinator of tutor. Aan het eind van blok 2 moeten vaststaan:

  • onderwerp,
  • vraagstelling,
  • theoretische invalshoek,
  • plan van aanpak
  • eerste en tweede begeleider  
  • scriptieplan.

De masterscriptie wordt afgerond in blok 3 en wordt ingeleverd op de datum die afgesproken is met de eerste begeleider. Alleen in uitzonderlijke gevallen, en met uitdrukkelijk toestemming van de eerste begeleider, kan hiervan worden afgeweken.

 

De scriptieopzet wordt beoordeeld door de taaldocent. Op basis van je onderzoeksplan wordt bepaald wie je scriptiebegeleider en wie de tweede beoordelaar wordt. Deze beiden beoordelen ook je scriptieplan voordat je van start gaat met het onderzoek in blok 3. Aangezien binnen deze master scripties vaak een interdisciplinair karakter hebben, kan de tweede begeleider eventueel ook tussentijds om advies gevraagd worden. 

Het schrijven van een scriptie vindt plaats in een scriptiegroepje. Dit zijn groepjes van drie of vier studenten die elke week of eens in de twee weken met hun begeleider bij elkaar komen. Je schrijft een eigen individueel werkstuk, maar in dat proces speelt intervisie een belangrijke rol. Binnen het scriptiegroepje stuur je concepten naar elkaar en je leest de teksten van de anderen. Tijdens de bijeenkomst geef je commentaar op elkaars werk. In een scriptiegroepje hoeven scriptieonderwerpen niet per sé dicht bij elkaar te liggen. Je leert ook van andere onderwerpen en je kunt opgedane (methodische) kennis uit blok 1 en 2 ook voor adviezen aan je medestudenten gebruiken. 

Zorg er bij buitenlandse begeleiding altijd voor dat er met de betreffende buitenlandse docent zorgvuldig afspraken worden gemaakt over zijn/haar aandeel in de begeleiding, liefst via contact met de Utrechtse (eerste) begeleider. Voor de buitenlandse begeleiding van het afstudeerproject moet vooraf goedkeuring worden gevraagd aan de examencommissie.

Volgens de facultaire richtlijnen heeft de masterscriptie een omvang van rond de 10.000 woorden. Daarbij komen nog de bijlagen met noodzakelijke teksten ter documentatie van het onderzoek. Met je scriptiebegeleider stel je de definitieve structuur van je scriptie vast.

Een taalspecifieke variant van het masterprogramma Interculturele communicatie is mogelijk. Je schrijft de masterscriptie dan in de taal van de taalspecifieke invulling. Minstens een van de begeleiders van de masterscriptie is gekwalificeerd examinator in de betreffende taalopleiding die het taalspecifieke karakter van de masterscriptie bewaakt. Bij de algemene variant schrijf je de scriptie in het Nederlands.

Welke onderwerpen zijn geschikt voor het afstudeerproject?

Het afstudeerproject is een theoretisch-empirisch onderzoek op het gebied van communicatieve verschijnselen in een interculturele en/of meertalige context. Dit kan een maatschappelijke context zijn of een organisatie. Ook is het mogelijk om als afstudeerproject een product tot stand te brengen dat gericht is op een breed publiek zoals beschreven in de Richtlijnen Masterthesis.

Hoe kun je een onderwerp voor je afstudeerproject vinden?

Je wordt aangeraden om Igitur te raadplegen via de website van de bibliotheek.

Welke vormen kan een afstudeerproject aannemen?

Een afstudeerproject kan afgerond worden door middel van een masterthesis (scriptie) op grond van theoretisch-empirisch onderzoek of bestaan uit een begeleidende tekst bij een product dat gericht is op een breed publiek, zoals beschreven in de Richtlijnen Masterthesis.

Hoeveel papieren/digitale versies moeten er worden ingeleverd en bij wie?

Je dient een digitale versie te uploaden in Igitur. Een bewijs hiervan lever je in als onderdeel van het afstudeerdossier. Daarnaast wordt –in overleg- een digitale of papieren versie ingeleverd bij beide begeleiders.

Formulieren en regelingen masterscriptie

De beoordeling van je scriptie verloopt aan de hand van vaste procedures. Je kunt je hierop voorbereiden door onderstaande documenten en teksten goed door te nemen voordat je begint met schrijven.

Alle scripties worden door twee docenten beoordeeld. Als je begeleider een docent is die verbonden is aan de opleiding, dan is deze ook je eerste beoordelaar (c.q. de ‘examinator’).

De beoordeling van je scriptie wordt binnen de faculteit Geesteswetenschappen gedaan aan de hand van een standaard beoordelingsformulier voor de academische master.pdf (pdf). In sommige gevallen wordt een derde beoordelaar ingeschakeld. De derde beoordelaar werkt altijd met een apart beoordelingsformulier derde beoordelaar.pdf (pdf).

De Universiteit Utrecht vat iedere vorm van wetenschappelijke misleiding zeer ernstig op. De Universiteit Utrecht verwacht dat elke student de normen en waarden inzake wetenschappelijke integriteit kent en in acht neemt.

Wanneer je start met het schrijven van je eindwerkstuk lever je daarom het Formulier verklaring kennisneming plagiaat (pdf) in. Hiermee verklaar je op de hoogte te zijn van de regels van de Universiteit wat betreft Fraude en plagiaat. Wanneer je docent of begeleider vermoedt dat er sprake is van fraude of plagiaat maakt deze hiervan melding via het Formulier plagiaat melden (pdf).