Het individuele onderzoekstraject bestaat uit een onderzoeksproject en een literatuurstudie. De verslagen van het onderzoek en de literatuurstudie worden in het Engels geschreven. Het onderwerp van de literatuurstudie mag, maar hoeft niet hetzelfde zijn als dat van het onderzoeksproject.

De student bepaalt zelf op welk gebied hij onderzoek en een literatuurstudie gaat doen. Dit kan biomedisch of klinisch-epidemiologisch onderzoekzijn, maar ook onderzoek in bredere zin, zoals historisch, ethisch, sociaal-wetenschappelijk of beleidsonderzoek. 

De volgende criteria zijn in elk geval relevant:

  • het onderwerp moet van academisch niveau zijn
  • het onderwerp moet een relatie hebben met de vorming tot arts-onderzoeker
  • hoewel het onderzoeksvoorstel niet direct de zorg hoeft te betreffen, moet het wel een expliciete relatie met de zorg en/of ziektebeeld hebben

De geselecteerde student gaat zelf op zoek naar een projectbegeleider/supervisor voor het individuele onderzoekstraject. Hij schrijft in overleg met deze begeleider een projectvoorstel dat van feedback voorzien wordt door de coördinator van het Honoursprogramma.

Ter afsluiting van het programma schrijft de student een reflectieverslag in het kader van SR-H. 

Researchactiviteit

Het project is meestal ingebed in een grotere researchactiviteit die onderdeel is van één van de speerpunten van het UMC Utrecht. Eén begeleider moet in het UMC Utrecht werkzaam zijn. De eindverantwoordelijke voor de directe begeleiding moet het niveau hebben van tenminste associate professor (UHD) en moet verbonden zijn aan het UMC Utrecht. Voor het beoordelen van je schriftelijke werk moet een tweede beoordelaar worden benaderd. Waar deze tweede beoordelaar aan moet voldoen, staat beschreven in het blokboek. De begeleiding vindt gemiddeld elke 2 á 3 weken plaats gedurende een uur.

De procesbewaking vindt met name plaats in het reflectieve deel van de groepsbijeenkomsten. Maar er wordt ook een aantal individuele gesprekken met de coördinator gevoerd over de voortgang van het individuele onderzoekstraject. De coördinator houdt ook in de gaten of de deelnemer kan voldoen aan de verschillende deadlines tijdens het onderzoekstraject.

Mocht de student tussentijds problemen ondervinden of gaat het proces niet volgens plan, dan kan hij terecht bij de coördinator van het Honoursprogramma of bij de studieadviseur.