Welkom, dit is de digitale studiegids van Scheikunde en Molecular Life Sciences!

Zie voor al je vragen over de opleiding de onderwerpen in het linkermenu.

Scheikunde kent drie programma's:

Scheikunde
Molecular Life Sciences (MLS) (ook via Biologie)
Dubbele bachelor Scheikunde & Natuur- en Sterrenkunde

Eindtermen van de bachelor Scheikunde

De eindtermen van de bachelor Scheikunde zijn mede gebaseerd op de doelstellingen die in Europees verband voor bacheloropleidingen scheikunde door het ECTN-netwerk zijn opgesteld, op de doelstellingen die zijn opgesteld door het Scheikundecomité van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten VSNU en op de algemene doelstellingen die zijn ontwikkeld door de Universiteit Utrecht.

De student met een bachelordiploma Scheikunde:

1.  heeft kennis en begrip van de belangrijkste anorganische, organische, fysisch chemische, analytisch chemische, biochemische en kwantumchemische basisconcepten en van de spectroscopie en kan deze  toepassen bij het oplossen van een scheikundig probleem; en heeft de daarvoor de benodigde wiskundige, natuurkundige en biologische  kennis en vaardigheden;
2.  kan in een laboratorium veilig, kundig en verantwoord omgaan met apparatuur en chemische materialen:
3.  kan, in beperkte mate zelfstandig, kennis vergaren voor het oplossen van complexe scheikundige problemen, zowel individueel als in teamverband;
4.  kan, in beperkte mate zelfstandig, een wetenschappelijk probleem vertalen in een experimenteel onderzoeksplan, dat uitvoeren en de resultaten ervan analyseren en interpreteren, in relatie tot de relevante literatuur en kan van deze r resultaten zowel mondeling als schriftelijk op professionele wijze verslag doen;
5.  kan de door hem/haar zelf geselecteerde wetenschappelijke literatuur en andere databronnen kritisch analyseren, interpreteren en evalueren;
6.  kan in professionele context mondeling communiceren over zijn vakgebied, in het Nederlands en het Engels;
7.  kan in professionele context schriftelijk communiceren over zijn vakgebied, in het Nederlands en het Engels;
8.  kan kritisch reflecteren op eigen en andermans handelen in professionele context om zijn/haar (en hun) bijdrage te verbeteren;
9.  kan reflecteren over de maatschappelijke en ethische consequenties van scheikundig onderzoek en kan zijn/haar mening met argumenten onderbouwen;
10. kan een weloverwogen keuze maken voor een vervolgopleiding of beroep.