Stan Wever beantwoordt veelgestelde vragen
Stan Wever

Wiskundestudent Stan Wever beantwoordt veelgestelde vragen en gaat in op opmerkingen van studenten die de Matching Wiskunde (en toepassingen) doorlopen. De vragen zijn gegroepeerd in drie categorieën. Iedere categorie bevat een aantal vragen en antwoorden.

Wat is anders?

Veel dingen zijn anders als je gaat studeren. Zo heb je niet meer acht, maar twee vakken tegelijk, krijg je veel meer verantwoordelijkheden en ben je vooral bezig met wiskunde. Wat zijn de dingen waarop je moet letten?

Wat ik erg zal missen is het interactieve aspect van een les, in het eerste jaar zijn er maar 12-18 contacturen per week.

Het is zeker waar dat je reletief weinig contacturen hebt wanneer je wiskunde gaat studeren. Bij een dubbele studie kan dit natuulijk weer totaal anders zijn. Een gemiddeld wiskundevak heeft 2 hoorcolleges en 2 werkcolleges per week. Dit komt neer op 8 uur en dus met twee vakken per blok op 16 uur les per week. Je hebt in blokken van 2 uur les waarbij je constant nieuwe informatie krijgt. Deze stof moet je voor een groot deel buiten de colleges verwerken. Hier staat officieel 24 uur per week voor, en dat is veel tijd als je alleen aan de slag gaat. Dit is een hele andere opbouw dan op de middelbare school, waar je ongeveer 20 minuten uitleg krijgt en dan tijd krijgt om hierover opgaven te maken. Wat ik zelf heb gemerkt is dat het heel goed werkt om met een groepje dat hetzelfde vak volgt aan de opgaven te werken. Dit heb ik veel gedaan met de mensen die in mijn introductiegroepje zaten. Er is op de universiteit ook genoeg ruimte om samen te werken. Op deze manier heb je ook meer interactie en kan je samen wiskunde maken. Los van werken met medestudenten zijn er bij de werkcolleges altijd studentassistenten aanwezig waar je vragen aan kan stellen. Dit geeft ook veel interactie en het helpt heel erg bij het begrijpen van moeilijke stof. Je hebt nu alleen veel meer verantwoordelijkheid. Je moet zelf met mensen gaan samen werken en vragen stellen als je iets niet snapt. Als je dit niet doet zal je er aan het eind van het blok achterkomen dat je toch niet heel veel van je vak begrijpt.

Een aspect dat mij het meest aanspreekt is de keuzevrijehid en vakken die worden aangeboden, ik hoef niet van tevoren te weten welk onderdeel van de wiskunde ik precies wil doen.

Veel mensen voelen zich aangetrokken tot de Universiteit Utrecht omdat hier erg veel keuzeruimte is. Dit is zeker waar en is heel erg fijn om te hebben. Het is alleen wel belangrijk om je te realiseren dat met deze vrijheid ook een eigen verantwoordelijkheid komt. Je moet er zelf voor zorgen dat je aan de eisen van de opleiding voldoet. In het eerste jaar staan bijna alle vakken nog vast en kan je dus rustig uitzoeken wat bij jou past. Echter, het is wel belangrijk dat je beseft dat je aan het eind van het eerste jaar goed moet nadenken over welk(e) vakgebied(en) je leukt vindt. Veel derdejaars vakken vereisen namelijk voorkennis. Je moet dus van te voren inplannen welke vakken je in het tweede jaar gaat volgen zodat je de juiste voorkennis hebt. Dit hoef je gelukkig niet alleen te doen. Je kan namelijk altijd terecht bij de studieadiviseur om je studieplan te bespreken.

Ik twijfel of ik puur wiskunde misschien niet leuk genoeg vind.

Er zijn mensen die wiskunde leuk vinden, maar niet zeker weten of ze alleen wiskunde leuk vinden, en toch besluiten om een bachelor wiskunde te volgen met het idee om hierna een toegepaste master te kiezen. Dit is in principe mogelijk, want je hebt toegang tot heel veel masterprogrammas met een bachelor wiskunde. Echter, je moet goed beseffen dat je dan wel ongeveer twee jaar lang puur wiskunde gaat doen. Zelfs als je Wiskunde en toepassingen gaat studeren. Als je dat niet leuk of interessant vindt, is de kans erg groot dat je het niet gaat redden. Je zult gaan werken aan wiskundige problemen waar je niet direct uit komt en waar je uren aan zal moeten werken, zonder dat je direct vooruitgang ziet. Het is vaak een abstract probleem waarvan je niet direct de toepassing ziet. Bij wiskunde proberen we namelijk algemene uitspraken te doen over abstract situaties, zodat de resultaten die we vinden heel breed kunnen worden toegepast. Om hiervoor motivatie te vinden moet je het daadwerkelijk leuk en interessant vinden om op een puur wiskundig niveau te denken. Anders wordt het heel erg zwaar. Wiskunde en toepassingen is inderdaad gericht op de toepassingen van Wiskunde, maar daarvoor moet je wel eerst een wiskundige basis hebben. Daarom is het eerste jaar van de studie Wiskunde en Wiskunden en toepassingen nagenoeg hetzelfde.

Mijn eigen ervaringen

Het is al weer eventjes geleden, maar ik ben ook eerstejaars geweest. Over deze onderwerpen krijg ik vaak vragen op open dagen en ik zou graag mijn ervaringen erover delen.

Het enige wat mij niet leuk lijkt is kansrekening; Tegen de verplichte statistiek vakken zie ik op.

Veel mensen die wiskunde willen gaan studeren zien op tegen de vakken over kansrekening of statistiek en, ik was hier zelf geen uitzondering op. Ik heb zelf wel gemerkt dat het uiteindelijk allemaal wel meevalt. Ten eerste is er maar één kansrekening en statistiek vak verplicht. Als je het interessant vindt, kan je er veel meer volgen, maar dat hoeft helemaal niet. Ook is het goed om op te merken dat kansrekening & statistiek heel anders is als op de middelbare school. Bij de studie wiskunde wordt vooral gekeken naar de theorie erachter en werken we met kansfuncties die je bijvoorbeeld moet integreren of differentiëren. Het zijn niet de problemen waar Henk 6 keer een dobbelsteen gooit, maar veel algemenere kanstheoretische problemen. Hiermee bedoel ik dat je bij kansrekening op de middelbare school een aantal formules krijgt toegereikt en dat je deze dan in verschillende situaties moet toepassen. Op de universiteit bekijken we juist hoe we deze formules kunnen opstellen. Dit wil je zo abstract mogelijk doen want, want hoe algemener je resultaat, hoe breder je het kan toepassen. Dit lijkt in die zin dan veel meer op andere wiskunde bewijsvakken.

Programmeren is echt niet mijn ding; Ik vind het jammer dat er een verplicht programmeervak is.

Dit valt een beetje in het zelfde rijtje als kansrekening. Ook programmeren is een verplicht deel van de bachelor. Het gaat hier ook weer om maar één vak. Uiteindelijk vond ik het zelf heel handig dat ik een beetje heb leren programmeren. Zo kan je bij andere vakken je computer gebruiken om bepaalde situaties te visualizeren, wat erg kan helpen bij het inzicht in een probleem.

De dubbele bachelor wiskunde en natuurkunde sprak mij het meest aan; Volgens mij is Utrecht de meest georganiseerde universiteit wat betreft de dubbele bachelor.

Ikzelf doe de dubbele bachelor wiskunde en natuurkunde. Ik ben heel erg blij dat ik dit dubbel programma heb gekozen en studeer het met plezier. Er zijn echter wel een aantal dingen waarmee je rekening moet houden bij een dubbele bachelor, dit geldt ook voor andere dubbele bachelors. Het eerste wat je je moet realiseren is dat je moet voldoen aan twee examenprogrammas. Dit zorgt ervoor dat je keuze ruimte een stuk kleiner wordt. Wat ik bij keuzeruimte zei over een planning maken is bij een dubbele bachelor nog veel belangrijker, anders is het niet mogelijk om de vakken te doen die jou erg leuk lijken. Verder is het mogelijk om de dubbele bachelor in 3 jaar af te ronden, maar het grootste gedeelte van mijn vrienden doen er allemaal 4 jaar over. Dit enerzijds om de werkdruk te verlagen en anderzijds om meer ruimte te creëren zodat ze meer vakken kunnen volgen waarin ze geïnteresseerd zijn.

Verder heb ik wiskunde D gevolgd en bezit ik ook die kennis.

Veel mensen die wiskunde gaan studeren hebben op de middelbare school wiskunde D gevolgd waaronder ikzelf. Ik wil hier duidelijk maken dat als je dit niet hebt gevolgd dat het geen probleem is. Sterker nog de voorsprong die studenten hebben als ze wiskunde D hebben gevolgd is ongeveer 1-2 weken van het eerste vak. Niet alle stof, maar een deel hiervan. Dus verwacht niet dat je het eerste vak makkelijk zal halen of extra moeilijk zal worden omdat je wiskunde D wel of niet hebt gevolgd.

Vooruitzichten

Studeren is hartstikke leuk, maar je studeert uiteindelijk met een doel. De vraag is dan natuurlijk wat kan je eigenlijk met wiskunde. Welke toepassingen van wiskunde kom je tegen in je studie en wat zijn de beroepsmogelijkheden?

Ik ben iemand die graag de maatschappelijke kant van wiskunde wilt ontdekken; De vakken meetkunde lijken me minder leuk, omdat dit met geringe mate op de economie toe te passen is.

Wiskunde is verschrikkelijk nuttig en wordt gebruikt in bijna alle andere vakgebieden, bijvoorbeeld in de vorm van statistiek. Hierdoor helpt wiskunde je in zekere zin om natuurkunde, economie of een ander vakgebied beter te begrijpen. Veel mensen hopen door wiskunde te gaan studeren ook meer over die vakgebieden te leren. Dit is minimaal het geval. Wanneer je wiskunde studeert leer je hoe de wiskunde die gebruikt wordt in deze vakgebieden is opgebouwd. Dat geeft alleen vrij weinig direct inzicht in natuurkunde of economie zelf. Zo is bijvoorbeeld de wiskunde die wordt gebruikt in hedendaagse theorieën van natuurkunde al moeilijk toe te passen voor een natuurkundestudent en om de bewijzen te begrijpen die hieraan ten grondslag liggen, moet je meestal al en PhD doen. Toepassingen van wiskunde worden wel besproken, maar dat is nog steeds op een vrij abstract niveau. Zo zie je nooit direct de maatschappelijke kant van wiskunde bij een wiskundevak en valt de stof bijna nooit direct toe te passen op bijvoorbeeld economie. In je programma heb je wel ruimte om keuzevakken te volgen bij een andere studie.

Als je Wiskunde en toepassingen studeert ligt het net anders. Die studie is zoals de naam doet vermoeden gefocust op de toepassingen van wiskunde. Echter, het eerste jaar van die studie komt bijna helemaal overeen met de normale studie wiskunde. Je moet namelijk een stevige wiskundige fundering hebben om op een wiskundige manier naar de toepassingen te kijken. Richting het eind van je tweede jaar en derde jaar ga je meer wiskunde toepassen. Al is dit nog steeds veel wiskundiger dan bij bijvoorbeeld een studie Economie. Wiskunde en toepassingen is dus wel echt wiskunde studeren.

Ik zou liever niet op een middelbare school les geven.

Laat ik beginnen met te zeggen dat je bij een studie wiskunde niet duidelijk voor één beroep studeert, zoals bijvoorbeeld bij geneeskunde. Je wordt wiskundige en die worden heel erg breed ingezet. En voor alle duidelijkheid, verder kan je kan veel meer worden dan alleen wiskundedocent. Je leert bij de studie wiskunde analytisch denken wat veel bedrijven erg waarderen en je hiervoor graag zouden willen aannemen. En het is natuurlijk ook mogelijk om na je master onderzoek te gaan doen. Oftewel er zijn heel veel mogelijkheden en dat is misschien juist wel vervelend. Wat hierbij helpt is dat de studievereniging A-Eskwadraat door het jaar heen veel activiteiten organiseert om je te oriënteren op de arbeidsmarkt. Zo geven bedrijven lunchlezingen, zijn er bedrijfsbezoeken en zelfs hele symposia gericht op arbeidsmarktoriëntatie. Door hier naartoe te gaan krijg je langzaamaan een beeld van wat de mogelijkheden zijn en wat je leuk zou vinden. Ik wist aan het begin van mijn studie ook niet wat ik later wilde doen, maar ik weet steeds beter wat ik wel en niet wil. Dit is natuurlijk niet het enige was A-Eskwadraat doet. Verder organiseren ze ook spellenavonden, wiskundesymposia en recreatieve wiskunde avonden, maar ook borrels, feesten en uitjes.