Het is de zorg van de faculteit dat studenten hun studie gezond doorlopen. Het werken en studeren aan de faculteit brengt, zoals in elke omgeving, wel risico’s met zich mee.

Door maatregelen te nemen probeert de faculteit deze risico’s zo klein mogelijk te maken. Toch kan het voor komen dat alleen de gevolgen hiervan bestreden kunnen worden.

Op deze pagina’s vind je nadere informatie over de meest voorkomende risico's bij werken en studeren binnen de faculteit Diergeneeskunde.

Werken in een laboratorium vereist bewust en verantwoordelijk gedrag van de gebruiker. Het werken met gevaarlijke stoffen brengt mogelijke risico’s voor de gezondheid en veiligheid van jezelf en van collega’s met zich mee. Om deze risico’s tot een minimum te beperken, is werken op een laboratorium aan regels gebonden, die beschreven zijn in het handboek Arbo & Milieuzorg. Medewerkers en studenten in een laboratorium krijgen daarom altijd een instructie en zijn op de hoogte van de inhoud van het handboek en van de specifiek voor hun laboratorium geldende gedragsregels. Zij gedragen zich conform deze regels.

Neem voor vragen contact op met Arbo & Milieu.

Straling
Werken op RA-laboratoria is alleen toegestaan voor medewerkers die zijn aangemeld bij de facultaire Stralingsdeskundige.

De facultaire stralingsdeskundige is J.(Jeannette) Wolfswinkel, afdeling IHV.

Bij werkzaamheden in laboratoria worden stoffen (vast, vloeibaar of in gasvorm) gebruikt die brandbaar, explosief, carcinogeen of op een ander manier gevaarlijk kunnen zijn. Daarnaast kunnen reinigings- en desinfectiemiddelen gevaarlijk voor de gezondheid zijn.

Rond het werken met gevaarlijke stoffen zijn regels opgesteld die gevaarlijke situaties moeten voorkómen. In het handboek Arbo & Milieuzorg staan verschillende gedragsregels voor het werken met gevaarlijke stoffen beschreven. In SOFOS 360 (het chemicaliën registratiesysteem) kun je nadere informatie vinden over de stoffen waar je mee werkt.

Voor informatie over SOFOS 360 kun je terecht bij de afdeling Arbo & Milieu.

 

Anesthesiegassen
In de klinieken wordt gebruik gemaakt van inhalatie-anesthetica: gassen om de patiënt onder narcose te brengen. De meest gebruikte stof daarbij is isofluraan. 
Medewerkers die werken met inhalatie-anesthetica, kunnen door inademing blootgesteld worden aan de stof. Dit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. 

Uit metingen naar de blootstelling aan isofluraan op de OK is gebleken dat in alle gevallen er ruim onder de toegestane grenswaarden is gemeten. Ook bij het GDL zijn blootstellingsonderzoeken uitgevoerd. Dergelijke metingen worden periodiek gedaan om de blootstelling aan anesthesiegassen te blijven monitoren. Onderhoud van de apparatuur, het opvolgen van de procedures en een adequate opleiding van medewerkers moeten zorgen dat de lage blootstelling ook zo zal blijven.

Cryogenen

Op verschillende plaatsen worden cryogenen gebruikt: vloeibare gassen met een zeer lage temperatuur. Aan het werken met cryogenen worden speciale eisen gesteld aan de inrichting van de ruimte (met zuurstofdetectie), aan de persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt  worden en aan het vervoer van vaten.

 

Werken en studeren brengt altijd een lichamelijk belasting met zich mee. Meestal is dat een redelijke belasting die goed vol te houden is en wellicht zelfs een trainingseffect heeft (het gaat steeds gemakkelijker).

Als de belasting te hoog wordt, kunnen er klachten optreden. Neem bij vragen over fysieke belasting of bij klachten die met het werk te maken hebben, contact op met de afdeling Arbo & Milieu

Onder fysieke belasting wordt verstaan:

  • statische belasting (lang stilzitten achter de computer of microscoop)
  • trekken en duwen (rijden met containers of karren)
  • tillen en dragen (niet meer dan 23 kilo, aangepaste richtlijn voor zwangere vrouwen)
  • repeterende bewegingen (frequent herhaalde kleine bewegingen, bijvoorbeeld handmatig pipetteren)
  • ongunstige lichaamshoudingen (armen boven schouderhoogte, gebogen of gedraaide rug, gebukt of gehurkt staan)

Het risico op klachten wordt groter naarmate je ouder bent, zwanger bent, of wanneer je last hebt van stress (in de werk- of privésfeer). Fysieke belasting kan vaak worden verlicht door hulpmiddelen. Ook het verminderen van de stressfactoren kan positief uitwerken.

Wist je dat een goede werkhouding niet alleen de gezondheid bevordert, maar ook de productiviteit? En dat 80% van de Nederlanders een verkeerde houding heeft? Niet zo erg voor even, maar bij hele dagen online studeren veroorzaakt dat mogelijk allerlei fysieke klachten. Hoe kun je dat voorkomen als je uren lang aan de keukentafel zit of aan een bureau in je slaapkamer? Check de flyer of de e-learning voor tips & adviezen om thuis een gezonde en veilige beeldschermwerkplek te creëren.

Meer informatie over beeldschermwerk vind je hier

Tijdens je studie of bij het werk kunnen infecties optreden die te maken hebben met de werkzaamheden. De faculteit heeft een vaccinatiebeleid opgesteld om medewerkers en studenten waar mogelijk preventief te beschermen of te vaccineren na een incident. Daarin is ook een rol weggelegd voor de bedrijfsarts en de Arbodienst Zorg van de Zaak. In het beleid Preventie en Vaccinaties is informatie opgenomen over de regelingen bij vaccinaties.

Studenten

Studenten krijgen in het begin van hun eerste jaar een tetanus-vaccinatie. Daarnaast worden studenten in de co-schappen soms meegenomen in de griepvaccinatie. Dit hangt af van de werkzaamheden en het departement.

Tijdens je studie kom je in aanraking met verschillende dieren en daar kan je ziek van worden. Meer informatie hier over vind je op de website van het RIVM: https://www.rivm.nl/ziek-door-dier

Informatie over de meest voorkomende infecties:

Meer informatie?

 

Zoönosen zijn ziekten die kunnen overgaan van dier op mens. Sommige zoönosen zijn alleen vooral hinderlijk, andere daarentegen kunnen ernstige symptomen geven en soms zelfs levensbedreigend zijn.

De ernst van het ziektebeeld kan sterk variëren bij mens en dier. Sommige ziekten verlopen bij dieren zonder symptomen, terwijl zij bij de mens wel ernstige verschijnselen kunnen geven.

Hoe zoönosen te vermijden?

Algemeen hygiënische werkwijzen helpen om het risico op infecties te minimaliseren:

  • Was regelmatig en grondig de handen met zeep
  • Dek wondjes af met een waterafstotende pleister of gebruik handschoenen
  • Draag beschermende kleding en schoeisel (bijv. laarzen, klompen)
  • Draag handschoenen en indien nodig aangevuld met andere persoonlijke beschermingsmiddelen (mond/neusmasker, veiligheidsbril)
  • Naalden nooit recappen na gebruik weggooien in de daarvoor bestemde naaldcontainers
  • Fixeer dieren goed, eventueel met hulp van collega's
  • Wees extra voorzichtig bij verlossingen van zowel levende als dode vruchten. Zeker zwangere vrouwen moeten contact met abortusmateriaal vermijden.
  • Maak gebruikte materialen schoon en desinfecteer (Thermometers en endoscopen zijn mogelijke bronnen van infectie)

Ben je zwanger?
Een aantal zoönosen houdt een risico in voor zwangeren omdat zij een abortus dan wel vruchtafwijkingen kunnen veroorzaken. Zoönosen waarvan bekend is dat ze een risico vormen voor zwangeren zijn:

  • Toxoplasmose
  • Rubellavirus (Rode Hond)
  • Chlamydia psittaci (Papegaaienziekte)
  • Listeria monocytogenes
  • Leptospirosis Hardjo (Melkerskoorts)

Meer weten?

Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het immuunsysteem op allergenen: lichaamsvreemde maar onschuldige eiwitten. Bij sommige mensen wekt blootstelling aan dergelijke eiwitten een immuunreactie op. Allergie komt bij ongeveer 40% van de westerse bevolking voor. 

Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan:

  • Latex-allergie: medewerkers en studenten die veelvuldig in aanraking komen met latexproducten, zoals handschoenen, lopen het risico een latexallergie te ontwikkelen
  • proefdierallergie: medewerkers en studenten die veel in aanraking komen met (proef)dieren kunnen een overgevoeligheid ontwikkelen voor bepaalde eiwitten. 

Heb je last van een allergie en belemmert dit je in je studie? Meld dit dan aan de studieadviseur. Voor informatie over gezondheidsrisico's kun je terecht bij de afdeling Arbo & Milieu.

Biologische Veiligheid omvat een pakket aan maatregelen dat wordt getroffen om de veiligheid van onderzoek en onderwijs met biologische agentia (BA), waaronder ook genetisch gemodificeerde (micro-)organismen (ggo), te waarborgen.

Voor vragen of advies rond biologische veiligheid kun je je wenden tot de Biologische Veiligheidsfunctionaris van de faculteit:

Iedereen hoort veilig te kunnen werken en studeren, ook als je zwanger bent. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de risico's van bepaalde werkzaamheden. Het is wellicht niet leuk om in een vroeg stadium de zwangerschap bekend te maken, maar in situaties waarbij extra risico's aanwezig zijn, is dit wel aan te bevelen.

Ben je student en zwanger, meld dit dan aan de studieadviseur. De studieadviseur kan (eventueel samen met de leidinggevende / begeleider) bekijken of aanpassing van werkzaamheden of werktijden nodig is. De studieadviseur kan advies geven over studievertraging, mogelijkheden voor financiële steun (afstudeersteun en/of toeslag studiefinanciering) en kinderopvang. Voor informatie over gezondheidsrisico's kun je terecht bij de afdeling Arbo & Milieu.

Wil je nog geen melding doen van de zwangerschap, maar wel informatie ontvangen, stuur dan een email naar de afdeling Arbo & Milieu. Je gegevens worden vertrouwelijk behandeld.

Klik hier voor de folder 'Kinderwens en zwangerschap' van de afdeling Arbo & Milieu. Deze informatie geldt voor medewerkers en voor studenten in vergelijkbare situaties.