Onderzoeksseminar (15 EC)

Aan het eind van het eerste jaar laat je in het Onderzoeksseminar zien dat je beschikt over academische onderzoekskwalificaties. Je werkt daarbij in kleine intervisiegroepen van zes studenten, die samen op een bepaald onderzoeksterrein werken.  Je doet een individueel onderzoek dat aansluit op de wetenschappelijke literatuur over een onderwerp.

Per jaar worden 5 tot 7 themagebieden aangeboden, gespreid over communicatiedomeinen. De themagebieden worden een maand voor het begin van blok 4 bekend gemaakt. Studenten worden op basis van hun voorkeuren ingedeeld.

Stage en interventieonderzoek (30 EC)

In het tweede jaar van het masterprogramma doe je een verplichte stage van 30 EC in totaal. Tijdens je verblijf bij de stageorganisatie doe je twee dingen die apart worden beoordeeld.

Ten eerste vervul je communicatieve taken in een organisatie (praktijkdeel). Daardoor krijg je inzicht in het reilen en zeilen van die organisatie en de communicatie daarin in het bijzonder, en in je eigen functioneren daarbinnen.  Je werkt  mee aan communicatiewerkzaamheden in je stageorganisatie, waarbij je werkt aan nieuwe professionele schrijf- en communicatievaardigheden, aan toegepaste onderzoeksvaardigheden en aan vaardigheden op het terrein van plannen en samenwerken.

Lees meer over het volgen van een stage bij deze opleiding.

Ten tweede doe je een interventieonderzoek (onderzoekdeel). Daarin oefen je in het onderzoeken van en het adviseren omtrent een communicatieprobleem in de organisatie. In je interventieonderzoek kies je een communicatieprobleem uit om onderzoek naar te doen. Dit onderzoek moet nuttig zijn voor de stage-organisatie. Het verslag van je interventieonderzoek is je afstudeerscriptie.

Digitaal scriptiearchief

Als je scriptie af is en is goedgekeurd, moet je deze uploaden naar het digitaal scriptiearchief van de Universiteitsbibliotheek, Scripties Online. Dit is een verplicht onderdeel van je afstuderen. Je kunt hier ook scripties van andere studenten inzien.

Formulieren en regelingen masterscriptie

De beoordeling van je scriptie verloopt aan de hand van vaste procedures. Je kunt je hierop voorbereiden door onderstaande documenten en teksten goed door te nemen voordat je begint met schrijven.

Alle scripties worden door twee docenten beoordeeld. Als je begeleider een docent is die verbonden is aan de opleiding, dan is deze ook je eerste beoordelaar (c.q. de ‘examinator’).

De beoordeling van je scriptie wordt binnen de faculteit Geesteswetenschappen gedaan aan de hand van een standaard beoordelingsformulier voor de academische master.pdf (pdf). In sommige gevallen wordt een derde beoordelaar ingeschakeld. De derde beoordelaar werkt altijd met een apart beoordelingsformulier derde beoordelaar.pdf (pdf).

De Universiteit Utrecht vat iedere vorm van wetenschappelijke misleiding zeer ernstig op. De Universiteit Utrecht verwacht dat elke student de normen en waarden inzake wetenschappelijke integriteit kent en in acht neemt.

Wanneer je start met het schrijven van je eindwerkstuk lever je daarom het Formulier verklaring kennisneming plagiaat (pdf) in. Hiermee verklaar je op de hoogte te zijn van de regels van de Universiteit wat betreft Fraude en plagiaat. Wanneer je docent of begeleider vermoedt dat er sprake is van fraude of plagiaat maakt deze hiervan melding via het Formulier plagiaat melden (pdf).