De bacheloropleiding Diergeneeskunde is een brede opleiding en vormt de basis voor de masteropleiding Diergeneeskunde of een biomedische opleiding; voorbeelden zijn bepaalde Geneeskunde masters, bepaalde researchmasters in de Life Sciences en masters op het gebied van gezondheidsvoorlichting of beleid/bestuur. Een uitgebreid overzicht van (mogelijke) aansluitende masteropleidingen is beschikbaar bij de studieadviseurs.

Masterprogramma's

Om dierenarts te worden vervolg je je studie met de driejarige masteropleiding Diergeneeskunde. In 3 jaar (180 EC) word je opgeleid tot algemeen bevoegd dierenarts, waarbij je kennis vergaart over een breed scala aan onderwerpen in het veterinaire veld. Binnen de opleiding heb je ruim de mogelijkheid om keuzevakken, coschappen en eerstelijns praktijkstages (extern) te volgen. Ook is er gedurende de gehele master aandacht voor individuele competentieontwikkeling en zijn er mogelijkheden voor het volgen van cursussen bij partneruniversiteiten.

Binnen de master word je opgeleid tot een breed inzetbare dierenarts die over de juiste competenties en veterinaire kennis beschikt. Je weet welzijn en diergezondheid te plaatsen binnen het grotere geheel en weet je kennis in te zetten om zowel de gezondheid van het dier als ook die van de mens en zijn leefomgeving te verbeteren. Ook na het afronden van de master blijf je je een leven lang professioneel ontwikkelen. 

Je kunt ook een andere master kiezen.

Masterkeuze

Heb je hulp nodig bij het kiezen van een master? Dan kun je voor advies terecht bij de studieadviseur.

Hieronder 'feiten en cijfers' over carrièreperspectieven na de master diergeneeskunde:

Het eerste jaar na afstuderen

Uit een alumnionderzoek van de faculteit Diergeneeskunde in 2015 blijkt dat gemiddeld 97.8% van de alumni binnen 1 jaar na afstuderen werk had.

  • 92.8% van de alumni was werkzaam als dierenarts (zowel praktiserend als niet-praktiserend)
  • 3.3% was werkzaam op master niveau, maar niet als dierenarts
  • 1.7% was werkzaam in een functie onder master niveau.
  • 2,3% van de alumni had nog geen baan binnen 1 jaar na afstuderen, waarvan 1.7% wel eerder in het op master niveau had gewerkt. De overige 0.6% had alleen onder master niveau gewerkt.

Per differentiatie waren er kleine verschillen te zien in het eerste jaar na afstuderen:

  • Dierenartsen met differentiatie GD werkten gemiddeld 10.1 maanden, waarvan 8.6 maanden op master niveau en 7.8 maanden als dierenarts (praktiserend of niet-praktiserend).
  • Dierenartsen met differentiatie Paard werkten gemiddeld 10.3 maanden, waarvan 7.6 maanden op master niveau en 7.4 maanden als dierenarts.
  • Dierenartsen met differentiatie LH/VV werkten gemiddeld het meest: 11.1 maanden, waarvan 10.0 maanden op master niveau en 9.8 maanden als dierenarts.

Ontwikkeling beroepsgroep in de loop der jaren
De KNMvD houdt gegevens over de ontwikkeling van de gehele werkzame beroepsgroep in Nederland bij.
De afgelopen 15 jaar is het aantal practici ondernemers gedaald van 62,2% naar 41,6% gedaald. Het aantal practici in loondienst is juist gestegen van 11,0% naar 30,0%. Bovendien is er een lichte stijging te zien in niet-practici: van 26,8% naar 28,4%.