Als je de opleidingen Informatica en Wiskunde allebei wilt volgen, doe je in totaal niet 3x8=24 vakken, maar afhankelijk van de invulling van je keuzevakken 29 tot 32 vakken. Om de studie toch in 3 jaar af te ronden, zul je dus in 5 tot 8 van de 12 perioden een extra vak moeten doen. De plaatsing van verplichte vakken in timeslots is er zorgvuldig op afgestemd om dit mogelijk te maken. Hieronder beschrijven we de aanbevolen volgorde van vakken.

Jaar 1, periode 1

Bij Wiskunde doe je beide vakken Infinitesimaalrekening A (timeslot B) en Wat is wiskunde (timeslot C).

Bij Informatica doe je alleen Imperatief programmeren (timeslot D). Het vak Computerarchitectuur&netwerken (timeslot A) dat eerstejaars normaalgesproken doen, stel je uit naar het tweede jaar. (Qua rooster had het gekund, maar vier vakken tegelijk is wat te veel van het goede).

In plaats van Imperatief programmeren mag je ook Gameprogrammeren (eveneens timeslot D) doen. Dat is gebruikelijk voor eerstejaars die het studiepad Gametechnologie volgen. Voor dat studiepad gelden enkele extra eisen aan je keuzevakken, die niet compatibel zijn met de strategische invulling van keuzevakken die de overlap tussen de twee opleidingen maximaliseert. Als je toch studiepad Gametechnologie wilt volgen, kom je uit op in totaal 32 vakken in plaats van de minimale 29.

Jaar 1, periode 2

Bij Wiskunde doe je het vak Kansrekening en statistiek (timeslot B) en het vak Lineaire algebra (timeslot C). 

Voor het vak Logica voor informatica (timeslot D) dat eerstejaars normaalgesproken doen krijg je vrijstelling omdat je bij Wiskunde Wat is wiskunde hebt gedaan en Inleiding analyse gaat doen (in periode 4).

De eerstejaars informatica doen daarnaast het keuzevak Introductieproject (timeslot A). Jij zou als derde vak hier ook aan kunnen meedoen, en daarmee een begin maken met je informatica-keuzevakken.

Jaar 1, periode 3

Bij Wiskunde doe je het vak Infinitesimaalrekening B (timeslot A).

Bij Informatica doe je het vak Databases (timeslot B).

De informatica-studenten doen hiernaast een keuzevak, meestal Webtechnologie in timeslot D. Ook de wiskundestudenten doen een keuzevak in timeslot D. Jij zou als derde vak aan een van deze vakken kunnen meedoen.

Jaar 1, periode 4

Bij Wiskunde doe je beide vakken Inleiding analyse (timeslot C).

Bij Informatica doe je het vak Graphics (timeslot B) en vak Datastructuren (timeslot D).

De wiskundestudenten doen daarnaast het vak Programmeren voor wiskunde, maar daarvoor heb je vrijstelling omdat je in periode 2 al Imperatief programmeren hebt gedaan.

Jaar 2, periode 1

Bij Informatica doe je het uit het eerste jaar uitgestelde vak Computerarchitectuur&netwerken (timeslot A).

Daarnaast doen tweedejaars Informatica normaalgesproken ook de twee verplichte vakken Functioneel programmeren (timeslot B) en Modelleren&systeemontwikkeling (timeslot C). Dat kun jij ook doen, en dat wordt het dus een periode met 3 Informatica-vakken.

Maar Wiskunde heeft ook twee keuzevakken in de aanbieding, van de soort waarvan je er 3 uit 6 moet kiezen. In deze periode zijn dat Functies&reeksen (timeslot B) en Groepentheorie (timeslot C). Je kunt een van deze twee kiezen, en het conflicterende informaticavak naar het derde jaar uitstellen. Wil je beide wiskundevakken kiezen, dan kun je een van beide nu doen, en de andere in het derde jaar. Maar dan wordt jaar 3 periode 1 wel erg vol.

Jaar 2, periode 2

Bij Informatica doe je het vak Concurrency (timeslot C). Ben je de opleiding in 2014 of eerder begonnen, dan mag het ook een ander keuzevak zijn: Kunstmatige intelligentie (timeslot D) of Talen&compilers (timeslot A).

Daarnaast in het verstandig om te kiezen voor het vak Optimalisering&complexiteit (timeslot B). Dit vak telt namelijk als informaticavak èn als wiskundevak. Je mag ook iets anders kiezen, maar dan moet je dus zowel bij Informatica als bij Wiskunde een vak kiezen.

In aanmerking komende wiskunde-keuzevakken zijn in dat geval Numerieke wiskunde (timeslot B) of Inleiding topologie (timeslot C) of en van de nivo-3 vakken. En bij informatica is er Kunstmatige intelligentie (timeslot D) of Talen&compilers (timeslot A).

Jaar 2, periode 3

Bij Informatica doe je het vak Onderzoeksmethoden (timeslot C). Dat is een niet zo moeilijk, want er zit een portie statistiek in die je grotendeels ook al bij Wiskunde hebt gehad bij Kansrekening&statistiek. Maar daarnaast zitten er de dingen in die je bij Wiskunde gemist hebt, omdat je vrijstelling had voor Communiceren in de Wiskunde.

Daarnaast in het verstandig om te kiezen voor het vak Discrete wiskunde (timeslot B). Dit vak telt namelijk als informaticavak èn als wiskundevak. Je mag ook iets anders kiezen, maar dan moet je dus zowel bij Informatica als bij Wiskunde een vak kiezen.

Bij wiskunde zijn is er het keuzevak Differentiaalvergelijkingen (timeslot B) en de nivo-3 vakken Ringen&Galoistheorie (timeslot A), Topologie&meetkunde (timelsot B), Geschiedenis van de wiskunde (timeslot C), Grondslagen van de wiskunde (timeslot D), en Scientific computing (timeslot D).

Bi jinformatica zijn er de keuzevakken Interactietechnologie (timeslot A), Intelligente systemen (timeslot B), Algoritmiek (timeslot C) en Webtechnologie (timeslot D).

Jaar 2, periode 4

Bij Informatica doe je het uit het eerste jaar uitgestelde vak Graphics (timeslot B). Dat is niet zo moeilijk, want er zit een portie lineaire algebra in die je grotendeels ook al bij Wiskunde hebt gehad bij Lineaire algebra.

Daarnaast heb je ruimte voor een wiskunde-keuzevak. Het 3-uit-6 keuzevak Complexe functies komt slecht uit, want dat is ook in timeslot B, en dat geldt ook voor het nivo-3 keuzevak Analyse in meer variabelen.Beter passend is Speltheorie (timeslot C), Financiele wiskunde (timeslot C) en Stochastische processen (timeslot D).

Bij informatica zijn er de keuzevakken Driedimensionaal modelleren (conflicterend in timeslot B), Computationele intelligentie (timeslot C), Software testing en verificatie (timeslot C) en Data-analyse&retrieval (timeslot D).

Jaar 3, periode 1

In het derde jaar moet je bij beide opleidingen een afstudeerproject doen. Bij Informatica is dat het Softwareproject met een omvang van 2 vakken, naar keuze half-time in periode 1+2 of periode 3+4. Bij Wiskunde is het de Bachelorscriptie, die je in elke periode kunt doen. Beide eindwerken tegelijk doen is wat veel van het goede. Omdat je bij Wiskunde eerst nog wat vakken moet doen zou de de Bachelorscriptie aan het eind van het jaar kunnen doen, en dus het Softwareproject in periode 1+2. Maar, afhankelijk van je overige keuzevak-wensen kun je het Softwareproject ook in periode 3+4 doen.

In periode 1 is het in ieder geval verstandig om te kiezen voor het vak Security (timeslot A). Dit vak telt namelijk als informaticavak èn als wiskundevak. Je mag ook iets anders kiezen, maar dan moet je dus zowel bij Informatica als bij Wiskunde een vak kiezen.

Daarnaast heb je misschien een van de twee verplichte informaticavakken Functioneel programmeren (timeslot B) en Modelleren&systeemontwikkeling (timeslot C) naar dit jaar uitgesteld.

Of misschien wil je een van de wiskunde-3-uit-6-vakken Functies&reeksen (timeslot B) of Groepentheorie (timeslot C) doen.

En er zijn nog vele andere keuzevakken. Bij informatica: Beeldverwerking (timeslot D), bij wiskunde: Differentieerbare varieteiten (timeslot A), Elementaire getaltheorie (timeslot B), Econometrie (timeslot C), Maat&integratie (timeslot D).

Heb je in totaal nu 2 vakken, dan kun je het Softwareproject ernaast doen. Dit gebruikt officieel timeslot C, maar laat zich eventueel wel combineren met een ander vak in timeslot C.

Jaar 3, periode 2

Ben je in periode 1 aan het Softwareproject begonnen, dan ga je er nu natuurlijk mee door.

Daarnaast zijn er twee mogelijkheden voor een wiskunde-3-uit-6 vak: Numerieke wiskunde (timeslot B) en/of Topologie (timeslot C).

Doe je het Softwareproject pas later, dan heb je nu tijd over, en zou je de Wiskunde-Bachelorscriptie kunnen doen, of er op z'n minst aan kunnen beginnen.

Zowel bij wiskunde als bij informatica zijn er nog diverse keuzevakken mogelijk.

Jaar 3, periode 3+4

Bij Wiskunde zijn er nog twee gelegenheden voor een 3-uit-6-keuzevak: Differentiaalvergelijkingen (periode 3, timeslot B) en Complexe functies (periode 4, timeslot B).

Daarnaast moet je nog één wiskunde-keuzevak, en de wiskunde-Afstudeerscriptie.

Of misschien toch juist het Informatica-Softwareproject in periode 3+4?