De bacheloropleiding Diergeneeskunde is een brede opleiding en vormt de basis voor de masteropleiding Diergeneeskunde of een biomedische opleiding; voorbeelden zijn bepaalde Geneeskunde masters, bepaalde researchmasters in de Life Sciences en masters op het gebied van gezondheidsvoorlichting of beleid/bestuur. Een uitgebreid overzicht van (mogelijke) aansluitende masteropleidingen is beschikbaar bij de studieadviseurs.

Masterprogramma's

Om dierenarts te worden vervolg je je studie met de driejarige masteropleiding Diergeneeskunde. Je kiest voor één van de drie masterprogramma's (Via onderstaande links kom je terecht op het specifieke masterprogramma op de masterkiezerssite. De masterkiezerssite is een 'wervings-'site voor masterkiezers; de link opent daarom in een nieuw tabblad.):

Geneeskunde van gezelschapsdieren
Gezondheidszorg landbouwhuisdieren en veterinaire volksgezondheid
Gezondheidszorg paard

Je kunt ook een andere master kiezen.

Masterkeuze

Heb je hulp nodig bij het kiezen van een master? Dan kun je voor advies terecht bij de studieadviseur.

Binnen 2 jaar na afstuderen volgt 99% van de bachelors Diergeneeskunde een masterprogramma in Nederland (bron: KUO 2012). Van degenen die in het buitenland verder studeren en degenen die direct na de bachelor een baan zoeken, hebben we geen betrouwbare statistische gegevens.
Hieronder 'feiten en cijfers' over carrièreperspectieven na de master diergeneeskunde:

Het eerste jaar na afstuderen

Uit een alumnionderzoek van de faculteit Diergeneeskunde in 2015 blijkt dat gemiddeld 97.8% van de alumni binnen 1 jaar na afstuderen werk had.

  • 92.8% van de alumni was werkzaam als dierenarts (zowel praktiserend als niet-praktiserend)
  • 3.3% was werkzaam op master niveau, maar niet als dierenarts
  • 1.7% was werkzaam in een functie onder master niveau.
  • 2,3% van de alumni had nog geen baan binnen 1 jaar na afstuderen, waarvan 1.7% wel eerder in het op master niveau had gewerkt. De overige 0.6% had alleen onder master niveau gewerkt.

Per differentiatie waren er kleine verschillen te zien in het eerste jaar na afstuderen:

  • Dierenartsen met differentiatie GD werkten gemiddeld 10.1 maanden, waarvan 8.6 maanden op master niveau en 7.8 maanden als dierenarts (praktiserend of niet-praktiserend).
  • Dierenartsen met differentiatie Paard werkten gemiddeld 10.3 maanden, waarvan 7.6 maanden op master niveau en 7.4 maanden als dierenarts.
  • Dierenartsen met differentiatie LH/VV werkten gemiddeld het meest: 11.1 maanden, waarvan 10.0 maanden op master niveau en 9.8 maanden als dierenarts.

Ontwikkeling beroepsgroep in de loop der jaren
De KNMvD houdt gegevens over de ontwikkeling van de gehele werkzame beroepsgroep in Nederland bij.
De afgelopen 15 jaar is het aantal practici ondernemers gedaald van 62,2% naar 41,6% gedaald. Het aantal practici in loondienst is juist gestegen van 11,0% naar 30,0%. Bovendien is er een lichte stijging te zien in niet-practici: van 26,8% naar 28,4%.