De bacheloropleiding Onderwijswetenschappen beoogt een inspirerende, uitdagende en kwalitatief hoogwaardige onderwijsleeromgeving te bieden, waarin een student efficiënt en effectief leert. Hiertoe werkt de opleiding met een didactisch concept waarin veel belang wordt toegekend aan leren in interactie.

Interactie staat in de opleiding centraal. Het gaat dan om interactie tussen studenten en docenten, tussen studenten en medestudenten en tussen studenten en de (digitale) onderwijsinhoud. Tenslotte hecht de opleiding ook belang aan interactie tussen de student en het professionele werkveld.

Dit zie je terug in de manier waarop we het onderwijs verzorgen. In ons onderwijs is altijd plaats voor interactie: in hoorcolleges, werkgroepen en bij opdrachten. Je mag van de docenten goede uitleg en begeleiding verwachten en wij verwachten van jou actieve deelname aan het onderwijs. Samen komen we zo tot een uitdagende leeromgeving waarin je het meeste uit jezelf kunt halen en je je eigen interesses kunt volgen.

Visie

Onze visie op leren in het didactisch concept is geïnspireerd door met name de (socio)constructivistische opvatting over leren en het leerproces. Hierin wordt leren gezien als een actief en sociaal proces, dat context- en situatie bepaald is en waarbij reflectie tijdens het leerproces essentieel is. Dit uit zich in het gebruik van een diversiteit van activerende werkvormen, samenwerken en peer feedback, gebruik van authentieke opdrachten en reflectie op leerervaringen.

Onze onderwijsvisie wordt vertaald in een aantal uitgangspunten bij het inrichten van de onderwijsleeromgeving:
 

  1. Academische competenties als leidraad: Academische vorming is een belangrijk onderdeel van de bacheloropleiding Onderwijswetenschappen. Academische competenties zoals onderzoek opzetten en uitvoeren, kritische reflectie, oordeelsvorming en communicatieve vaardigheden komen daarom in alle cursussen van de opleiding terug.
     
  2. Integratie van wetenschappelijke en onderwijswetenschappelijke kennis en vaardigheden: In cursussen is aandacht voor zowel het opdoen van wetenschappelijke kennis en vaardigheden alsmede van onderwijswetenschappelijke kennis en vaardigheden.
     
  3. Actief studeren: Studenten worden aangemoedigd om actief met de college- en leesstof bezig te zijn, door bijvoorbeeld opdrachten in werkgroepen, het (samen)werken aan langlopende opdrachten, enz.
     
  4. Tweezijdig verbinding maken tussen theorie en praktijk: Studenten worden in cursussen gestimuleerd om theoretische onderwijswetenschappelijke inzichten toe te passen op praktijkproblemen en om praktische vraagstukken op het gebied van onderwijs, leren en opleiden om te zetten naar wetenschappelijke vraagstukken.
     
  5. ICT is ondersteunend aan het onderwijsleerproces van studenten: ICT is een integraal onderdeel van de leeromgeving van studenten. Voorbeelden zijn:
    • het gebruik van de elektronische leeromgeving Blackboard in alle cursussen;
    • het gebruiken van videolectures en kennisclips om contacttijd actiever in te kunnen vullen (blended learning, flipped learning);
    • het inzetten van Peerwise om studenten tentamenvragen te laten formuleren en deze uit te wisselen;
    • het gebruiken van voting tools tijdens hoorcolleges en werkgroepen om studenten te laten reageren op vragen of stellingen met behulp van hun smartphone of laptop.