Studentensite

De Scriptiecursus

Deze website is bedoeld als informatieportal voor studenten, docenten en externe begeleiders van de vakken ‘onderzoekscriptie’ (literatuurscriptie; B-B3ONSCR, 7,5 EC) en ‘Onderzoeksproject’ (Scriptie gecombineerd met stage: B-B3ONSCR en B-B3ONST, 15 EC) van de Bacheloropleiding Biologie, Universiteit Utrecht.

LET OP: Met ingang van periode 1 2016-2017 is het vak  Afstudeeropdracht’ (B-B3AFST05) vervallen. Hier is B-B3ONSCR voor in de plaats gekomen. De formele cursusbeschrijving vind je in de studiegids.

 

Het schrijven van een afstudeerscriptie is verplicht voor alle studenten die de Bacheloropleiding Biologie aan de UU volgen en wordt gezien als een proeve van bekwaamheid om het bachelordiploma te mogen ontvangen. Het is de 'kroon' op je bachelorstudie. Ruim voor aanvang van de cursus ga je zelf op zoek naar een onderwerp en begeleider. Het vinden van een begeleider en het maken van goede afspraken is je eigen verantwoordelijkheid.

 

Het schrijven van een goede, leesbare scriptie is een leuke en leerzame klus. Zeker als het onderwerp je goed blijkt te liggen kun je daar met veel plezier aan werken. Het schrijven van een scriptie vraagt de nodige voorbereiding en veel discipline. Als je eenmaal begonnen bent zijn er ook een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Op deze pagina vind je informatie over het voorbereiden, schrijven en afronden van je literatuurscriptie en/of onderzoeksproject. Ook zijn hier verschillende formulieren en documenten te vinden die gebruikt moeten worden voor de beoordeling van de scriptie/onderzoeksproject en gebruikt kunnen worden voor het vastleggen van afspraken tussen student en begeleider.

Heb je moeite met schrijven? Bezoek dan de website van het UU SkillLab. Hier kun je gratis schrijfcoaching krijgen van een getrainde student (peer tutor).

De voorbereiding

Je scriptie is een afronding van je bachelor en is een visitekaartje waar masteropleidingen en werkgevers naar kunnen vragen. Dit is dus je kans om te laten zien wat je in huis hebt en wat je allemaal hebt geleerd in de afgelopen jaren. Het schrijven van een goede literatuurscriptie vereist een goede voorbereiding en planning en een hoge mate van zelfstandigheid en discipline.

Ruim voor aanvang van de cursus ga je zelf op zoek naar een onderwerp en begeleider. Hier is een link naar onderzoeksgroepen bij het departement Biologie om je te oriënteren. Je mag je scriptie ook schrijven bij een departement, factulteit, instelling of bedrijf buiten het departement Biologie. Meer informatie over het 'extern' schrijven vind je elders op deze website.

 

Begin op tijd met zoeken en maak afspraken met je begeleider. Plaatsen zijn soms selectief en populaire onderwerpen bij populaire vakgroepen kunnen ruim van te voren al vergeven zijn. Zeker als je extern een scriptie wil gaan schrijven is op tijd beginnen met het zoeken naar een plek en een begeleider van belang. Benader op tijd de groep, het bedrijf of instelling waar je de scriptie wilt schrijven en maak goede afspraken met je begeleider. Zoek ook alvast een 2e beoordelaar binnen het departement Biologie die als examinator wil optreden.

Als je je hebt ingeschreven voor de cursus via de reguliere inschrijvingsroute in Osiris ontvang je enkele weken voor aanvang een verzoek om een online Survey Monkey vragenlijst (o.m. over voorkeur en reeds gemaakte afspraken omtrent je scriptie/project) in te vullen. Daarna ontvang je een cursushandleiding behorende bij de periode waarin je je scriptie schrijft/onderzoeksproject doet. Deze is ook te vinden onder het kopje 'Documents and Forms' op deze website. Het invullen van de vragenlijst is belangrijk omdat de coordinatoren je begeleider(s) op basis hiervan van essentiele informatie kunnen voorzien.

 

Je kunt het scriptie onderzoek natuurlijk ook in het buitenland doen. Meer informatie hierover vind je bij "studeren in het buitenland" bij praktische info voor bèta studenten. Begin ruim op tijd met het plannen als je je scriptie (en eventueel onderzoek) in het buitenland wilt doen. Belangrijk is om vroegtijdig contact te leggen met een docent bij Biologie die je vanuit de UU kan begeleiden en als examinator wil optreden. Overleg ook met hem/haar of je plannen - en stage organisatie - van voldoende wetenschappelijk niveau zijn. Als je je inschrijft voor de scriptiecursus in Osiris en een 'buitenlandverzoek' doet in Osiris moet je een 'formulier t.a.v. scriptieonderzoek’ indienen. Dit formulier kun je HIER vinden. Vergeet niet ook contact op te nemen met het Science International Office om practische zaken te bespreken/regelen.

 

Kijk bij vragen en problemen eerst in de cursushandleiding en op deze website. Biedt dit geen oplossing? Dan zijn wij te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl, of op kamer Kruyt Z407; tel. 030-2534143 (Ton Peeters) of kamer Kruyt O405; tel. 030-2533111 (Martijn van Zanten)

 

NB: De scriptiecursus kan elke periode gevolgd worden in beide timeslots  (A+D, B+C). Regels en richtlijnen kunnen veranderen per periode. Zorg daarom dat je altijd informatie haalt uit de cursushandleiding en/of studiegids behorende bij de periode en jaar waarin je de cursus volgt.

De formele cursusbeschrijving vind je in de studiegids.

De voorbereiding (FAQ)

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot de voorbereiding van de scriptiecursus. Kun je het antwoord op je vraag niet vinden, kijk dan ook eens in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Daar vind je informatie over de cursusinhoud, beoordeling en opbouw van je scriptie en onderzoeksverslag. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Wat doe je precies bij de scriptiecursus?

A.   Tijdens de scriptiecursus diep je zelfstandig een specifiek onderwerp uit de biologie uit. Hiervoor zoek je uit alle beschikbare literatuur relevante informatie die je op de juiste manier verwerkt tot een scriptie. Het eindresultaat hiervan, de scriptie, is niet alleen een beschrijvende samenvatting van de beschikbare feiten en ideeën ('een review'), maar bevat ook een eigen kritische beschouwing en synthese van de literatuur. Het verder ontwikkelen van je academische vaardigheden zoals het  doen van een gedegen literatuuronderzoek, correct wetenschappelijk schrijven en presenteren, staat hierbij centraal. Het eindproduct van de cursus bestaat uit een leesbare scriptie van ongeveer 20 – 25 pagina’s (6000-8000 woorden) in het Nederlands of Engels (het laatste met goedvinden van je begeleider).

 

Q.   Wat is precies het verschil tussen de vakken ‘Onderzoekscriptie' en ‘Onderzoeksproject’?

A.   Je volgt het vak Onderzoeksscriptie (B-B3ONSCR; 7.5 EC) als je alleen een scriptie wilt schrijven. Dit vak mag je combineren met het vak Onderzoeksproject (B-B3ONST) als je een scriptie wilt schrijven in combinatie met het doen van een onderzoekstage. In het vak Onderzoeksproject (B-B3ONSCR en B-B3ONST; 15 EC) schrijf je naast je literatuurscriptie (7,5 ECTS) ook een onderzoeksverslag (7,5 ECTS). Op het inleveren van 2 documenten zijn geen uitzonderingen mogelijk. Het Onderzoeksproject bestaat namelijk formeel uit twee afzonderlijke vakken, met elk een eigen eindcijfer en tentaminering. Daarom moeten er ook twee einddocumenten worden ingeleverd (een scriptie en een onderzoeksverslag). Idealiter zijn de onderwerpen van beide onderdelen complementair, maar dat is geen strikte eis. Vergelijkbare onderwerpen voorkomt echter dat je moet inlezen op verschillende onderwerpen, wat een tijdrovende klus is.

NB. met ingang van periode 1 2015-2016 vervalt de cursuscode B-B3AFST. Deze is dus vervangen door de cursuscode B-B3ONSCR.

In overleg met begeleder en coordinatoren is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden. Dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoordinatoren. Breng de coordinatoren dus altijd op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

 

Q.   Wanneer mag ik me inschrijven voor de cursus ‘Onderzoeksscriptie’ of  ‘Onderzoeksproject’?

A.   Als ingangseis voor zowel de cursus Onderzoeksscriptie (B-B3ONSCR) als Onderzoeksproject (B-B3ONST) geldt dat je tenminste 120 studiepunten van de major van de Bacheloropleiding Biologie hebt behaald en het verplichte deel (6 cursussen van jaar 1) geheel met voldoendes hebt afgerond. Voldoe je niet aan deze eisen en wil je toch aan je scriptie beginnen dan kun je een verzoek tot ontheffing indienen bij de Examencommissie.

 

Q.   Hoe schrijf ik me in voor de Onderzoeksscriptie en het Onderzoeksproject?

A.   Je schrijft je op gebruikelijke wijze in via Osiris in de daarvoor aangewezen inschrijvingsperiode. Wil je alleen een scriptie schrijven, dan schrijf je in voor het vak Onderzoekscriptie (B-B3ONSC). Wil je het schrijven van een scriptie combineren met een Onderzoeksproject, dan schrijf je in voor B-BONSC en voor het vak Onderzoeksproject (B-B3ONST). Let op: Je dient je dus in het laatste geval voor beide onderdelen (onderzoek en scriptie) apart in te schrijven. Voor alléén B-B3ONST kun je je niet inschrijven, alleen in combinatie met B-B3ONSCR! Deze cursus is 15 EC (2 x 7.5 EC) en valt per definitie in timeslot A+B+C+D, dus full-time, en is in elke periode te volgen. Het Onderzoeksproject bestaat formeel uit twee afzonderlijke vakken, met elk een eigen eindcijfer. Daarom moeten er ook twee einddocumenten worden ingeleverd (een literatuurscriptie en een onderzoeksverslag).

In overleg is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden, dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoordinatoren. Breng de coordinatoren dus altijd op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

 

Q.   Hoe vind ik een begeleider/onderwerp voor mijn scriptie/onderzoeksproject?

A.   Je gaat zelf op zoek naar een onderwerp en begeleider. Hier vind je onderzoeksgroepen bij Biologie om je te oriënteren. Begin op tijd met zoeken en maak afspraken met je begeleider. Plaatsen zijn selectief en populaire onderwerpen / plaatsen bij populaire vakgroepen kunnen ruim van te voren al vergeven zijn.

Als je extern je scriptie wilt gaan schrijven is het helemaal zaak om vroeg te beginnen met contact leggen met het bedrijf of instelling waar je stage wilt lopen (zeker als dat in het buitenland is). Het is ook belangrijk dat je tijdig een docent van het Dept. Biologie (met minimaal Basis Kwalificatie Onderwijs; BKO) bereid vindt om als examinator / 2e beoordelaar op te treden.

 

Q.   Kwalificaties van een begeleider; Wie komt allemaal in aanmerking en moet hij of zij van de Universiteit Utrecht zelf zijn?

A.   De dagelijkse begeleiding mag in handen zijn van een docent, een ervaren promovendus (AIO), postdoc of externe begeleider binnen de UU of extern bij een bedrijf of instelling in binnen- of buitenland. Deze persoon mag ook een cijfer geven. Het definitieve eindcijfer dient echter (altijd) vastgesteld te worden door een docent van het departement Biologie, UU. Onder een docent wordt een persoon verstaan die minimaal in het bezit is van de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO). Deze docent van Biologie UU mag dus de verplichte 2e beoordelaar zijn die de scriptie bevesitgend leest en het cijfer accodeert, of als hij/zij het er niet mee eens is contact opneemt met de dagelijks begeleider. De BKO docent mag ook de eerste begeleider zijn.

Wanneer je je scriptie extern schrijft (dat wil zeggen buiten het departement Biologie) dan vindt de begeleiding altijd plaats in samenspraak met een docent van het departement biologie UU, of een docent van een andere opleiding aan de UU die regelmatig beoordeeld in naam van het departement Biologie. De laatstgenoemde docenten zijn op de hoogte van deze 'bevoegdheid'. Twijfel je of je begeleider mag beoordelen, neem dan gerust contact op met de cursuscoordinatoren via een email: scriptie.bio@uu.nl.

In het geval van een externe primaire begeleider is je 2e beoordelaar vrijwel altijd een docent bij Biologie aan de UU. Het eindcijfer moet dus altijd worden vastgesteld door een docent met minimaal BKO. Dit mag dus de 2e beoordelaar zijn. Het is de gezamelijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar wordt gezocht. Bespreek dit dus tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

 

Q.   Wat voor afspraken moet ik vooraf met mijn begeleider maken?

A.   Heb je een begeleider gevonden? Dan is het zaak om goede afspraken met je begeleider te maken over het onderwerp en wat jullie van elkaar verwachten. Wij raden je aan om al voordat de cursus start een datum en tijd te prikken om een ‘startgesprek’ te hebben. Idealiter is dit gesprek kort voor of na werkcollege 1. Bij het vastleggen van afspraken kun je optioneel het voortgangsformulier gebruiken wat je elders op deze site kunt vinden. Maak in ieder geval goede afspraken over inleverdatums en wanneer je feedback/een cijfer kan verwachten. Ook is het van belang te weten of - en wanneer - je begeleider(s) eventueel afwezig is. Het is de gezamelijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar wordt gezocht. Bespreek dit dus ook tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

De coördinatoren voorzien de begeleiders zo goed mogelijk van informatie. Echter, vaak zijn de begeleiders niet bekend bij de coördinatoren aan het begin van de cursus, of is de dagelijkse begeleider niet degene die de informatie ontvangt. Het is jouw eigen verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je zelf goed op de hoogte bent en wijs ze op deze website!

 

Q.   Ik heb me ingeschreven voor de scriptiecursus en een begeleider gevonden. En nu?

A.   Ongeveer 4 a 5 weken voor het begin van de cursus krijg je het verzoek om informatie over je keuze voor een onderwerp in een online formulier aan te geven. Hierdoor weten de coördinatoren waar je je scriptie gaat schrijven/stage gaat doen en wie je begeleider(s) zijn.

Ongeveer twee weken voor aanvang van de cursus ontvang je per email de handleiding met het rooster. Hierin staan o.a. richtlijnen en tips voor het schrijven van een goede scriptie. Aan het begin van de cursus maak je eerst goede afspraken met je begeleider. Onder andere over wat jullie van elkaar verwachten en welk onderwerp je precies aan gaat werken. Bij het vastleggen van afspraken kun je optioneel het voortgangsformulier gebruiken, wat je elders op deze site kunt vinden.

Vaak krijg je al wat startliteratuur van je begeleider die je kan lezen om in het onderwerp te komen. Daarna ga je zelf actief op zoek naar literatuur. Je volgt ook 3 werkcolleges waarin uitgelegd wordt hoe je een scriptie schrijft, hoe je literatuur zoekt en verwerkt en over wat er verder allemaal komt kijken bij het schrijven van een scriptie en het doen van onderzoek.

De coördinatoren voorzien de begeleiders zo goed mogelijk van informatie. Aan het begin van de cursus zijn de begeleiders echter soms (nog) niet bekend bij de coördinatoren, of is de dagelijkse begeleider niet degene die de informatie ontvangt. Het is jouw verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je goed op de hoogte bent!

Tip: Heb je een begeleider gevonden, prik dan direct een datum voor een eerste gesprek zo kort mogelijk na het begin van de cursus zodat je maximaal tijd hebt om een mooie scriptie te schrijven. .

 

 

Q.   Ik wil mijn scriptie schrijven (en evt. onderzoek doen) bij een buitenlandse organisatie. Kan dat?

A.  Dat kan zeker, en mits goed gepland kan het een heel leuke en leerzame ervaring zijn die ook nog eens heel goed staat op je CV. Ruim op tijd beginnen met plannen is essentieel. Meer informatie vind je bij "studeren in het buitenland" bij praktische info voor bèta studenten. Heel belangrijk is om vroegtijdig contact met een docent bij Biologie die je vanuit de UU kan begeleiden en als examinator wil optreden. Overleg ook met hem/haar of je plannen - en stage organisatie - van voldoende wetenschappelijk niveau zijn. Als je je inschrijft voor de scriptiecursus in Osiris en een 'buitenlandverzoek' doet moet je een 'formulier t.a.v. scriptieonderzoek’ indienen. Dit formulier kun je HIER vinden. Vergeet niet ook contact op te nemen met het Science International Office om practische zaken te bespreken/regelen.

 

Q.   Zijn er (werk)colleges bij deze cursus

A.   Ja, er zijn drie (werk)colleges. Deze zijn verplicht en zijn geroosterd aan het begin van de cursus (WC1 en 2) en na 2 a 3 weken (WC3). Werkcollege 1 is inleidend. Er wordt verteld wat er van je verwacht wordt. Werkcollege 2 wordt verzorgd door medewerkers van de Universiteitsbibliotheek en gaat over refereren, literatuur zoeken en het gebruik van referentiesoftware. In werkcollege 3 gaan we dieper in op technische aspecten van het schrijven van een goede scriptie.

 

Q.   Het onderzoeksproject wat ik wil gaan doen is niet direct te vergelijken met de meeste andere projecten omdat het geen experimenteel werk en/of data analyse bevat, maar meer beleidsmatig (of bijvoorbeeld ethiek betreft). Mag dat?

A.   In overleg is er veel mogelijk, mits het binnen de kaders valt van 'het werkveld van een Bioloog'. Als je twijfelt of je onderzoeksproject en/of onderwerp van je scriptie voldoet, neem dan altijd even contact op met de coördinatoren van de cursus. Onderwerpen bij Biologiedidactiek (Freudenthal Instituut), toxicologie en bij Bio-ethiek zijn in vrijwel alle gevallen toegestaan.

 

Q.   Is er een handleiding voor de cursus?

A.   Ongeveer 2 weken voor aanvang van de scriptiecursus krijg je een (digitale) handleiding toegestuurd per email met daarin alle informatie die je nodig hebt om de cursus te kunnen volgen. Als je een papieren versie wilt dan kun je deze tegen een kleine vergoeding (3 euro) krijgen bij het eerste werkcollege. Graag van te voren even aangeven dat je een afgedrukt exemplaar wilt en graag gepast betalen.

Er zijn verder geen verplichte boeken nodig voor het volgen van de ‘scriptiecursus’. We raden je wel sterk aan het boekje: “Een leesbare scriptie” aan te schaffen van Warna Oosterbaan (ISB13: 9789044604757). Dit boekje is te bestellen via de UBV en bij bijvoorbeeld Bol.com en kost ongeveer 10 euro. Ook hebben veel mede-studenten dit boekje in de kast staan, dus misschien dat je het kunt lenen?

 

Q.   Is er een verplicht boek nodig bij de vakken Onderzoekscriptie en/of Onderzoeksproject?

A.   Er zijn geen verplichte boeken voor de scriptiecursus. We raden je wel sterk aan het boekje: “Een leesbare scriptie” aan te schaffen van Warna Oosterbaan (ISB13: 9789044604757). Dit boekje is te bestellen via de UBV en bij bijvoorbeeld Bol.com en kost ongeveer 10 euro. Ook hebben veel mede-studenten dit boekje in de kast staan, dus misschien dat je het kunt lenen?

 

Q.   Ik heb tijd om wat eerder te beginnen aan mijn onderzoek omdat ik momenteel geen vakken volg/vakantie heb, mag dat?

A.   Als je ingeschreven staat voor het Onderzoeksproject (B-B3ONST) in de eerstvolgende periode is het geen probleem als je bijvoorbeeld een weekje eerder begint met je onderzoek als dat nodig is, of als je meer tijd wilt voor het schrijven van je scriptie, naast het doen van onderzoek. Je krijgt hier echter in geen geval extra studiepunten voor! Het is dus echt extra, maar kan wel heel leerzaam zijn! Voorwaarde is natuurlijk wel dat je begeleider het er mee eens is dat je eerder begint en dat er begeleiding aanwezig is.

We raden af om eerder te beginnen met het schrijven van je scriptie omdat bij het schrijven van een scriptie veel komt kijken en dit pas uitgelegd wordt bij het eerste werkcollege. Je mag eerder beginnen onder bovenstaande voorwaarden, maar de ervaring leert dat de tijd die je denkt te winnen uiteindelijk meestal teniet wordt gedaan. Wil je aan het einde van de periode langer doorgaan dan is dat met instemming van je begeleider ook mogelijk. Bespreek dit ook altijd met de coordinatoren van de cursus. We raden je echter sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van 2 vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vaak teveel is, met grote uitloop tot gevolg.

 

Q.   Ik volg het ‘Onderzoeksproject’. Ik schrijf de Scriptie in timeslot A+D en doe de Stage in timeslot B+C. Moet ik deze tijdsverdeling strikt aanhouden?

A.   Je hebt veel vrijheid bij het invullen van je tijd. Je hoeft niet per sé strikt aan de timeslots vast te houden. Sommige studenten doen eerst 5 weken full-time onderzoek (inclusief schrijven onderzoeksverslag) en gaan dan vijf weken aan de gang met de scriptie. Anderen gaan daar meer flexibel mee om en verweven het doen van onderzoek met het schrijven van de scriptie. Maak in ieder geval goede afspraken met je begeleider over de invulling van je tijd om misverstanden te voorkomen. Het is aan jou als student om zelf de tijdsverdeling 50/50 in de gaten te houden. Scriptie en Stage zijn in principe twee onafhankelijke onderdelen met elk eigen studiepunten en een studielast (200 uur) van elk vijf weken full-time (of 10 weken half-time) en deze studielast moet gereflecteerd zijn in beide eindproducten. Hoe je het ook invult, overleg altijd met je begeleider(s).

In overleg is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden. Dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoordinatoren. Breng de coordinatoren dus altijd op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

 

Q.   Ik weet uit ervaring dat ik grote moeite heb met plannen/schrijven heb, wat kan ik hier aan doen?

A.   Wij raden je aan na te denken of het volgen van een cursus verstandig zou zijn. Laagdrempelige en betaalbare cursussen / korte workshops met betrekking tot academische vaardigheden en studievaardigheden vind je hier. Ook raden we je aan de website van het UU SkillLab te bezoeken of direct naar het SkillLab Writing Center te gaan. Hier kun je gratis schrijfcoaching krijgen van een getrainde student (peer tutor).

 

 

Tijdens de cursus (FAQ)

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot het schijven van je scriptie / doen van het onderzoeksproject. Kun je je vraag niet vinden, kijk dan eerst goed in de cursuhandleiding onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Daar vind je informatie over de cursusinhoud, beoordeling en opbouw van je scriptie en onderzoeksverslag. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Wat is precies het verschil tussen de vakken ‘Onderzoekscriptie’ en ‘Onderzoeksproject’?

A.   Als Biologie student moet je je sowieso inschrijven voor het vak Onderzoeksscriptie (B-B3ONSCR), de literatuurscriptie. Deze scriptie is gebasseerd op primair wetenschappelijke literatuur en heeft vaak het karakter van een wetenschappelijk opinie-artikel. B-B3ONSCR is een verplichte cursus binnen het Biologie curriculum. Dit mag je combineren met het vak Onderzoeksproject (B-B3ONST). In het vak Onderzoeksproject (B-B3ONSCR en B-B3ONST; 15 EC) doe je onderzoek op bijvoorbeeld een laboratorium of veldstation en schrijf je een onderzoeksverslag (7,5 ECTS) naast je literatuurscriptie (7,5 ECTS). Het Onderzoeksproject bestaat dus formeel uit twee afzonderlijke vakken, met elk een eigen eindcijfer. Daarom moeten er ook twee einddocumenten worden ingeleverd (een scriptie en een onderzoeksverslag). Idealiter zijn de onderwerpen van beide onderdelen complementair.

In overleg is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden. Dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoordinatoren. Breng de coordinatoren dus altijd op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

 

Q.   Hoe hard zijn de gestelde inlever deadlines?

A.   De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan en eindversie(s) van je scriptie en onderzoeksverslag zijn in principe hard. Op de vastgestelde data moet je het eindproduct af hebben en digitaal (!) inleveren per email (scriptie.bio@uu.nl) bij de coördinatoren (geldt voor scriptieplan) en bij je begeleider (eindversie van je scriptie en onderzoeksverslag, dat laatste indien van toepassing). De beoordeelde versie van je scriptie en onderzoeksverslag hoef je pas digitaal in te leveren bij de coördinatoren nadat de beoordeling gedaan is en als je ook het ingevulde beoordelingsformulier en de rubric(s) hebt ontvangen. Over het algemeen zal je begeleider het beoordelingsformulier en de rubrics opsturen naar de coordinatoren, maar het is ook toegestaan als je dat zelf doet, mits ondertekend/geparafeerd door je begeleider. Bespreek met je begeleider wie de formulieren opstuurt, om misverstanden te voorkomen.

Haal je de inleverdata niet, neem dan altijd contact op met de begeleider en coördinatoren. Bij zwaarwegende redenen kunnen we dan bespreken wat er mogelijk is. Dat gezegd hebbende; in veel gemotiveerde gevallen is het prima mogelijk je scriptie iets later in te leveren. Maar, alleen als je begeleider en coordinatoren daarmee akkoord zijn. We raden je sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van 2 vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vaak teveel is, met grote uitloop tot gevolg.

De deadlines voor het schrijfplan en het inleveren van een eerste versie bij je begeleider zijn flexibel en dien je af te stemmen met je begeleider. Spreek ook af wanneer jij feedback kan verwachten op de ingeleverde producten.

 

Q.   Zijn er (werk)colleges bij deze cursus

A.   Ja, er zijn drie werkcolleges. Deze zijn verplicht en zijn geroosterd aan het begin van de cursus (WC1 en 2) en na 2 a 3 weken (WC3). Werkcollege 1 is inleidend. Er wordt verteld wat er van je verwacht wordt. Werkcollege 2 wordt verzorgd door medewerkers van de Universiteitsbibliotheek en gaat over refereren, literatuur zoeken en het gebruik van referentiesoftware. In werkcollege 3 gaan we dieper in op technische aspecten van het schrijven van een scriptie

 

Q.   Ik heb vorige periode ook al een scriptieplan ingeleverd maar toen mijn scriptie niet afgemaakt. Deze periode heb ik mij opnieuw ingeschreven, moet ik nu opnieuw een scriptieplan maken?

A.   Dit is ter beoordeling van je begeleider. Als je dezelfde begeleider hebt en het scriptieplan was al in orde dan hoef je niet per sé een nieuw plan te schrijven. Graag dan wel even alsnog het scriptieplan voor de deadline via de email inleveren bij de coördinatoren, zodat de administratie klopt!

 

Q.  Wat is precies het verschil tussen scriptieplan en schrijfplan?

A.  Informatie hierover vind je in decursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Kort gezegd; In het scriptieplan zijn de contouren van je scriptie al duidelijk zichtbaar en is je onderwerp afgebakend. Je scriptieplan bespreek je met je begeleider en lever je digitaal, per email in bij de coördinatoren (verplicht). Een schrijfplan bevat een gedetailleerde indeling per scriptie onderdeel (hoofdstuk) en is als het ware de kapstok waaraan je inhoudelijke tekst ophangt. Het schrijfplan bespreek je met je begeleider en hoef je niet in te leveren bij de coördinatoren.

 

Q.   Ik zou graag een voorbeeld willen zien van een scriptie / onderzoeksverslag. Zijn er voorbeelden beschikbaar?

A.   Globaal zijn de opbouw en inhoudelijke vereisten van alle scripties en/of onderzoeksverslagen gelijk. Maar, elk (deel)vakgebied heeft ook zijn eigen gewoontes en ook de voorkeur van begeleiders kan verschillen. Daarom raden we je aan om aan je begeleider te vragen of hij/zij een voorbeeld kan geven.

 

Q.   Wat zijn de inhoudelijke eisen van de scriptie / onderzoeksverslag?

A.   Voor een uitgebreide beschrijving van de inhoudelijke eisen en richtlijnen, zie de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website, de rubrics en de studiegids.

 

Q.   Ik ben van plan om mijn scriptie in het Engels te schrijven, mag dat?

A.   Dat mag en kan ook heel leerzaam zijn. Maar, de bacheloropleiding Biologie is in het Nederlands. Het schrijven van een scriptie is bedoeld als oefening in het schrijven van een wetenschappelijke verhandeling. Dat betekent dat als je de niet voldoende taalvaardig bent in het Engels, taalaspecten het schrijven van een goed betoog in de weg kunnen staan. Daarom kan je begeleider van je verlangen dat je in het Nederlands schrijft, ook als je al in het Engels begonnen bent.

Is je begeleider de Nederlandse taal niet machtig, dan ligt het in ieder geval voor de hand om je scriptie in het Engels te schrijven. In alle andere gevallen is het raadzaam vooraf met je begeleider af te stemmen in welke taal je de scriptie gaat schrijven.

 

Q.   Mogen er bijlagen worden opgenomen in de scriptie?

A.   Ja, het opnemen van bijlagen mag, maar met mate. Het is niet de bedoeling dat er grote bijlagen worden opgenomen in je scriptie. In de bijlage kun je bijvoorbeeld een transcript van een interview opnemen dat je hebt afgenomen of een tabel die niet direct noodzakelijk is om de hoofdtekst te kunnen begrijpen.

 

Q.   Moet ik mijn onderzoek alleen in het stageverslag beschrijven of mag dat ook in mijn scriptie opgenomen worden?

A.   Voor de precieze richtlijnen verwijzen we je naar de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website van de cursus. Als je de variant ‘Onderzoeksproject’ volgt, dan moet je een literatuurscriptie en een verantwoording van je onderzoek (onderzoeksverslag, uitgebreid labjournaal, veldwerknotities, observatietabel o.i.d.) inleveren. Dit is een absoluut harde eis. Enkel een gecombineerd document is in geen geval toegestaan. Zijn resultaten van je onderzoek nuttig voor je literatuurscriptie, dan mag je dit natuurlijk ook beknopt in je scriptie verwerken. Zoals elke bron die je gebruikt; verwijs dan in je scriptie naar je onderzoeksverslag. Het is bijvoorbeeld prima mogelijk om de belangrijkste grafiek of samenvattende figuur in je scriptie te zetten. De ingeleverde verantwoording van je onderzoek (onderzoeksverslag, uitgebreid labjournaal, veldwerknotities o.i.d.) moet worden opgesteld volgens de algemeen geldende richtlijnen van een wetenschappelijk onderzoeksverslag. Dat houdt in dat er minimaal een (korte) inleiding, vraagstelling, hypothese, methode, resultaten en (korte) discussie en conclusie aanwezig zijn.

 

Q.  Ik zou graag in plaats van twee aparte verslagen (een onderzoeksverslag en een scriptie) één document maken, waarin ik het scriptie-deel verwerk in de inleiding van het onderzoeksverslag. Het onderzoek en de analyses die ik ga doen zullen namelijk een groot deel van de tijd beslaan en een mooi afgerond geheel vormen. Is dat mogelijk?

A.   Nee, dat is niet toegestaan. Het Onderzoeksproject bestaat feitelijk uit twee onafhankelijke cursussen met elk eigen studiepunten en een studielast van 200 uur en moeten in twee aparte eindproducten resulteren. Beide verslagen moeten dus ook de studietijd van 5 full-time weken (200 uur) representeren (5 weken literatuurscriptie schrijven en 5 weken onderzoek doen + verslag schrijven). Het is aan jou om zelf de tijdsverdeling 50/50 in de gaten te houden, in overleg met je begeleiders.

Zijn resultaten van je onderzoek nuttig voor je literatuurscriptie, dan mag je dit natuurlijk ook beknopt in je scriptie verwerken, zoals elke bron die je gebruikt; verwijs dan in je scriptie naar je onderzoeksverslag. Het is bijvoorbeeld prima mogelijk om de belangrijkste grafiek of samenvattende figuur in je scriptie te zetten. De ingeleverde verantwoording van je onderzoek (onderzoeksverslag, uitgebreid labjournaal, veldwerknotities o.i.d.) moet worden opgesteld volgens de algemeen geldende richtlijnen van een wetenschappelijk onderzoeksverslag. Dat houdt in dat er minimaal een (korte) inleiding, vraagstelling, hypothese, methode, resultaten en (korte) discussie en conclusie aanwezig zijn.

 

Q.  Moet de scriptie over vakliteratuur gaan? Of moet mijn scriptie in de vorm van een wetenschappelijk artikel worden geschreven (met inleiding, materiaal en methoden, resultaten, conclusie en discussie)?

A.   Je scriptie moet over vakliteratuur gaan binnen een afgebakend biologisch onderwerp. Meestal heeft een scriptie de vorm van een opinieartikel en bevat dus geen materiaal en methoden en resultaten, maar wel een abstract, inleiding en hoofdtekst waaronder een discussie met een eigen standpunt en een conclusie.

 

Q.   Moet ik referentiesoftware gebruiken bij het schrijven van mijn scriptie?

A.   Op zich is dat niet verplicht, maar we raden het je wel zeer sterk aan. Het is niet ingewikkeld om te gebruiken en in het verplichte Werkcollege 2 leer je alle in-en-outs van deze software kennen. Referentiesoftware is bijzonder handig bij het ordenen van je literatuur en het opmaken van een referentielijst. Ook het terugzoeken van reeds gelezen literatuur wordt gemakkelijker. De Universiteitsbibliotheek heeft een handige site ingericht over data en literatuur verwerken met veel praktische informatie en tips. Ook kun je daar handige libdubs vinden over dit onderwerp.

 

Q.   Is er een standaard manier van refereren en is deze verplicht in de scriptie?

A.   In de biologie is het gebruikelijk het volgende format te hanteren voor literatuur uit tijdschiften: [auteur(s)] [jaar] [titel] [tijdschrift] [volume] [pagina’s].  Hierop bestaan variaties. In sommige tijdschriften is het bijvoorbeeld gebruikelijk om bij meer dan een x aantal (dat kan 5 of 3 zijn bijvoorbeeld) auteurs in de referentielijst et al., op te nemen en andere tijdschriften schrijven de namen van alle auteurs uit. Voor boeken, interviews rapporten e.d. bestaan vele (verschillende) formats, waar de standaard referentieliteratuur vanzelf goed mee omgaat. Sleutelwoord voor de referentielijst is; consequent zijn! Kies een vorm in overleg met je begeleider en pas die consequent toe, daar gaat het vooral om.

 

Q.   Hoeveel versies mag ik naar mijn begeleider sturen

A.   Je mag van je begeleider verwachten dat hij/zij een draftversie bekijkt en uitgebreid van commentaar voorziet. Op basis van deze commentaren kun jij je scriptie verbeteren en aanpassen. Je levert dan een eindversie in bij je begeleider en onafhankelijke 2e beoordelaar en deze wordt door beiden beoordeeld. Voordat je de eindversie(s) inlevert bij de coördinatoren mag je nog typo’s en spelfouten etc. corrigeren, maar het is uitdrukkelijk niet meer toegestaan om grote veranderingen door te voeren.

 

Q.   Mijn begeleider(s) hebben geen informatie ontvangen over de cursus

A.   De coördinatoren voorzien de begeleiders zo goed mogelijk van informatie. Een aantal weken voor aanvang van de cursus krijg je een uitnodiging om een korte online enquete in te vullen m.b.t. je scriptie. Hier wordt je onder andere gevraagd informatie over je begeleider te geven. Als je de enquete op tijd invult mag je er vanuit gaan dat je begeleiders informatie krijgen van de cursuscoordinatoren. Soms zijn echter de begeleiders niet bekend bij de coördinatoren aan het begin van de cursus, of is de dagelijkse begeleider niet degene die de informatie ontvangt. Het is jouw eigen verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je goed op de hoogte bent en vraag na of je begeleider inderdaad ook de informatie heeft ontvangen! Je kunt je begeleiders natuurlijk altijd naar deze website verwijzen. Hier staan ook alle documenten die nodig zijn voor de beoordeling van je scriptie en onderzoeksverslag.

 

 

 

Beoordeling en afronding van de cursus

Met betrekking tot je literatuurscriptie (B-B3ONSCR) worden de volgende academische vaardigheden getoetst aan de hand van een rubric met als belangrijkste onderdelen: Wetenschappelijk literatuur gebruik, Schijven van een eigen wetenschappelijk betoog, kritische beschouwing en zelfreflectie. Belangrijke aspecten waar rekening mee wordt gehouden zijn: De inhoud van de scriptie, de structuur/vorm van de scriptie en het schrijfproces/de werkhouding. Het onderzoeksproject (B-B3ONST) wordt ook beoordeeld aan de hand van een rubric met als belangrijkste onderdelen; vorm en inhoud van het onderzoeksverslag, werkhoudig en zelfstandigheid bij het uitvoeren van je onderzoek en de doorlopen leercurve. Het is zeer wenselijk dat jij samen met je begeleider de rubrics en het schrijf/onderzoeksproces bespreekt in een eindgesprek. Bij dit eindgesprek hoor je ook het cijfer wat je begeleider je geeft. Maar, vaak moet dit nog wel worden goedgekeurd door de 2e beoordelaar op dat moment.

Voor alle onderdelen moet een je een voldoende (5,5) halen om de cursus met een voldoende te kunnen afsluiten. Informatie hierover vind je in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en hoor je tijdens de 3 verplichte werkcolleges. De rubrics en alle andere formulieren die gebruikt moeten worden bij de beoordeling zijn te vinden in het dropdown menu 'documents and forms'.

 

Om de cursus Onderzoeksscriptie (B-B3ONSCR) af te ronden moeten de coördinatoren in het (digitale) bezit zijn van:

  1. Scriptieplan
  2. Eindversie van je scriptie die op plagiaat is gecheckt door Ephorus (inleveren bij Ephorus via inlevercode van je begeleider)
  3. Volledig ingevulde rubric 'Onderzoekscriptie' door je begeleider
  4. Volledig ingevuld Beoordelingsformulier met akkoord van een tweede beoordelaar

 

Om de cursus ‘Onderzoeksproject (B-B3ONST)’ af te ronden moeten de coördinatoren in het (digitale) bezit zijn van:

  1. Scriptieplan
  2. Eindversie van je scriptie die op plagiaat is gecheckt door Ephorus (inleveren bij Ephorus via inlevercode van je begeleider)
  3. Eindversie van je Onderzoeksverslag (dit is een verplicht document en mag dus niet geïntegreerd zijn in je scriptie)
  4. Volledig ingevulde rubrics (twee dus, voor scriptie en onderzoek!) door je begeleider
  5. Volledig ingevuld Beoordelingsformulier met akkoord van een tweede beoordelaar

 

Beoordeling en afronding van de cursus (FAQ)

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot de beoordeling en afronding van je scriptie/onderzoeksproject. Kun je je vraag niet vinden, kijk dan eerst goed in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Daar vind je informatie over de cursusinhoud, beoordeling en opbouw van je scriptie en onderzoeksverslag. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Hoe hard zijn de gestelde inlever deadlines?

A.   De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan en eindversie(s) van je scriptie en onderzoeksverslag zijn in principe hard. Op de vastgestelde data moet je het eindproduct af hebben en digitaal (!) inleveren per email (scriptie.bio@uu.nl) bij de coördinatoren (geldt voor scriptieplan) en bij je begeleider (eindversie van je scriptie en onderzoeksverslag, dat laatste indien van toepassing). De beoordeelde versie van je scriptie en onderzoeksverslag hoef je pas digitaal in te leveren bij de coördinatoren nadat de beoordeling gedaan is en als je ook het ingevulde beoordelingsformulier en de rubric(s) hebt ontvangen. Over het algemeen zal je begeleider het beoordelingsformulier en de rubrics opsturen naar de coordinatoren, maar het is ook toegestaan als je dat zelf doet, mits ondertekend/geparafeerd door je begeleider.

Haal je de inleverdata niet, neem dan altijd contact op met de begeleider en coördinatoren. Bij zwaarwegende redenen kunnen we dan bespreken wat er mogelijk is. Dat gezegd hebbende; in veel gemotiveerde gevallen is het prima mogelijk je scriptie iets later in te leveren. Maar, alleen als je begeleider en coordinatoren daarmee akkoord zijn. We raden je sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van 2 vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vaak te veel is, met grote uitloop tot gevolg.

De deadlines voor het schrijfplan en het inleveren van een eerste versie bij je begeleider zijn flexibel en dien je af te stemmen met je begeleider. Spreek ook af wanneer jij feedback kan verwachten op de ingeleverde producten.

 

Q.   Kwalificaties van een begeleider; Wie komt allemaal in aanmerking en moet hij of zij van de Universiteit Utrecht zelf zijn?

A.   De dagelijkse begeleiding mag in handen zijn van een docent, een ervaren promovendus (AIO), postdoc of externe begeleider binnen de UU of extern bij een bedrijf of instelling in binnen- of buitenland. Deze persoon mag ook een cijfer geven. Het definitieve eindcijfer dient echter (altijd) vastgesteld te worden door een docent van het departement Biologie, UU. Onder een docent wordt een persoon verstaan die minimaal in het bezit is van de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO). Deze docent van Biologie UU mag dus de verplichte 2e beoordelaar zijn die de scriptie bevesitgend leest en het cijfer accodeert, of als hij/zij het er niet mee eens is contact opneemt met de dagelijks begeleider. De BKO docent mag ook de eerste begeleider zijn.

Wanneer je je scriptie extern schrijft (dat wil zeggen buiten het departement Biologie) dan vindt de begeleiding altijd plaats in samenspraak met een docent van het departement biologie UU, of een docent van een andere opleiding aan de UU die regelmatig beoordeeld in naam van het departement Biologie. De laatstgenoemde docenten zijn op de hoogte van deze 'bevoegdheid'. Twijfel je of je begeleider mag beoordelen, neem dan gerust contact op met de cursuscoordinatoren via een email: scriptie.bio@uu.nl.

In het geval van een externe primaire begeleider is je 2e beoordelaar vrijwel altijd een docent bij Biologie aan de UU. Het eindcijfer moet dus altijd worden vastgesteld door een docent met minimaal BKO. Dit mag dus de 2e beoordelaar zijn. Het is de gezamelijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar wordt gezocht. Bespreek dit dus tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

 

Q.   Moet ik mijn scriptie digitaal inleveren of op papier

A.   Graag ontvangen wij uitsluitend digitale versies, via scriptie.bio@uu.nl. Dit geldt ook voor ingevulde rubric(s) en beoordelingsformulier; zo min mogelijk op papier! Uiteindelijk wordt alles toch gedigitaliseerd. Overigens ontvangen we wel graag een ‘nette’ digitale copy of pdf scan van de formulieren. Een foto is niet voldoende.

Mocht het echt niet lukken om de documenten digitaal in te leveren, dan mag het ook op papier. Inleveren kan dan in het postvak van Martijn van Zanten (Kruyt 4e verdieping, Oostvleugel of kamer O405) of Ton Peeters (Kruyt 4e verdieping, Zuidvleugel of kamer Z407).

 

Q.   Waar word ik op beoordeeld?

A.   Informatie hierover vind je in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en hoor je tijdens de verplichte werkcolleges. Zie ook de rubrics die (verplicht) gebruikt worden voor de beoordeling.

Met betrekking tot je literatuurscriptie worden de volgende academische vaardigheden getoetst in deze cursus: Wetenschappelijk literatuur gebruik, Schijven van een eigen wetenschappelijk betoog, kritische beschouwing en zelfreflectie. Belangrijke aspecten waar rekening mee wordt gehouden zijn: De inhoud van de scriptie, de structuur/vorm van de scriptie en het schrijfproces/de werkhouding. Voor alle onderdelen moet een je een voldoende (5,5) halen om de cursus met een voldoende te kunnen afsluiten. Het is zeer wenselijk dat jij samen met je begeleider de rubrics en het schrijf/onderzoeksproces bespreekt in een eindgesprek. Bij dit eindgesprek hoor je ook het cijfer wat je begeleider je geeft. Maar, vaak moet dit nog wel worden goedgekeurd door de 2e beoordelaar op dat moment.

 

Q.   Hoe vindt de beoordeling plaats?

A.   Informatie hierover vind je in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en hoor je tijdens de verplichte werkcolleges. Je eindcijfer wordt bepaald door een docent met minimaal minimaal BKO (Basis Kwalificatie Onderwijs). Dit mag dus de onafhankelijke 2e beoordelaar zijn. Dit is vrijwel altijd een docent van het departement Biologie aan de UU. Het eindcijfer komt tot stand in overleg tussen 1e en 2e beoordelaar nadat je scriptie op plagiaat is gecontroleerd (via Ephorus).  Bij de bepaling van het eindcijfer voor zowel ‘Onderzoekscriptie’ en ‘Onderzoeksproject’ wordt (verplicht!) gebruik gemaakt van een rubric die speciaal voor dit doel is opgesteld en een standaard beoordelingsformulier. Deze zijn  te vinden op deze website in het dropdown menu 'Documents and forms'. De rubric wordt ingevuld door je begeleider en is een leidraad voor het beoordelings/feedback gesprek. Het biedt je inzicht in je sterke punten en in je verbeterpunten, maar is geen formule waar een eindcijfer uit rolt. Voor alle onderdelen moet een je een voldoende (5,5) halen om de cursus met een voldoende te kunnen afsluiten. Het is zeer wenselijk dat jij samen met je begeleider de rubrics en het schrijf/onderzoeksproces bespreekt in een eindgesprek. Bij dit eindgesprek hoor je ook het cijfer wat je begeleider je geeft. Maar, vaak moet dit nog wel worden goedgekeurd door de 2e beoordelaar op dat moment.

 

Q.   Moet mijn scriptie op plagiaat gecontroleerd worden?

A.   Ja, je scriptie moet verplicht op plagiaat gecontroleerd worden door Ephorus. Je moet je sciptie uploaden op in Ephorus LINK. Hierbij moet je de inlevercode van je begeleider gebruiken. In veel gevallen is dat zijn of haar emailadres. Je begeleider krijgt dan binnen 24 uur een notificatie met het percentage overlap met teksten in de database van Ephorus. Je begeleider dient op het beoordelingsformulier aan te geven dat er geen sprake is van plagiaat. Mocht je begeleider niet in het bezit zijn van een Ephorus account, dan kan hij/zij dat aanvragen bij de facultaire key user (in het geval van Betawetenschappen is dat Hans Goedemans). Is je begeleider buiten de Universiteit Utrecht werkzaam dan mag je bij wijze van uitzondering als inlevercode het email adres van de scriptiecursus gebruiken: scriptie.bio@uu.nl. De coordinatoren zorgen er dan voor dat het plagiaatrapport (percentage) bij je begeleider terecht komt.

 

Q.   Hoeveel versies mag ik naar mijn begeleider sturen

A.   Je mag van je begeleider verwachten dat hij/zij een draftversie bekijkt en uitgebreid van commentaar voorziet. Op basis van deze commentaren kun jij je scriptie verbeteren en aanpassen. Je levert dan een eindversie in bij je begeleider en onafhankelijke 2e beoordelaar en deze wordt door beide beoordeeld. Voordat je de eindversie(s) inlevert bij de coördinatoren mag je nog typo’s en spelfouten etc. corrigeren, maar het is uitdrukkelijk niet meer toegestaan om grote veranderingen door te voeren.

 

Q.   Ik heb mijn scriptie en/of onderzoeksverslag ingeleverd. Hoelang heeft mijn begeleider de tijd om dit na te kijken?

A.   Zoals bij elke cursus heeft je begeleider/docent 10 werkdagen de tijd om jouw werk van commentaar te voorzien en/of te beoordelen, tenzij jullie uitdrukkelijk andere afspraken hebben gemaakt. We raden je aan om ruim van te voren met je begeleider(s) af te spreken wanneer je een eerste versie en wanneer je een definitieve versie inlevert. Je begeleider kan dan een moment inplannen om naar je werk te kijken want begeleiders zijn vaak druk bezet en kunnen langere periodes afwezig zijn vanwege veldwerk, congressen, vakanties etc. Daarnaast, hoe sneller jij feedback krijgt, hoe meer tijd er overblijft om de commentaren te verwerken!

 

Q.   Wat is de rol van de 2e beoordelaar?

A.   De rol van de 2e beoordelaar is in de regel bevestigend. Hij of zij is onafhankelijk en controleert of het cijfer dat door je eerste begeleider is gegeven correct is. De hoeveelheid werk die de 2e beoordelaar aan de scriptie besteed is ongeveer 2 uur. Je kunt dus geen uitgebreide feedback verwachten. Het vinden van een 2e beoordelaar is de gezamelijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider. Maak hierover tijdig afspraken.

Uiteraard heeft de 2e beoordelaar minder zicht op het proces van schrijven en voor hem of haar is de kwaliteit van het ingeleverde product dus leidend. De eerste begeleider en/of 2e beoordelaar kunnen advies inwinnen bij de cursuscoördinatoren bij sterk afwijkende meningen. Bij een ernstig verschil van mening tussen eerste en tweede beoordelaar dient het geval aan de deelexamencommissie Biologie te worden voorgelegd. Vrijwel altijd, maar zeker in het geval van een externe primaire begeleider, is je 2e beoordelaar een docent bij Biologie aan de UU. Het eindcijfer moet worden vastgesteld door een docent met minimaal BKO (Basis Kwalificatie Onderwijs). Dit mag dus de 2e beoordelaar zijn.

In het algemeen stuur je de eindversie van je scriptie tegelijkertijd op naar je 1e en 2e beoordelaar aan het einde van de cursus. Je eerste beoordelaar neemt dan, na het lezen van je scriptie, contact op met je 2e beoordelaar en stelt een cijfer voor. Als de 2e beoordelaar daar akkoord mee is draagt je 1e begeleider er zorg voor dat het beoordelingsformulier wordt ingevuld en wordt ondertekend door je 2e beoordelaar. Na het eindgesprek (aan de hand van de Rubric(s)) kunnen alle documenten opgestuurd worden naar de coordinatoren van de cursus.

 

Q.   Ik heb een onvoldoende gekregen voor de cursus(sen). Wat nu?

A.   In principe mag je de scriptie die je geschreven hebt een ‘upgrade’ geven zodanig dat je wel een voldoende haalt, mits je minimaal een 4.0 hebt behaald en aan de 'aanwezigheids en inspanningsverplichting' hebt voldaan zoals beschreven in artikel 4.4 van de OER (Onderwijs en Examenregeling Bacheloropleiding Biologie). Deze 'upgrade' wordt gezien als een herkansing. Dit is onder de expliciete voorwaarde dat je begeleider van mening is dat dit mogelijk is en je hierbij verder wil begeleiden. Zo niet, dan moet je op zoek naar een nieuwe begeleider en moet je je opnieuw inschrijven voor de cursus(sen). Neem in het geval van een onvoldoende altijd ook contact op met de coördinatoren.

 

Q.   Ik heb een hoog cijfer voor mijn scriptie gekregen. Ik vroeg me af of het mogelijk is om mijn scriptie in te sturen voor een wedstrijd. Zo ja, hoe kan ik dat regelen?

A.   Ieder jaar selecteren de coördinatoren de scripties met een cijfer van 8.5-10 om ze uit te nodigen voor de Student Research Conference. De afgelopen jaren hebben 6 UU biologen een praatje mogen geven of een poster mogen presenteren. Dat is op zich al een prijs maar ook dat je artikel gepubliceerd wordt. Daarnaast maak je kans op €1500! Bekijk deze link.

Ook het Landelijke Overleg Biologie Studenten (LOBS) een scriptieprijs die jaarlijks wordt uitgereikt op het nationale LOBS congres. 

 

Information for supervisors

On this website information can be found about the compulsory Bachelor thesis course (called ‘Onderzoeksscriptie', B-B3ONSC (7,5 EC)  and the facultative Research project course (‘Onderzoeksproject’, thesis combined with internship: B-B3ONSCR and B-B3ONST, 15 EC) of the Bachelorcurriculum Biology, Utrecht University. This information is intended for supervisors and/or assessors.

Before your student will start you will receive a letter explaining details on the expectations and procedurs. These letters can be found here: in Dutch and in English

You may also want to consult the Frequently Asked Question sections, for participating students (in Dutch), that can be found in the dropdown menus above, or the course manual that can be found under the heading 'Documents and Forms' at this website. All forms that you need to assess and grade the products of your student, as well as forms to make practical arrangements, can be also found in the dropdown menu 'Documents and forms'

If you have any remaining questions, do not hesitate to contact the course coordinators by email (scriptie.bio@uu.nl) or by phone (030 253 4143 / 3111; Ton Peeters / Martijn van Zanten).

 

General

  • A student who has not registered in OSIRIS for B-B3ONSCR (and B-B3ONST, if applicable), is not allowed to start the course(s). If this nonetheless happens, no final score can be assigned.
  • The bachelor thesis (B-B3ONSCR) and research project (B-B3ONST) are two separate courses. In the research project a practical internship will be conducted, next to writing a literature-based thesis (the theoretical component).
  • The BSc thesis is a well thought-over paper based on scientific literature and comprises about 20-25 pages (6000-8000 words). The results of the research internship need to be written up in the form of a report that describes the work that has been done and the main results from those activities. This report may be a ‘standard’ research report or can be in the form of an extended lab journal, diary or notebook, in which at least the performed experiments are (shortly) introduced, the research question is formulated and the methodology, analysis and conclusions are described.
  • Note that the BSc literature thesis course and the research project are different courses, with own assessment and own end products. That’s why, two separate documents need to be handed in; the theoretical literature thesis AND the research report. Merging both in one document is NOT allowed in any case.
  • It is important that you and your student timely make agreements about mutual expectations. You can use the attached form if you like, but any written agreement will do. Supervisors may have different opinions about matters and to avoid conflicts and disappointments a clear agreement can help. Make agreements with the student about planning and holidays, dates for handing in 1st and 2nd versions and when he/she will receive your feedback. It is also important to timely arrange a second assessor. This is a shared responsibility of the student and supervisor.
  • Deadline for handing-in the thesis and research report by the student to the supervisor is the last day of the course period. Deadline for handing-in the filled-in assessment form, final thesis, report and rubric(s), as specified below, to the coordinators is 10 workdays after the end of the course period. Extension is only possible with permission of the coordinators and only if you and your student both agree. It is important in that case to explicitly set new deadlines.

 

Bachelor thesis (Onderzoeksscriptie; B-B3ONSC, compulsory)

  • The course guide with the formal course description can be found under the header 'documents and forms' on this website
  • Three lectures about writing a thesis, and about finding and referencing literature are mandatory. These lectures are organized in the very beginning of the course period.
  • The student hands-in a compulsory thesis plan (the so called ‘scriptieplan'), which is a rough version of main question and ideas, on the set deadline date (approx. 2 weeks after the start of the course). This plan should be discussed with the supervisor shortly before or shortly after this deadline. A writing plan is handed to just the supervisor within 3-4 weeks. The supervisor may decide otherwise (regarding the writing plan) if necessary.
  • The thesis is delivered in two versions: a concept version and a final version. The student receives feedback on both versions. You may want to use the progress form for this.
  • The final version is assessed with the aid of a compulsory rubric (thesis). Assessment of this type of course contains subjective elements, like how spelling and grammar errors are judged. Moreover, the gain and/or progress may be judged differently by different assessors. The rubric describes criteria for all parts of the thesis, each with an outcome of insufficient – sufficient – good. It is a tool for the assessment of many aspects and has the advantage that all students are assessed in the same way. Additionally, it makes clear to the student how the assessment was made. A rubric is not a calculation table; ultimately, the grade is the judgement and the responsibility of the assessor and 2nd reviewer.
  • The final assessment includes assessment of the content, structure, effort and the progress of the student using the rubric.
  • The supervisor and student timely ask a second assessor for the final thesis assessment. The second assessor should use maximally 2 hours to read the report and to grade it, independent of the main supervisor. The two assessors agree on the final mark. The role of the 2nd assessor is in general affirmative, if the 1st and 2nd reviewer disagree strongly, the matter should be handed over to the Board of Exams after consulting the coordinators.
  • Grading and assessment of the thesis by an examiner with at least a BKO (basic teaching qualification) is mandatory. This can be you as a primary supervisor, or the 2nd reviewer. Daily supervision, however, can be done by an experienced PhD student or postdoc. The PhD student or postdoc may also grade the student and sign the assessment, but in all cases the signing examiner (with BKO) is ultimately responsible for the grade.
  • The student is informed that his/her final work needs to be checked for plagiarism. This check is the responsibility of the supervisor and examiner, but the student need to upload the thesis to Ephorus (https://student.ephorus.com/students/). After receiving the plagiarism score the supervisor needs to declare that the report has been checked – and no plagiarism was detected - on the assessment form. If you do not have an Ephorus account and cannot apply for one via your faculty key user (Hans Goedemans; j.h.j.goedemans@uu.nl, in the case of the UU Faculty of Science), the students may in exceptional cases upload the thesis using Scriptie.bio@uu.nl as unique delivery code

 

Research internship (Onderzoekstage; B-B3ONST, facultative)

  • The aim of the practical work during the internship is to experience the research cycle at least once. The idea is not to explicitly assess the practical skills of the student but the learning progress. 
  • Technical assistance of the practical work (e.g. laboratory or field work) can be done by a PhD student, technician or even an experienced master student. The supervisor is nevertheless responsible for the quality of the deliverables and the learning progress of the student.
  • It is possible that the students do their practical work in pairs and this can result in a joined research report. The theoretical part (thesis), however, is an individual assignment.
  • If it proves to be complicated for a student to do a complete experiment within the time given, it is possible that the student joins a PhD student, post-doc or technician who is doing an experiment. If the student can think along and can follow the experiment or performs/analyses parts of it, this may be sufficient.
  • Assessment of the practical work and the progress report is in line with the criteria of the lab. This part of the research project is also assessed using a rubric (research and research report). This rubric is comparable to the rubric for the thesis as described above. The student should also hand in a research report. 
  • Assessment of the literature thesis by a second assessor is mandatory. However, grading and final assessment of the research part can be done by the supervisor and the daily supervisor.

 

The compulsory bachelor thesis course (B-B3ONSCR) is officially finished when:

  • a signed and filled-in assessment form,
  • a filled-in rubric (thesis),
  • a digital final version of the thesis,

are handed to the coordinators by mailing it to scriptie.bio@uu.nl

 

The facultative research project course (B-B3ONST) is officially finished when in addition to the above-mentioned:

  • a digital final version of the research report,
  • a filled in rubric (research project),

are handed to the coordinators by mailing it to scriptie.bio@uu.nl

 

Kijk bij vragen en problemen altijd eerst in de cursuhandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en op deze website. Biedt dit geen oplossing? Neem dan contact op met de cursuscoordinatoren. Wij zijn te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl, of op kamer Kruyt Z407; tel. 030-2534143 (Ton Peeters) of kamer Kruyt O405; tel. 030-2533111 (Martijn van Zanten)

NB: De scriptiecursus kan elke periode gevolgd worden in beide timeslots  (A+D, B+C). Regels en richtlijnen kunnen veranderen per periode. Zorg daarom dat je altijd informatie haalt uit de cursushandleiding en/of studiegids behorende bij de periode en jaar waarin je de cursus volgt.

 

Feedback

Heb je een vraag of opmerking over deze pagina? Laat het ons weten.

Biologie