Het is de zorg van de faculteit dat studenten hun studie gezond doorlopen.

De faculteit kan sommige risico's door maatregelen voorkomen, van sommige risico's kunnen, als ze optreden, alleen de gevolgen worden bestreden.

Op deze pagina’s vind je nadere informatie over de meest voorkomende risico's bij werken en studeren binnen de faculteit Diergeneeskunde.

Veiligheid in het laboratorium is een zaak van de organisatie en van de medewerkers en studenten. Werken in een laboratorium vereist van de gebruiker een houding van bewust en verantwoordelijk gedrag. Als laboratoriumgebruiker moet je beseffen dat er potentieel gevaren zijn voor de gezondheid en veiligheid van jezelf en van collega's. Om deze gevaren tot een minimum te beperken, is werken op een laboratorium aan regels gebonden, die beschreven zijn in het handboek Arbo & Milieuzorg. Medewerkers en studenten in een laboratorium zijn op de hoogte van de inhoud van het labhandboek en voor de specifiek voor dat laboratorium geldende gedragsregels. Zij gedragen zich conform deze regels. 

Elk laboratorium heeft een Arbo- en milieucontactpersoon (AMCP'er) die het eerste aanspreekpunt is voor arbo- en millieuonderwerpen.

Straling
Werken op RA-laboratoria is slechts toegestaan voor medewerkers en studenten die zijn aangemeld via de facultaire coördinerend Stralingsdeskundige.

Bij de werkzaamheden in laboratoria wordt gebruik gemaakt van stoffen (vloeibaar of in gasvorm), waarvan sommige brandbaar, explosief, carcinogeen of op een ander manier gevaarlijk kunnen zijn. Daarnaast kunnen reinigings- en desinfectiemiddelen gevaarlijk voor de gezondheid zijn. Rond het werken met gevaarlijke stoffen zijn regels opgesteld die gevaarlijke situaties moeten voorkómen. In het handboek Arbo & Milieuzorg staan verschillende gedragsregels voor het werken met gevaarlijke stoffen beschreven. Op de website Chemwatch kun je nadere informatie vinden over de stoffen waar je mee werkt. 

Anesthesiegassen
In de klinieken wordt gebruik gemaakt van inhalatie-anesthetica: gassen om de patiënt onder narcose te brengen. De meest gebruikte stof daarbij is isofluraan. 
Medewerkers die werken met inhalatie-anesthetica, kunnen door inademing blootgesteld worden aan de stof. Dit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. 

Onderhoud van de apparatuur, het hanteren van de procedures en opleiding van medewerkers moet zorgen dat de lage blootstelling ook zo zal blijven.

Cryogenen
Op verschillende plaatsen worden cryogenen gebruikt: vloeibare gassen met een zeer lage temperatuur. Aan het werken met cryogenen worden speciale eisen gesteld op het gebied van de inrichting van de ruimte (met zuurstofdetectie), de persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt moeten worden en de eisen die aan het vervoer van vaten gesteld worden. 

De registratie (voorraad en verbruik) van gevaarlijke stoffen (chemicaliën) vindt plaats met het chemicaliënregistratiesysteem (GROS). Op elke afdeling is een chemicaliënbeheerder verantwoordelijk voor de registratie.
De opslag van chemicaliën voldoet aan de wettelijke eisen, verwoord in de PGS-15. De werkvoorraad vloeistoffen in het laboratorium is in een lekbak geplaatst (ook in de zuurkast).
Oplossingen die bewaard moeten blijven, zijn duidelijk geëtiketteerd. Op het etiket staan de aard van de stof, eigennaam, bereidingsdatum en eventueel houdbaarheid vermeld.
Werkzaamheden met risicovolle stoffen of sterk ruikende stoffen worden uitgevoerd in een zuurkast (evt. afzuigkast). De zuurkast wordt gebruikt zoals voorgeschreven, met inachtneming van de maximale raamopening.
Alle gemorste chemicaliën en vloeistoffen worden direct opgeruimd. Hiervoor dient in elk laboratorium geschikt absorptiemateriaal aanwezig te zijn.
Bij ongevallen met chemicaliën worden de juiste maatregelen getroffen

Werken brengt altijd een lichamelijk belasting met zich mee. Meestal is dat een redelijke belasting die goed vol te houden is en wellicht zelfs een trainingseffect heeft (het gaat steeds gemakkelijker).

Als de belasting te hoog wordt, kunnen er klachten optreden. Elementen die daarin een rol kunnen spelen, zijn:

  • De aard van de belasting (wat doe je, welke vorm van belasting speelt daarbij)
  • De duur van de belasting (hoe lang, hoe vaak)
  • Eventuele omgevingsfactoren (lawaai, onrust, hulpmiddelen, samenwerking)

Er zijn verschillende vormen van fysieke belasting te onderscheiden:

  • Tillen en dragen (gehanteerde norm 25 kg. onder optimale omstandigheden)
  • Trekken en duwen (rijden met karren)
  • Statische belasting (lang in één houding, zitten)
  • Repeterend handelen (frequent herhaalde kleine bewegingen)
  • Trillingen (b.v. chauffeurs)
  • Niet-neutrale houdingen (gebogen, gedraaid werken, boven het hoofd, etc)

Neem bij vragen over fysieke belasting of bij klachten die met het werk te maken hebben, contact op met de afdeling Arbo & Milieu.

Beeldschermwerk 
Langdurig werken achter een beeldscherm kan op termijn gezondheidsklachten aan de armen, de nek en de schouders opleveren. De Universiteit Utrecht heeft beleid om uitval en verzuim door beeldscherm gebonden klachten te voorkomen. Je leest er hier meer over. 

Bij het werk op de faculteit Diergeneeskunde kunnen infecties optreden die te maken hebben met het werk. De faculteit heeft een vaccinatiebeleid opgesteld om medewerkers en studenten waar mogelijk preventief te beschermen of te vaccineren na een incident. De bedrijfsarts en de Arbodienst Zorg van de Zaak hebben daar ook een rol in.

Informatie over:

In de maand september krijgen studenten in het eerste studiejaar van de bachelor eenmalig gratis een tetanus vaccinatie aangeboden. De argumenten hiervoor zijn frequentie verwonding en intensief contact met mogelijk besmet materiaal. Als je al een tetanus- of DTP vaccinatie hebt gehad korter dan tien jaar geleden, dan geeft deze nog voldoende bescherming en hoef je nog niet opnieuw gevaccineerd te worden. Je kunt dit eventueel overleggen aan de hand van je gele vaccinatieboekje. Wanneer en waar de vaccinatie precies plaatsvindt volgt via Nieuws op deze site.

Arbo & Milieu heeft een beleid Preventie en Vaccinaties opgesteld, waarin informatie over de regelingen bij vaccinaties zijn opgenomen. 

Het formulier voor leidinggevenden om toestemming voor vaccinatie te geven vind je hier. Health Services vraagt je ook om een intakeformulier in te vullen. De twee formulieren samen kun je opsturen naar Health Services (adres op het formulier vermeld). Je wordt dan uitgenodigd voor een afspraak.

Kijk voor nadere informatie op de websites:

Arbo & Milieu Diergeneeskunde
Kenniscentrum Infectieziekten en Arbeid KIZA

Zoönosen zijn ziekten die kunnen overgaan van dier op mens. Sommige zoönosen zijn alleen vooral hinderlijk, zoals trichophytie, een door een schimmelinfectie veroorzaakte huidaandoening. Andere daarentegen kunnen ernstige symptomen geven en soms zelfs levensbedreigend zijn. Listeriose bijvoorbeeld kan hersenvliesontsteking veroorzaken.

De ernst van het ziektebeeld kan sterk variëren bij mens en dier. Sommige ziekten verlopen bij dieren zonder symptomen, terwijl zij bij de mens wel ernstige verschijnselen kunnen geven. Leptospirose is een voorbeeld van zo’n zoönose.

In het algemeen geldt dat hygiënisch werken een belangrijke factor is om het risico op infecties te minimaliseren:

  • Was regelmatig en grondig de handen met zeep
  • Desinfecteer gebruikte materialen. Thermometers en endoscopen zijn mogelijke bronnen van infectie
  • Dek wondjes af met een waterafstotende pleister of gebruik handschoenen
  • Draag beschermende kleding en laarzen (met een goed profiel)
  • Gebruik indien nodig handschoenen, mondkapjes en eventueel een veiligheidsbril
  • Wees voorzichtig met naalden, gooi ze direct weg in de daarvoor bestemde naaldcontainers
  • Fixeer dieren goed, eventueel met hulp van collega's
  • Wees extra voorzichtig bij verlossingen van zowel levende als dode vruchten. Zeker zwangere vrouwen moeten contact met abortusmateriaal vermijden.

Nadere informatie is te vinden op de website van het RIVM en van het Kennissysteem Infectie en Arbeid (KIZA).

Nadere informatie over:

Zwangerschap
Bij zwangerschap werkt het afweersysteem op een wat lager niveau dan normaal en de kans op besmetting is groter. Door deze verminderde weerstand is men vatbaarder voor infecties.

Een aantal zoönosen houdt een risico in voor zwangeren omdat zij een abortus dan wel vruchtafwijkingen kunnen veroorzaken. Zoönosen waarvan bekend is dat ze een risico vormen voor zwangeren zijn: Toxoplasmose, Rubellavirus (Rode Hond), Chlamydia psittaci (Papegaaienziekte), Listeria monocytogenes en Leptospirosis Hardjo (Melkerskoorts).

Ook zijn er zoönosen die indirect, via koorts of uitdroging tot problemen kunnen leiden en/of postnataal voor kleine kinderen voor problemen kunnen zorgen.

Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het immuunsysteem op allergenen: lichaamsvreemde maar onschuldige eiwitten. Bij sommige mensen wekt blootstelling aan dergelijke eiwitten een immuunreactie op. Allergie komt bij ongeveer 40% van de westerse bevolking voor. 

Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan:

  • Latex-allergie: medewerkers en studenten die veelvuldig in aanraking komen met latexproducten, zoals handschoenen, lopen het risico een latexallergie te ontwikkelen
  • proefdierallergie: medewerkers en studenten die veel in aanraking komen met (proef)dieren kunnen een overgevoeligheid ontwikkelen voor bepaalde eiwitten. 

Heb je last van een allergie en belemmert dit je in je studie? Meld dit dan aan de studieadviseur. Voor informatie over gezondheidsrisico's kun je terecht bij de afdeling Arbo & Milieu.

Biologische Veiligheid omvat een pakket aan maatregelen dat wordt getroffen om de veiligheid van onderzoek en onderwijs met biologische agentia (BA), waaronder ook genetisch gemodificeerde (micro-)organismen (ggo), te waarborgen.

Voor vragen of advies rond biologische veiligheid kun je je wenden tot de Biologische Veiligheidsfunctionaris van de faculteit.

Iedereen hoort veilig te kunnen werken en studeren, ook als je zwanger bent. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de risico's van bepaalde werkzaamheden. Het is wellicht niet leuk om in een vroeg stadium de zwangerschap bekend te maken, maar in situaties waarbij extra risico's aanwezig zijn, is dit wel aan te bevelen. Samen met de leidinggevende / begeleider kan worden gekeken of aanpassing van werkzaamheden of werktijden nodig is.

Ben je student en zwanger, meld dit dan aan de studieadviseur. De studieadviseur kan advies geven over studievertraging, mogelijkheden voor financiële steun (afstudeersteun en/of toeslag studiefinanciering) en kinderopvang. Voor informatie over gezondheidsrisico's kun je terecht bij de afdeling Arbo & Milieu.

Wil je nog geen melding doen van de zwangerschap, maar wel informatie ontvangen: mail dan naam, privé-adres, de afdeling waar je werkt (ivm uitdraai risicovolle stoffen) en eventuele specifieke vragen naar Arbo & Milieu. Je gegevens worden vertrouwelijk behandeld.

Klik hier voor de folder 'Kinderwens en zwangerschap' van de afdeling Arbo & Milieu. Deze informatie geldt voor medewerkers en voor studenten in vergelijkbare situaties.