De Scriptiecursus

Deze website over de vakken: ‘onderzoekscriptie’ (literatuurscriptie; B-B3ONSCR, 7,5 EC) én ‘Onderzoeksproject’ (scriptie gecombineerd met stage: B-B3ONSCR en B-B3ONST, 15 EC) is primair bedoeld als informatieportal voor studenten van de Bacheloropleidingen Biologie en MLS van de Universiteit Utrecht, maar kan ook handig zijn voor docenten/examinatoren en externe begeleiders. De informatie die beschreven staat op deze pagina wordt bij studenten als bekend verondersteld bij aanvang van de cursus. 

LET OP: UU Biologie studenten die begonnen zijn na 1 september 2016 moeten verplicht B-B3ONST volgen (naast B-B3ONSCR) als onderdeel van de Major. Voor studenten die begonnen zijn vóór 1 september 2016 is de stage (B-B3ONST) een keuzevak. Het schrijven van een scriptie (B-B3ONSCR) is verplicht voor alle studenten die de Bacheloropleiding Biologie aan de UU volgen en wordt gezien als een proeve van bekwaamheid om het bachelordiploma te mogen ontvangen. De formele cursusbeschrijving van beide cursussen vind je in de studiegids.

Het schrijven van een goede, leesbare scriptie is een leuke en leerzame klus. Zeker als het onderwerp je goed blijkt te liggen kun je daar met veel plezier aan werken. Het schrijven van een scriptie vraagt de nodige voorbereiding en veel discipline. Als je eenmaal begonnen bent zijn er ook een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Op deze pagina vind je informatie over het voorbereiden, schrijven en afronden van je literatuurscriptie en/of onderzoeksproject. Ook zijn hier verschillende formulieren en documenten te vinden die gebruikt moeten worden voor de beoordeling van de scriptie/onderzoeksproject en gebruikt kunnen worden voor het vastleggen van afspraken tussen student en begeleider. Ook vind je informatie over waar je allemaal aan moet denken als je je scriptie/onderzoek in het buitenland wilt gaan doen.

Je afstudeerproject is de afronding van je bacheloropleiding en is een visitekaartje waar toelatingscommissies voor masteropleidingen en werkgevers naar kunnen kijken. Dit is dus je kans om te laten zien wat je in huis hebt en wat je allemaal hebt geleerd in de afgelopen jaren. Het afstudeerproject vereist een goede voorbereiding en planning en een hoge mate van zelfstandigheid en discipline.

Ruim voor aanvang van de cursus ga je zelf op zoek naar een onderwerp en begeleider. De cursuscoördinatoren kunnen - en zullen - hierin niet bemiddelen. Hier is een link naar onderzoeksgroepen bij het departement Biologie om je te oriënteren. Je mag je scriptie ook schrijven bij een departement, faculteit, instelling of bedrijf buiten het departement Biologie, maar altijd is een docent (examinator) van de Bacheloropleiding Biologie eindverantwoordelijk voor je beoordeling. Meer informatie over het 'extern' schrijven vind je elders op deze website.

Begin op tijd met zoeken en maak tijdig afspraken met je begeleider. Plaatsen zijn soms selectief en onderwerpen bij populaire vakgroepen kunnen ruim van te voren al vergeven zijn. Zeker als je extern een scriptie (dat wil zeggen, buiten het departement Biologie) wil gaan schrijven is op tijd beginnen met het zoeken naar een plek en een begeleider een must. Zoek, zeker in het geval van een externe stage, alvast een 2e beoordelaar binnen het departement Biologie die als examinator mag optreden, in overleg met je eerste begeleider.

Uitgangspunt is dat een scriptie/onderzoeksonderwerp moet vallen binnen het ‘beroepenveld van een bioloog’. Dit is dus inclusief bijvoorbeeld bio-ethiek, didactiek van de biologie of een beleidsstage over een biologisch onderwerp. Twijfel je of je onderwerp voldoet, raadpleeg dan je 2e beoordelaar/examinator en bespreek je plannen tijdig, om teleurstelling achteraf te voorkomen.

 

Nadat je je hebt ingeschreven voor de cursus via de reguliere inschrijvingsroute in Osiris, ontvang je enkele weken voor aanvang van de cursus een verzoek om een online Survey Monkey vragenlijst in te vullen, waarin je je voorkeur en reeds gemaakte afspraken omtrent je scriptie/project aangeeft. Daarbij ontvang je ook een cursushandleiding behorende bij de periode waarin je je scriptie schrijft/onderzoeksproject doet. Deze is ook te vinden onder het kopje 'Documents and Forms' op deze website. Het invullen van de vragenlijst is belangrijk omdat de coördinatoren je begeleider(s) op basis hiervan van essentiële informatie kunnen voorzien die nodig is bij je begeleiding en beoordeling.

 

Je kunt je scriptie/onderzoek natuurlijk ook in het buitenland doen. Mits goed voorbereid kan dat een heel waardevolle ervaring zijn. Meer informatie vind je op de site; "studeren in het buitenland", bij praktische info voor bèta studenten. Neem in elk geval ook tijdig contact op met het Science International Office om praktische zaken te bespreken/regelen.

Begin ruim op tijd met het plannen als je je scriptie/onderzoek in het buitenland wilt doen. Belangrijk is om vroegtijdig contact te leggen met een docent bij Biologie die je vanuit de UU kan begeleiden en als examinator kan optreden. Overleg ook met hem/haar of je plannen - en stage organisatie - van voldoende wetenschappelijk niveau zijn.

Als je een scriptie/onderzoek in het buitenland doet is het verplicht om een 'buitenlandverzoek' te doen in Osiris. Dit doe je door het ‘Afsprakenformulier student en begeleider Onderzoeksproject_Biologie (Engels)’, te vinden onder het kopje 'Documents and Forms', volledig in te (laten) vullen en op Osiris in te dienen. Bij het niet vooraf voldoen aan deze verplichting, of als je verzoek niet wordt goedgekeurd, dan worden er geen EC’s toegekend.

Het is sowieso niet toegestaan een onderzoek/scriptie te doen in een gebied waarvoor een negatief reisadvies geldt vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

Kijk bij vragen en problemen altijd eerst in de cursushandleiding en op deze website. Biedt dit geen oplossing? Neem dan gerust contact op met de cursus coördinatoren. Wij zijn te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl, of op kamer Kruyt O205 (Martijn van Zanten); tel. 030-2533111  of Kruyt Z407; tel.030-2534143  (Ton Peeters).

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot de voorbereiding van je scriptie/onderzoeksrproject. Kun je het antwoord op je vraag niet vinden, kijk dan ook eens in de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms'. Daar vind je ook informatie over de cursusinhoud, beoordeling en opbouw van je onderzoekscriptie. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Wat doe je precies bij het afstudeerproject?

A.  Het schrijven van een op literatuur gebaseerde afstudeerscriptie (B-B3ONSCR) is verplicht voor alle studenten die de Bacheloropleiding Biologie aan de UU volgen. Ben je begonnen na 1 september 2016 dan moet je ook verplicht een onderzoekstage (B-B3ONST) volgen als onderdeel van de Major (7.5 EC). Voor studenten die begonnen zijn vóór 1 september 2016 is de stage (B-B3ONST) een keuzevak. Idealiter zijn de onderwerpen van beide onderdelen complementair, maar dat is geen strikte eis. Vergelijkbare onderwerpen voorkomt echter dat je moet inlezen op beide onderwerpen, wat een tijdrovende klus kan zijn.

Om de studiepunten te ontvangen, moet er van beide vakken een schriftelijk verslag worden ingeleverd. Meer info hierover vind je hieronder en elders op deze site.

Voor je scriptie (B-B3ONSCR) diep je zelfstandig een specifiek onderwerp uit de biologie uit op basis van literatuuronderzoek. Hiervoor zoek je uit alle beschikbare literatuur relevante informatie die je op de juiste manier verwerkt tot een scriptie. Het eindresultaat hiervan, de scriptie, is niet alleen een beschrijvende samenvatting van de beschikbare feiten en ideeën ('een review'), maar bevat ook een eigen kritische beschouwing en synthese van de literatuur. Het verder ontwikkelen van je academische vaardigheden zoals het doen van een gedegen literatuuronderzoek, correct wetenschappelijk schrijven en presenteren, staat hierbij centraal. Het eindproduct van de cursus bestaat uit een leesbare, op literatuur gebaseerde, scriptie van ongeveer 20 – 25 pagina’s (6000-8000 woorden) in het Nederlands of Engels (het laatste met goedvinden van je begeleider).

Als je naast de scriptie (B-B3ONSCR) ook het vak onderzoekstage volgt (B-B3ONST; verplicht voor studenten begonnen na 1 september 2016) dan mag je ook de resultaten van je onderzoek in je scriptie verwerkt worden. De tekst hiervan komt dan bovenop de tekst van de scriptie. Een aanvullende eis is dat het duidelijk moet zijn welk deel van je scriptie je eigen onderzoek is, en dus onder B-B3ONST valt. We raden je sterk aan om een overzicht van de gedane werkzaamheden per dag (bijv. een labjournaal) als bijlage toe te voegen.

Overigens zijn de genoemde aantallen woorden en pagina’s geen harde eis. Het gaat uiteindelijk om de kwaliteit van het literatuur- en stageonderzoek. De ingeleverde verantwoording van je onderzoek (of het nu in je scriptie staat, of als apart onderzoeksverslag, uitgebreid labjournaal, veldwerknotities o.i.d. wordt ingeleverd) moet worden opgesteld volgens de algemeen geldende richtlijnen van een wetenschappelijk onderzoeksverslag. Dat houdt in dat er minimaal een (korte) inleiding, vraagstelling, hypothese, methode, resultaten en (korte) discussie en conclusie aanwezig zijn.

Je slaagt alleen voor de cursus als je examinator zowel het literatuurgedeelte, als het onderzoekgedeelte met een voldoende waardeert. Je kunt dus niet het één met het ander compenseren.

Past je onderzoeksonderwerp niet bij het onderwerp van je scriptie? Lever dan een apart onderzoeksverslag in. Dat hoeft niet uitgebreid, maar uit de tekst (of het nu in de scriptie of als apart document ingeleverd wordt) moet in ieder geval wel duidelijk blijken wat je precies gedaan hebt tijdens je onderzoek. 

 

Q.   Wat is het verschil tussen de vakken ‘Onderzoekscriptie' en ‘Onderzoeksproject’?

A.  Het verschil is dat je scriptie (B-B3ONSCR) een onderzoeksvraag moet behandelen aan dat de hand van primair wetenschappelijke literatuur en dat je onderzoek (B-B3ONST) een verslaglegging is van het verzette werk tijdens je praktische stage. Het laatste mag kort en bondig als onderdeel van je scriptie, of als apart verslag. We raden je sterk aan om in ieder geval in de bijlage van je onderzoeksverslag een overzicht te geven van de gedane werkzaamheden per dag, in de vorm van een labjournaal, observatieverslag o.i.d. Zo kan er geen misverstand ontstaan over het gedane werk, ook als je geen klinkende onderzoeksresultaten weet te boeken.

 

Q.   Mag ik het schrijven van de literatuurscriptie op een ander moment doen dan het doen van het onderzoeksproject?

A.  In principe volg je het vak onderzoekscriptie (B-BONSCR) en het vak Onderzoeksproject (B-B3ONST) samen in dezelfde onderwijsperiode. In overleg met begeleider en coördinatoren is het echter mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden als daar goede redenen voor zijn. Dit is meestal niet ideaal, maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent of in het kader van het Honoursprogramma 10 weken stage loopt. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met expliciet goedvinden van je begeleider(s) en de cursuscoördinatoren. Breng de coördinatoren dus altijd even op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

Als je de onderzoekstage en literatuurscriptie wel in hetzelfde onderwijsblok schrijft mag je je tijd indelen zoals je wilt, uiteraard in overleg met je begeleider. Uitgangspunt is dat je 5 weken fulltime aan beide besteedt (200 uur). Dat mag 5 weken onderzoek zijn, gevolgd door het schrijven van de scriptie, of vice versa. Maar, in de praktijk zal het vaak in elkaar overlopen en doe je een deel van de week onderzoek en schrijf je op weer een ander moment aan je scriptie.

 

Q.   Wanneer mag ik me inschrijven voor de cursus ‘Onderzoeksscriptie’ of  ‘Onderzoeksproject’?

A.   Als ingangseis voor zowel de cursus Onderzoekscriptie (B-B3ONSCR) als Onderzoeksproject (B-B3ONST) geldt dat je tenminste 120 studiepunten van de major van de Bacheloropleiding Biologie hebt behaald en het verplichte deel (6 cursussen van jaar 1) geheel met voldoendes hebt afgerond. Voldoe je niet aan deze eisen en wil je om goede redenen toch aan je scriptie beginnen dan kun je een gemotiveerd verzoek tot ontheffing indienen bij de Kamer Biologie (Examencommissie).

 

Q.   Hoe schrijf ik me in voor de Onderzoeksscriptie en het Onderzoeksproject?

A.   Je schrijft je op gebruikelijke wijze in via Osiris in de daarvoor aangewezen inschrijvingsperiode. In principe volg je het vak onderzoekscriptie (B-BONSCR) en het vak Onderzoeksproject (B-B3ONST) altijd samen in dezelfde onderwijsperiode, tenzij je zwaarwegende redenen hebt om dat niet te doen. Dit mag alleen in overleg met je begeleider(s) en de coördinatoren (zie ook hierboven).

In overleg is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden, dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing als je bijvoorbeeld aan een veldwerkseizoen gebonden bent. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoördinatoren. Breng de coördinatoren dus altijd op de hoogte, via scriptie.bio@uu.nl.

 

Q.   Hoe vind ik een begeleider/onderwerp voor mijn scriptie/onderzoeksproject?

A.  Ruim voor aanvang van de cursus ga je zelf op zoek naar een onderwerp en begeleider. De cursuscoördinatoren kunnen - en zullen - hierin niet bemiddelen. Hier is een link naar onderzoeksgroepen bij het departement Biologie om je te oriënteren. Je mag je scriptie ook schrijven bij een departement, faculteit, instelling of bedrijf buiten het departement Biologie.

Begin op tijd met zoeken en maak tijdig afspraken met je begeleider. Plaatsen zijn soms selectief en populaire onderwerpen bij populaire vakgroepen kunnen ruim van te voren al vergeven zijn. Zeker als je extern een scriptie wilt gaan schrijven is op tijd beginnen met het zoeken naar een plek en een begeleider van belang. Zoek, zeker in het geval van een externe stage, alvast een 2e beoordelaar binnen het departement Biologie die als examinator mag optreden, in overleg met je eerste begeleider. Uitgangspunt is dat een scriptie/onderzoeksonderwerp moet vallen binnen het ‘beroepenveld van een bioloog’. Dit is dus inclusief bijvoorbeeld bio-ethiek, didactiek van de biologie of een beleidsstage over een biologisch onderwerp. Twijfel je of je onderwerp voldoet, raadpleeg dan je examinator en bespreek je plannen. Sowieso is het raadzaam om je plannen te bespreken met je 2e beoordelaar/examinator als je buiten het Departement Biologie scriptie/onderzoek doet, om eventuele teleurstelling te voorkomen.

 

Q.   Wie mag mijn scriptie beoordelen?

A.   De dagelijkse begeleiding mag in handen zijn van een docent, een ervaren promovendus (AIO), postdoc of externe begeleider binnen de UU of extern bij een bedrijf of instelling in binnen- of buitenland. Deze persoon mag ook een cijfer voorstellen. Het definitieve eindcijfer voor je scriptie en onderzoek dient echter vastgesteld te worden door een bevoegd docent van het Departement Biologie, UU (de ‘examinator’). De examinator van Biologie UU mag de verplichte 2e beoordelaar zijn die de scriptie bevestigend leest en het cijfer accordeert, of als hij/zij het er niet mee eens is contact opneemt met de dagelijks begeleider. De examinator mag ook de eerste begeleider zijn, maar ook dan is een 2e beoordelaar verplicht. De 2e beoordelaar (of het nu de examinator is of niet) leest de scriptie/verslag bevestigend en besteedt hier als vuistregel ongeveer 2 uur aan. Tenzij anders afgesproken, krijg je dus geen inhoudelijke feedback ter verbetering van je 2e beoordelaar.

Wanneer je je scriptie extern schrijft (dat wil zeggen buiten het departement Biologie) dan vindt de begeleiding altijd plaats in samenspraak met een examinator van het departement biologie UU, of een examinator van een andere opleiding aan de UU die regelmatig beoordeeld in naam van het departement Biologie (bijvoorbeeld bepaalde stafleden van Mariene Biologie van geowetenschappen of van het Copernicus instituut). De laatstgenoemde personen zijn op de hoogte van deze 'bevoegdheid'. Twijfel je of je begeleider mag beoordelen/examineren, vraag daar dan naar (hij of zij is in het bezit van een brief van de Kamer Biologie van de examencommissie dat hij zij mag examineren). Neem bij twijfel gerust contact op met de cursus coördinatoren via een email aan scriptie.bio@uu.nl.

Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar/examinator wordt gezocht. Bespreek dit dus tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

We raden je aan altijd het onderwerp van je scriptie te bespreken met je examinator, voor - of bij - aanvang van het schrijven. Dit om wederzijdse verwachtingen kenbaar te maken en eventuele teleurstelling later te voorkomen.

 

Q.   Wat voor afspraken moet ik vooraf met mijn begeleider maken?

A.   Heb je een begeleider gevonden? Dan is het zaak om goede afspraken met te maken over het onderwerp en wat jullie van elkaar verwachten. Wij raden je aan om al voordat de cursus start een datum en tijd te prikken om een ‘startgesprek’ te hebben. Idealiter is dit gesprek op de eerste dag van de cursus. Bij het vastleggen van afspraken kun je optioneel het voortgangsformulier gebruiken wat je elders op deze site kunt vinden. Maak in ieder geval goede afspraken over inleverdatums en wanneer je feedback/een cijfer kan verwachten. Ook is het van belang te weten of - en wanneer - je begeleider(s) eventueel afwezig is. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar/examinator wordt gezocht. Bespreek dit dus ook tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

 

Q.   Ik heb me ingeschreven voor de scriptiecursus en een begeleider gevonden. En nu?

A.   Ongeveer 4 a 5 weken voor het begin van de cursus krijg je het verzoek om informatie over je keuze voor een onderwerp via een online formulier (Survey Monkey) aan de coördinatoren door te geven. Hierdoor weten de coördinatoren waar je je scriptie gaat schrijven/stage gaat doen en wie je begeleiders zijn. De coördinatoren voorzien je begeleiders vervolgens zo goed mogelijk van informatie. Echter, vaak zijn de begeleiders niet (allemaal) bekend bij de coördinatoren aan het begin van de cursus, of is de dagelijkse begeleider niet degene die de informatie ontvangt. Het is jouw eigen verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je zelf goed op de hoogte bent en wijs ze op deze website!

Per email ontvang je ook de handleiding met het rooster. Hierin staan o.a. richtlijnen en tips voor het schrijven van een goede scriptie. Aan het begin van de cursus maak je afspraken met je begeleider. Onder andere over wat jullie van elkaar verwachten en welk onderwerp je precies aan gaat werken. Bij het vastleggen van afspraken kun je optioneel het voortgangsformulier gebruiken, wat je elders op deze site kunt vinden.

Vaak krijg je al wat startliteratuur van je begeleider die je kan lezen om in het onderwerp te komen. Daarna ga je zelf actief op zoek naar literatuur. Je volgt ook aan aantal (deels verplichte!) werkcolleges waarin uitgelegd wordt hoe je een scriptie schrijft, hoe je literatuur zoekt en verwerkt en over wat er verder allemaal komt kijken bij het schrijven van een goede scriptie en het doen van onderzoek.

Tip: Heb je een begeleider gevonden, prik dan direct een datum voor een eerste gesprek zo kort mogelijk na het begin van de cursus zodat je maximaal tijd hebt om een mooie scriptie te schrijven.

 

Q.   Ik wil mijn scriptie schrijven (en/of onderzoek doen) bij een buitenlandse organisatie. Kan dat?

A.  Dat kan zeker, en mits goed gepland kan het een heel leuke en leerzame ervaring zijn die ook nog eens heel goed staat op je CV. Ruim op tijd beginnen met plannen is essentieel. Meer informatie vind je op de site "studeren in het buitenland", bij praktische info voor bèta studenten. Heel belangrijk is om vroegtijdig contact te leggen met een docent bij Biologie die je vanuit de UU kan begeleiden en als examinator wil optreden. Overleg met hem/haar of je plannen - en stage organisatie - van voldoende wetenschappelijk niveau zijn. Vergeet niet ook contact op te nemen met het Science International Office om praktische zaken te bespreken/regelen.

Als je een scriptie/onderzoek in het buitenland doet is het verplicht een 'buitenlandverzoek' te doen in Osiris. Dit doe je door het ‘Afsprakenformulier student en begeleider Onderzoeksproject_Biologie (Engels)’ volledig in te (laten) vullen en op Osiris in te dienen. Dit formulier vind je elders op deze site, onder het kopje 'Documents and Forms'. Bij het niet vooraf voldoen aan deze verplichting, of als je verzoek niet wordt goedgekeurd, dan worden er geen EC’s toegekend. Het is sowieso niet toegestaan een onderzoek/scriptie te doen in een gebied waar vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies voor geldt.

 

Q.   Zijn er (werk)colleges bij deze cursus

A.   Ja, er zijn drie (werk)colleges. Wekcollege 1 en 3 zijn verplicht en zijn respectievelijk geroosterd aan het begin van de cursus (WC1) en na 2 a 3 weken (WC3). Werkcollege 1 is inleidend. Er wordt verteld wat er van je verwacht wordt. In werkcollege 3 gaan we dieper in op technische aspecten van het schrijven van een goede scriptie. Werkcollege 2 wordt verzorgd door medewerkers van de Universiteitsbibliotheek en gaat over refereren, literatuur zoeken en het gebruik van referentiesoftware. Dit werkcollege is niet verplicht, maar wordt sterk aangeraden, zeker als je niet de cursus ‘Academisch schrijven’ of ‘Ontwikkelingsbiologie’ hebt gevolgd.

 

Q.   Het onderzoeksproject wat ik wil gaan doen is niet direct te vergelijken met de meeste andere projecten omdat het geen experimenteel werk en/of Data-analyse bevat, maar meer beleidsmatig (of bijvoorbeeld ethiek betreft). Mag dat?

A.   In overleg is er veel mogelijk, mits het binnen de kaders valt van 'het werkveld van een bioloog'. Als je twijfelt of je onderzoeksproject en/of onderwerp van je scriptie voldoet, neem dan altijd even contact op met je examinator en als je er niet uitkomt, met de coördinatoren. In uitzonderlijke gevallen kan je het onderwerp voorleggen aan de Kamer Biologie (Examencommissie), in overleg met de cursuscoördinatoren. Onderwerpen bij Biologie didactiek (Freudenthal Instituut), Toxicologie en bij Bio-ethiek zijn in vrijwel alle gevallen toegestaan, evenals bij het Copernicus instituut van Geowetenschappen.

 

Q.   Is er een handleiding voor de cursus?

A.   Ruim voor aanvang van de cursus krijg je een (digitale) handleiding toegestuurd met daarin alle informatie die je nodig hebt om de cursus te kunnen volgen. Als je een papieren versie wilt dan kun je deze tegen een kleine vergoeding (3 euro) krijgen bij het eerste werkcollege. Graag van te voren even aangeven dat je een afgedrukt exemplaar wilt en graag gepast betalen. Onder het kopje ‘Documents and forms’ zijn handleidingen van de huidige en eerdere onderwijsperiodes te vinden, mocht je alvast willen kijken.

 

Q.   Is er een verplicht boek nodig bij de vakken Onderzoekscriptie en/of Onderzoeksproject?

A.   Er zijn geen verplichte boeken voor de scriptiecursus. We raden je wel sterk aan het boekje: “Een leesbare scriptie” aan te schaffen van Warna Oosterbaan (ISBN 9789035142183). Dit boekje is te bestellen via de UBV en bij bijvoorbeeld Bol.com en kost nieuw €12.50. Ook hebben veel medestudenten dit boekje in de kast staan, dus misschien dat je het kunt lenen?

 

Q.   Ik heb tijd om wat eerder te beginnen aan mijn onderzoek omdat ik momenteel geen vakken volg/vakantie heb, mag dat?

A.   Als je ingeschreven staat voor het B-B3ONSCR en/of B-B3ONST in de eerstvolgende periode is het geen probleem als je bijvoorbeeld een weekje eerder begint met je onderzoek als dat nodig is, of als je meer tijd wilt voor het schrijven van je scriptie, naast het doen van onderzoek. Je krijgt hier echter in geen geval extra studiepunten voor! Het is dus echt extra, maar kan wel heel leerzaam zijn! Voorwaarde is dat je begeleider het er mee eens is dat je eerder begint en dat er voldoende begeleiding aanwezig is. Als je meer dan één a twee weken eerder wilt beginnen, neem dan even contact op met de cursuscoördinatoren. Dit gezegd hebbende, raden we af om eerder te beginnen met het schrijven van je scriptie omdat bij het schrijven van een scriptie veel komt kijken en dit pas uitgelegd wordt bij het eerste werkcollege. Je mag eerder beginnen onder bovenstaande voorwaarden, maar de ervaring leert dat de tijd die je denkt te winnen uiteindelijk vaak teniet wordt gedaan.

Doorgaan na het einde van de periode is in principe niet toegestaan, maar in voorkomende gevallen kan dat nodig zijn. Dit mag uiteraard alleen met instemming van je begeleider en de coördinatoren van de cursus. We raden je echter zeer sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van 2 vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vaak teveel is, vaak met grote uitloop tot gevolg.

 

Q.   Ik schrijf de Scriptie in timeslot A+D en schrijf mijn scriptie in timeslot B+C. Moet ik deze tijdsverdeling strikt aanhouden?

A.   Je hebt veel vrijheid bij het invullen van je tijd. Je hoeft niet per sé strikt aan de timeslots vast te houden. Sommige studenten doen eerst 5 weken fulltime onderzoek en gaan dan vijf weken aan de gang met de scriptie. Anderen gaan daar meer flexibel mee om en verweven het doen van onderzoek met het schrijven van de scriptie. Maak in ieder geval goede afspraken met je begeleider over de invulling van je tijd om misverstanden te voorkomen. Het is aan jou als student om zelf de tijdsverdeling 50/50 in de gaten te houden. Scriptie en onderzoekstage zijn in principe twee onafhankelijke onderdelen met elk eigen studiepunten en een studielast (200 uur) van elk vijf weken fulltime (of 10 weken halftime) en deze studielast moet gereflecteerd zijn in beide eindproducten. Hoe je het ook invult, overleg altijd met je begeleider(s).

In overleg is het mogelijk om scriptie en stage in tijd (over cursus periodes) te scheiden. Dit is meestal niet ideaal maar is in sommige gevallen een oplossing. Het scheiden van scriptie en stage mag alleen met goedvinden van je begeleiders en de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Ik weet uit ervaring dat ik grote moeite heb met plannen/schrijven, wat kan doen?

A.   Wij raden je aan na te denken of het volgen van een cursus verstandig zou zijn. Laagdrempelige en betaalbare cursussen/korte workshops met betrekking tot academische vaardigheden en studievaardigheden vind je hier. Ook raden we je aan de website van het UU SkillLab te bezoeken of direct naar het SkillLab Writing Center te gaan. Hier kun je gratis schrijf coaching krijgen van een getrainde student (peer tutor).

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot het schijven van je scriptie/doen van het onderzoeksproject. Kun je je vraag niet vinden, kijk dan eerst goed in de cursushandleiding. Daar vind je informatie over de cursusinhoud, beoordeling en opbouw van je scriptie en onderzoeksverslag. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.   Wat is precies het verschil tussen de vakken ‘Onderzoekscriptie’ en ‘Onderzoeksproject’?

A.  Het verschil is dat je in je scriptie een onderzoeksvraag moet behandelen op basis van wetenschappelijke literatuur en dat je tijdens het onderzoeksproject hands-on onderzoek doet in het lab of veld o.i.d. en ervaring opdoet met de verslaglegging daarvan (zie ook de vraag hieronder).

In het literatuurdeel van je scriptie (B-B3ONSCR; verplicht) diep je zelfstandig een onderzoeksvraag uit op basis van wetenschappelijke literatuur. Hiervoor zoek je uit alle beschikbare literatuur relevante informatie die je op de juiste manier verwerkt tot een scriptie. Het eindresultaat hiervan is niet alleen een beschrijvende samenvatting van de beschikbare feiten en ideeën ('een review'), maar bevat ook een eigen kritische beschouwing en synthese van de literatuur. Het verder ontwikkelen van je academische vaardigheden zoals het doen van een gedegen literatuuronderzoek, correct wetenschappelijk schrijven en presenteren, staat hierbij centraal. Het eindproduct van de cursus bestaat uit een leesbare, op literatuur gebaseerde, scriptie van ongeveer 20 – 25 pagina’s (6000-8000 woorden) in het Nederlands of Engels (het laatste met goedvinden van je begeleider).

Je mag ook de resultaten van je onderzoek in je scriptie verwerken. De tekst hiervan komt dan bovenop de tekst van de scriptie. Belangrijk is wel dat zowel het literatuuronderzoek en praktische onderzoek duidelijk herkenbaar terugkomen in je scriptie/verslag. Overigens zijn de genoemde aantallen woorden en pagina’s geen harde eis. Het gaat uiteindelijk om de kwaliteit van het literatuur- en stageonderzoek. Je slaagt alleen voor de cursus als je examinator zowel het literatuurgedeelte, als het onderzoekgedeelte met een voldoende waardeert. Je kunt dus niet het een met het ander compenseren.

Past je onderzoek niet bij het onderwerp van je scriptie? Lever dan een apart onderzoeksverslag in. Dat hoeft niet uitgebreid, maar uit de tekst (of het nu in de scriptie of als apart document ingeleverd wordt) moet in ieder geval wel blijken wat je gedaan hebt tijdens je onderzoek. We raden je aan om als bijlage een logboek (labjournaal, observatienotities o.i.d.) toe te voegen met de verrichte werkzaamheden per dag.

 

Q.   Wat valt er allemaal onder een stageonderwerp?

A.   Het doel van de onderzoekstage is het opdoen van praktijkervaring, waarbij minimaal één keer de onderzoekscylus wordt doorlopen. Dit mag zelfstandig, of in directe samenwerking met bijvoorbeeld een AIO, analist, of (ervaren) masterstudent. Qua onderwerpen is er veel mogelijk, mits het onderwerp binnen ‘het werkveld van een bioloog’ past. Onderwerpen kunnen uiteenlopen van moleculair labwerk tot veldinventarisaties tot gedragsobservaties en van beleidsonderzoek tot effectiviteitsmetingen van een zelf ontworpen onderwijsmodule. Uitgangspunt is dat je onderzoek doet volgens ‘de geldende normen voor onderzoek binnen het vakgebied’. Overleg dit met je begeleider. Twijfel je? Win dan advies in bij je 2e beoordelaar/examinator of eventueel de cursuscoördinatoren. In uitzonderlijke gevallen kan de Kamer Biologie (examencommissie) om toestemming gevraagd worden. De coördinatoren adviseren je daar dan graag bij.

Indien het te gecompliceerd is om binnen de beperkt beschikbare tijd voldoende in te werken om zelfstandig een relevant experiment uit te voeren, dan is het ook voldoende als je betrokken wordt bij een lopend experiment. Als je mee kan denken, het experiment kunt volgen of gedeeltelijk kan uitvoeren/analyseren dan wordt aan een groot aantal elementen van de cursus voldaan.

 
Q.  Mag ik gebruik maken van reviews, populairwetenschappelijke literatuur en/of onderzoeksrapporten in mijn scriptie?

A. Het is in beperkte mate toegestaan om secundaire en tertiaire literatuur te gebruiken als deze nodig zijn om je bevindingen te ondersteunen, of juist als basis dienen voor je scriptie. Echter, je scriptie dient voor het grootste gedeelte gebaseerd te zijn op primaire, peer-reviewed, literatuur.

 

Q.  Mag ik samen met iemand een stage doen en scriptie schrijven?

A.  Het is toegestaan om samen aan een praktisch stageonderwerp te werken. Dan zal het praktische deel dus gelijk kunnen zijn voor jullie allebei, evenals het onderzoeksverslag. Echter, het moet duidelijk blijken welk aandeel ieder van jullie heeft gehad in het verzette werk. Als dat niet expliciet duidelijk is worden er geen studiepunten toegekend. We raden je zeer sterk aan om een gedetailleerd logboek van de werkzaamheden per persoon bij te houden en als bijlage bij het stageverslag te voegen.

Het is uitdrukkelijk niet toegestaan om samen het theoretische literatuurdeel (de scriptie) te schrijven. Dit is expliciet een individuele opdracht. Zorg er dus voor dat de gekozen onderzoeksvraag voldoende verschilt van de vraag van je onderzoekpartner en overleg over (het verschil in) beide onderwerpen met je begeleider en examinator.

 

Q.   Hoe hard zijn de gestelde deadlines?

A.   De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan en eindversie(s) van je scriptie en onderzoeksverslag zijn in principe hard. Op de vastgestelde datums (zie handleiding) moet je het eindproduct af hebben en digitaal (!) inleveren per email bij de coördinatoren (geldt voor scriptieplan) en bij je begeleider (eindversie van je scriptie en onderzoeksverslag, dat laatste indien van toepassing). De beoordeelde versie van je scriptie en onderzoeksverslag hoef je pas digitaal in te leveren bij de coördinatoren nadat de beoordeling gedaan is en als je ook het volledig ingevulde beoordelingsformulier en de rubric(s) hebt ontvangen van je begeleider/examinator. Over het algemeen zal je begeleider het beoordelingsformulier, de rubrics en je scriptie en evt. onderzoeksverslag opsturen naar de coördinatoren, maar het is ook toegestaan als je dat zelf doet, mits ondertekend/geparafeerd door je begeleider. Bespreek duidelijk met je begeleider wie de formulieren opstuurt, om misverstanden te voorkomen.

Haal je de inleverdata door omstandigheden niet, neem dan altijd contact op met je begeleider en coördinatoren. Bij zwaarwegende redenen kunnen we dan bespreken wat er mogelijk is. Dat gezegd hebbende; in gemotiveerde gevallen is het vaak mogelijk je scriptie iets later in te leveren. Maar, alleen als je begeleider en coördinatoren daarmee akkoord zijn. We raden je zeer sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van twee vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vrijwel altijd teveel is, met vaak grote uitloop tot gevolg.

De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan is een harde deadline (anders einde oefening). De deadlines voor het facultatieve schrijfplan en het inleveren van een eerste versie bij je begeleider zijn flexibel en dien je af te stemmen met je begeleider (de coördinatoren hoeven deze niet te ontvangen). Spreek ook af met je begeleider wanneer jij feedback kan verwachten op de ingeleverde producten.

 

Q.   Zijn er (werk)colleges bij deze cursus

A.   Ja, er zijn drie (werk)colleges. Wekcollege 1 en 3 zijn verplicht en zijn geroosterd respectievelijk aan het begin van de cursus (WC1) en na 2 a 3 weken (WC3). Werkcollege 1 is inleidend. Er wordt verteld wat er van je verwacht wordt. In werkcollege 3 gaan we dieper in op technische aspecten van het schrijven van een goede scriptie. Werkcollege 2 wordt verzorgd door medewerkers van de Universiteitsbibliotheek en gaat over refereren, literatuur zoeken en het gebruik van referentiesoftware. Dit werkcollege is niet verplicht, maar wordt sterk aangeraden, zeker als je niet de cursus ‘Academisch schrijven’ of ‘Ontwikkelingsbiologie’ hebt gevolgd.

 

Q.  Ik heb vorige periode ook al een scriptieplan ingeleverd, maar toen mijn scriptie niet afgemaakt. Deze periode heb ik mij opnieuw ingeschreven, moet ik nu opnieuw een scriptieplan maken?

A.   Dit is ter beoordeling van je begeleider. Als je dezelfde begeleider hebt en het scriptieplan was al in orde dan hoef je niet per sé een nieuw plan te schrijven als je niet van onderwerp verandert. Graag dan wel even alsnog het scriptieplan voor de deadline via de email inleveren bij de coördinatoren, zodat onze administratie klopt!

 

Q.  Wat is precies het verschil tussen scriptieplan en schrijfplan?

A.  Meer informatie hierover vind je in de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Kort gezegd; in het scriptieplan zijn de contouren/raamwerk van je scriptie zichtbaar en is je onderwerp afgebakend inclusief de belangrijkste artikelen die de basis vormen van je literatuurstudie. Je scriptieplan bespreek je met je begeleider en lever je digitaal, per email in bij de coördinatoren (verplicht). Een schrijfplan bevat een gedetailleerde indeling per scriptieonderdeel (hoofdstuk) en is als het ware de kapstok waaraan je inhoudelijke stukken tekst ophangt. Het schrijfplan bespreek je met je begeleider en hoef je niet in te leveren bij de coördinatoren. Vanuit de tekst van je schrijfplan kun je de scriptie uitwerken.

 

Q.   Ik zou graag een voorbeeld willen zien van een scriptie/onderzoeksverslag. Zijn er voorbeelden beschikbaar?

A.   Globaal zijn de opbouw en inhoudelijke vereisten van alle scripties en/of onderzoeksverslagen gelijk. Maar, elk (deel)vakgebied heeft ook zijn eigen gewoontes. Daarnaast speelt ook de voorkeur van je begeleider een rol. Daarom raden we je aan om aan je begeleider te vragen of hij/zij je een voorbeeld kan geven.

 

Q.   Wat zijn de inhoudelijke eisen van de scriptie/onderzoeksverslag?

A.   Voor een uitgebreide beschrijving van de inhoudelijke eisen en richtlijnen, zie de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website, de rubrics en de studiegids. Belangrijkste eis is dat er een op literatuur gebaseerde scriptie geschreven wordt, met een onderzoeksvraag die op literatuur gestoeld is. Als je naast de verplichte scriptie (B-B3ONSCR) ook het vak onderzoekstage volgt (B-B3ONST; verplicht voor studenten begonnen na 1 september 2016) dan mag je ook de resultaten van je onderzoek in je scriptie verwerken. De tekst hiervan komt dan bovenop de tekst van de scriptie en moet duidelijk herkenbaar zijn als zelfstandig onderdeel.

De verantwoording van je onderzoek, of het nu in je scriptie staat, of als apart onderzoeksverslag, uitgebreid labjournaal, veldwerknotities o.i.d. wordt ingeleverd, moet worden opgesteld volgens de algemeen geldende richtlijnen van een wetenschappelijk onderzoeksverslag. Dat houdt in dat er minimaal een (korte) inleiding, vraagstelling, hypothese, methode, resultaten en (korte) discussie en conclusie aanwezig zijn.

Je slaagt alleen voor de cursus als je examinator zowel het literatuurgedeelte, als het onderzoekgedeelte met een voldoende waardeert. Past je onderzoek niet bij het onderwerp van je scriptie? Lever dan een apart onderzoeksverslag in. Dat hoeft niet uitgebreid, maar uit de tekst (of het nu in de scriptie of als apart document ingeleverd wordt) moet in ieder geval wel duidelijk blijken wat je gedaan hebt tijdens je onderzoek. We raden je sterk aan sowieso in de bijlage een overzicht op te nemen van de gedane werkzaamheden per dag, zodat het duidelijk is hoeveel werk je hebt verzet, ook in het geval dat je onverhoopt geen klinkende resultaten hebt geboekt.

 

Q.   Ik ben van plan om mijn scriptie in het Engels te schrijven, mag dat?

A.   Dat mag zeker en kan ook heel leerzaam zijn in voorbereiding op een masteropleiding. Maar, de bacheloropleiding Biologie is Nederlandstalig. Het schrijven van een scriptie is bedoeld als oefening in het schrijven van een wetenschappelijke verhandeling. Dat betekent dat als je niet voldoende taalvaardig bent in het Engels, taalaspecten het schrijven van een goed betoog in de weg zouden kunnen staan. Daarom kan je begeleider van je verlangen dat je in het Nederlands schrijft, ook als je al in het Engels begonnen bent.

Is je begeleider de Nederlandse taal niet machtig, dan ligt het in ieder geval voor de hand om je scriptie in het Engels te schrijven. In alle andere gevallen is het raadzaam vooraf met je begeleider af te stemmen in welke taal je de scriptie gaat schrijven.

 

Q.   Mogen er bijlagen worden opgenomen in de scriptie?

A.   Ja, het opnemen van bijlagen mag, maar met mate. Het is niet de bedoeling dat er grote bijlagen worden opgenomen in je scriptie. In de bijlage kun je bijvoorbeeld een transcript van een interview opnemen dat je hebt afgenomen of een tabel met onderzoeksresultaten die niet direct noodzakelijk is om de hoofdtekst te kunnen begrijpen. We raden je aan sowieso een overzicht van de gedane werkzaamheden (logboek of labjournaal) op te nemen als je een onderzoek hebt gedaan (B-B3ONST).

 

Q.  Moet de scriptie over vakliteratuur gaan?

A.   Ja, je scriptie (B-B3ONSCR) moet grotendeels over vakliteratuur gaan binnen een afgebakend biologisch onderwerp. Dit op literatuur gebaseerde deel behoeft geen materialen en methoden sectie en het op papier zetten van je zoekstrategie is niet nodig (tenzij je begeleider anders verlangt). Meestal heeft het literatuurdeel van de scriptie de vorm van een opinieartikel, met een abstract, inleiding en hoofdtekst waaronder een discussie met een eigen standpunt en een conclusie.

Kies je ervoor om een hoofdstuk op te nemen met je eventuele onderzoeksresultaten (B-B3ONST), dan moet je daar uiteraard wel een materialen en methode, resultaten en (korte) discussie sectie daarover schrijven. Zorg dat het duidelijk is wat je gedaan hebt tijdens je onderzoek (voeg bij voorkeur een logboek/labjournaal) toe aan de bijlage, maar de nadruk dient qua geschreven tekst op het literatuuronderzoek te liggen.

 

Q.   Moet ik referentiesoftware gebruiken bij het schrijven van mijn scriptie?

A.   Op zich is dat niet verplicht, maar we raden het je wel zeer sterk aan. Het is niet ingewikkeld om te gebruiken en in werkcollege 2 leer je alle in-en-outs van deze software kennen. Referentiesoftware is bijzonder handig bij het ordenen van je literatuur en het opmaken van een referentielijst. Ook het terugzoeken van reeds gelezen literatuur wordt gemakkelijker. Elke minuut die je besteedt aan het leren gebruiken van dit soort software verdien je dubbel en dwars terug. Waar je bij een verslag in een reguliere cursus misschien nog wel wegkwam met literatuur met de hand invoegen, zul je merken dat de hoeveelheid literatuur die je voor je scriptie zult gebruiken al gauw te veel is om op die manier te managen. De Universiteitsbibliotheek heeft een handige site ingericht over data en literatuur verwerken met veel praktische informatie en tips. Ook kun je daar handige libguides vinden over dit onderwerp.

 

Q.   Is er een standaard manier van refereren en is deze verplicht in de scriptie?

A.   In de biologie is het gebruikelijk het volgende format te hanteren voor literatuur uit tijdschiften: [auteur(s)] [jaar] [titel] [tijdschrift] [volume] [pagina’s]. Hierop bestaan variaties. In sommige tijdschriften is het bijvoorbeeld gebruikelijk om bij meer dan een x aantal (dat kan 5 of 3 zijn bijvoorbeeld) auteurs in de referentielijst et al., op te nemen en andere tijdschriften schrijven de namen van alle auteurs uit. Voor boeken, interviews rapporten e.d. bestaan vele (verschillende) formats, waar de standaard referentieliteratuur vanzelf goed mee omgaat. Sleutelwoorden voor de referentielijst zijn; consequent en compleet! Kies een vorm in overleg met je begeleider en pas die consequent toe, daar gaat het vooral om.

 

Q.   Hoeveel versies mag ik naar mijn begeleider sturen

A.   Je mag van je begeleider verwachten dat hij/zij in ieder geval ja scriptieplan, een draftversie van je scriptie en eventueel je schrijfplan (in overleg) bekijkt en uitgebreid van commentaar voorziet. Spreek tijdig af wanneer jij je begeleider de stukken opstuurt, zodat er voldoende tijd is om deze te lezen en van commentaar te voorzien. Op basis van deze commentaren kun jij je scriptie verbeteren en aanpassen. Je levert dan een eindversie in bij je begeleider en onafhankelijke 2e beoordelaar/examinator en deze wordt door beiden beoordeeld. Voordat je de eindversie(s) inlevert bij de coördinatoren mag je nog typo’s en spelfouten etc. corrigeren, maar het is uitdrukkelijk niet meer toegestaan om grote veranderingen door te voeren.

 

Q.   Mijn begeleider(s) hebben geen informatie ontvangen over de cursus

A.   De coördinatoren voorzien de begeleiders zo goed mogelijk van informatie. Een aantal weken voor aanvang van de cursus krijg je een uitnodiging om een korte online enquête in te vullen. Je wordt onder andere gevraagd informatie over je begeleider te geven. Als je de enquête op tijd invult mag je er vanuit gaan dat je begeleiders informatie krijgen van de cursuscoördinatoren. Soms zijn echter de begeleiders niet bekend bij de coördinatoren aan het begin van de cursus, of is de dagelijkse begeleider niet degene die de informatie ontvangt. Het is jouw eigen verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je goed op de hoogte bent en vraag na of je begeleider inderdaad ook de informatie heeft ontvangen! Je kunt je begeleiders natuurlijk altijd naar deze website verwijzen. Hier staan ook alle documenten die nodig zijn voor de beoordeling van je scriptie en onderzoeksverslag.

 

Q. Ik heb moeite met schrijven, is er hulp beschikbaar?

A. Bezoek de website van het UU SkillLab eens. Hier kun je gratis schrijfcoaching krijgen van een getrainde student (peer tutor).

Met betrekking tot je literatuurscriptie (B-B3ONSCR) worden de volgende academische vaardigheden beoordeeld, aan de hand van een rubric, met als belangrijkste onderdelen: Wetenschappelijk literatuur gebruik, schijven van een eigen wetenschappelijk betoog, kritische beschouwing, werkhouding en zelfreflectie. Belangrijkste aspect echter is uiteraard de inhoud van de scriptie en de structuur/vorm.

De onderzoekstage (B-B3ONST) wordt ook beoordeeld aan de hand van een rubric, met als belangrijkste onderdelen; vorm en inhoud van het onderzoeksverslag, werkhouding en zelfstandigheid bij het uitvoeren van het onderzoek en de doorlopen leercurve. Het is zeer wenselijk dat jij samen met je begeleider de rubrics en het schrijf/onderzoeksproces bespreekt in een eindgesprek. Bij dit eindgesprek hoor je misschien ook al het cijfer wat je begeleider je geeft. Maar, vaak moet dit nog wel worden goedgekeurd door de 2e beoordelaar/examinator op dat moment.

Studenten die na 1 september 2016 begonnen zijn met de opleiding Biologie moeten een voldoende halen voor zowel de Onderzoekscriptie (B-B3ONSCR)  als de onderzoekstage (B-B3ONST) om af te kunnen studeren, omdat beide verplichte onderdelen zijn van de major. Voor studenten die voor 1 sept. 2016 zijn begonnen geldt dat zij in ieder geval een voldoende moeten halen voor de Onderzoekscriptie (B-B3ONSCR) om de bacheloropleiding te kunnen afronden. In geen geval mag de stage compenseren voor de literatuurscriptie of andersom, ondanks dat beide in hetzelfde geschreven document mogen worden weergeven. Meer informatie hierover vind je in de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en hoor je tijdens de  verplichte werkcolleges. De rubrics en alle andere formulieren die gebruikt moeten worden bij de beoordeling zijn te vinden in het dropdown menu 'documents and forms'.

 

Om de cursus Onderzoeksscriptie (B-B3ONSCR) af te ronden moeten de coördinatoren in het (digitale) bezit zijn van:

1.         Scriptieplan

2.         Eindversie van de literatuurscriptie die op plagiaat is gecheckt door Ephorus (inleveren bij Ephorus via inlevercode van je begeleider)

3.         Volledig ingevulde rubric 'Onderzoekscriptie' (alleen scriptie) of rubric ‘Onderzoeksproject’ (scriptie en onderzoek) door je begeleider

4.         Volledig ingevuld Beoordelingsformulier met akkoord van een tweede beoordelaar. Minimaal één van de ondertekenaars moet bevoegd examinator zijn van de Biologie scriptiecursus.

 

Om de cursus ‘Onderzoeksproject (B-B3ONST) af te ronden moeten de coördinatoren in het (digitale) bezit zijn van:

1.         Eindversie van je Onderzoeksverslag, als apart document, of als duidelijk herkenbaar onderdeel van je scriptie.

2.         Volledig ingevulde rubric ‘onderzoeksproject’ door je begeleider

5.         Volledig ingevuld Beoordelingsformulier met akkoord van een tweede beoordelaar. Minimaal één van de ondertekenaars moet bevoegd examinator zijn van de Biologie scriptiecursus.

 

Hieronder vind je antwoord op een aantal Frequently Asked Questions (FAQs) met betrekking tot de beoordeling en afronding van je scriptie/onderzoeksproject. Kun je je vraag niet vinden, kijk dan eerst goed in de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website. Kom je er dan nog niet uit, schroom dan niet om contact op te nemen met de cursuscoördinatoren.

 

Q.    De cijfers voor deze cursus zijn mijn laatste en ik wil graag afstuderen. Hoe gaat dat in zijn werk?

A.   De scriptie/onderzoeksprojecten (reguliere cursussen) en het proces van afstuderen staan los van elkaar. Procedures omtrent afstuderen kun je hier vinden. Heb je vragen over afstuderen, neem dan contact op met het Studiepunt

Nadat de coördinatoren alle benodigde documenten hebben (zie dropdown menu ‘beoordeling en afronding van de cursus’), zal je beoordeling doorgestuurd worden naar studiepunt. Zij verwerken je cijfer en zetten het op Osiris. In de regel zal je cijfer binnen 2 werkdagen worden doorgestuurd. Hou er rekening mee dat studiepunt ook tijd nodig heeft om je cijfer te verwerken en dat er een kleine vertraging in Osiris zit door vastgestelde synchronisatie momenten. Dus, als je wilt afstuderen (dat kan elke 15e van de maand), zorg dan dat je beoordeling al een aantal werkdagen eerder in het bezit is van de coördinatoren. Als je een master wilt beginnen in september is het van groot belang dat je laatste cijfer uiterlijk 1 augustus op Osiris staat. Dit is een harde, landelijk vastgelegde deadline!

 

Q.   Hoe hard zijn de gestelde deadlines?

A.   De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan en eindversie(s) van je scriptie en onderzoeksverslag zijn in principe hard. Op de vastgestelde data (zie handleiding) moet je het eindproduct af hebben en digitaal (!) inleveren per email bij de coördinatoren (geldt voor scriptieplan) en bij je begeleider (eindversie van je scriptie en onderzoeksverslag, dat laatste indien van toepassing). De beoordeelde versie van je scriptie en onderzoeksverslag hoef je pas digitaal in te leveren bij de coördinatoren nadat de beoordeling afgerond is en als je ook het ingevulde beoordelingsformulier en de rubric(s) hebt ontvangen. Over het algemeen zal je begeleider het beoordelingsformulier, de rubrics en je scriptie en evt. onderzoeksverslag opsturen naar de coördinatoren, maar het is ook toegestaan als je dat zelf doet, mits ondertekend/geparafeerd door je begeleider. Bespreek duidelijk met je begeleider wie de formulieren opstuurt, om misverstanden te voorkomen.

Haal je de inleverdata door omstandigheden niet, neem dan altijd contact op met de begeleider en coördinatoren. Bij zwaarwegende redenen kunnen we dan bespreken wat er mogelijk is. Dat gezegd hebbende; in gemotiveerde gevallen is het vaak geen probleem om je scriptie een aantal dagen later in te leveren. Maar, alleen als je begeleider en coördinatoren daarmee akkoord zijn. We raden je zeer sterk af het (af)schrijven van je scriptie te combineren met het volgen van 2 vakken in de volgende periode. De ervaring leert dat dit vaak teveel is, met vaak grote uitloop tot gevolg.

De deadlines voor het inleveren van je scriptieplan is een harde deadline (anders einde oefening). De deadlines voor het facultatieve schrijfplan en het inleveren van een eerste versie bij je begeleider zijn flexibel en dien je af te stemmen met je begeleider (de coördinatoren hoeven deze niet te ontvangen). Spreek ook af wanneer jij feedback kan verwachten op de ingeleverde producten.

 

Q.   Wie mag mijn scriptie beoordelen?

A.   De dagelijkse begeleiding mag in handen zijn van een docent, een ervaren promovendus (AIO), postdoc of externe begeleider binnen de UU of extern bij een bedrijf of instelling in binnen- of buitenland. Deze persoon mag ook een cijfer voorstellen. Het definitieve eindcijfer dient echter (altijd) vastgesteld te worden door een bevoegd docent van het departement Biologie, UU (de ‘examinator’). De examinator van Biologie UU mag de verplichte 2e beoordelaar zijn die de scriptie bevestigend leest en het cijfer accordeert, of als hij/zij het er niet mee eens is contact opneemt met de dagelijks begeleider. De examinator mag ook de eerste begeleider zijn, maar ook dan is een 2e beoordelaar verplicht. De 2e beoordelaar (of het nu de examinator is of niet) leest de scriptie bevestigend en besteedt daar ongeveer 2 uur aan. Tenzij anders afgesproken krijg je dus geen inhoudelijke feedback ter verbetering van je 2e beoordelaar.

Wanneer je je scriptie extern schrijft (dat wil zeggen buiten het departement Biologie) dan vindt de begeleiding altijd plaats in samenspraak met een examinator van het departement biologie UU, of een examinator van een andere opleiding aan de UU die regelmatig beoordeeld in naam van het departement Biologie (bijvoorbeeld bepaalde stafleden van Mariene Biologie van Geowetenschappen of van het Copernicus instituut). De laatstgenoemde personen zijn op de hoogte van deze 'bevoegdheid'. Twijfel je of je begeleider mag beoordelen/examineren, vraag daar dan naar (hij of zij is dan in het bezit van een brief van de Kamer Biologie van de Examencommissie dat hij zij mag examineren). Neem bij twijfel of vragen gerust contact op met de cursus coördinatoren.

Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een 2e beoordelaar/examinator wordt gezocht. Bespreek dit dus tijdig, liefst al bij het kennismakingsgesprek.

We raden je aan altijd het onderwerp van je scriptie te bespreken met je examinator, voor - of bij - aanvang van het schrijven. Dit om wederzijdse verwachtingen kenbaar te maken en eventuele teleurstelling later te voorkomen.

 

Q.   Moet ik mijn scriptie en onderzoeksverslag digitaal inleveren of op papier

A.   Wij ontvangen uitsluitend digitale versies, via scriptie.bio@uu.nl. Dit geldt ook voor ingevulde rubric(s) en beoordelingsformulier; zo min mogelijk op papier! Uiteindelijk wordt alles toch gedigitaliseerd. Overigens ontvangen we wel graag een ‘nette’ digitale copy of pdf scan van de formulieren. Een foto met je telefoon is niet voldoende.

Mocht het echt niet lukken om de documenten digitaal in te leveren, dan mag het ook op papier. Inleveren kan dan in het postvak van Martijn van Zanten (Kruyt 2e verdieping, Oostvleugel of kamer O205) of Ton Peeters (Kruyt 4e verdieping, Zuidvleugel of kamer Z407). Hou er rekening mee dat dit tot vertraging kan leiden in de verwerking van je cijfer.

 

Q. Mijn onderzoek is vertrouwelijk, moet ik dan toch een verslag inleveren?

A. Ja, in alle gevallen moet er een verslaglegging worden ingeleverd. Net zoals je een tentamen maakt om te laten zien dat je de stof beheerst bij een reguliere cursus voordat je studiepunten krijgt, moet er in ook in dit geval een document zijn waarop de toegekende beoordeling van toepassing is en geverifieerd kan worden. Je scriptie en stageverslag blijven echter ten allen tijden vertrouwelijk en worden gearchiveerd op een beveiligde cloud volgens de Europese privacy bepalingen, waar alleen de coördinatoren toegang toe hebben. Zonder uitdrukkelijke toestemming zullen de documenten nooit verder verspreid worden, met uitzondering van kwaliteitscontrole doeleinden door ingestelde geaccrediteerde (externe)evaluatiecommissies zoals visitatiecommissies en NVAO.

 

Q.   Waar word ik op beoordeeld?

A.   Informatie hierover vind je in de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms' op deze website en onder het kopje ‘afronding en beoordeling’ in het dropdown menu hierboven. Ook hoor je tijdens de verplichte werkcolleges waar een begeleider zoal rekening mee kan houden bij het beoordelen. TIP: Zie ook de rubrics die (verplicht) gebruikt worden voor de beoordeling met daarin de criteria die je begeleider in ogenschouw kan nemen. Je kunt natuurlijk ook aan je begeleider vragen wat hij/zij belangrijk vindt, want een beoordeling bevat altijd subjectieve elementen.

 

Q.   Hoe vindt de beoordeling plaats?

A.   Bij de bepaling van het eindcijfer voor zowel ‘Onderzoekscriptie’ (B-B3ONSCR) en ‘Onderzoeksproject’ (B-B3ONST) wordt verplicht (!) gebruik gemaakt van een rubric die speciaal voor dit doel is ontwikkeld en van een standaard beoordelingsformulier. Deze zijn  te vinden op deze website in het dropdown menu 'Documents and forms'. De rubric wordt ingevuld door je begeleider en is een leidraad voor het beoordelingsgesprek/feedbackgesprek. Het biedt inzicht in je sterke punten en in je verbeterpunten, maar is geen formule waar een eindcijfer uit rolt. Bij dit eindgesprek hoor je mogelijk ook al het cijfer wat je begeleider je geeft. Maar, vaak moet dit nog wel worden goedgekeurd door de 2e beoordelaar/examinator op dat moment.

 
Q.   Moet mijn scriptie op plagiaat gecontroleerd worden?

A.   Ja, je scriptie moet verplicht op plagiaat gecontroleerd worden door Ephorus. Je moet zelf je scriptie uploaden op Ephorus. Hierbij moet je de inlevercode van je begeleider of examinator gebruiken, indien hij/zij deze bezit. In veel gevallen is dat zijn of haar emailadres. Je begeleider krijgt dan meestal binnen 24 uur een notificatie met het percentage overlap met teksten in de database van Ephorus. Je begeleider/examinator dient op het beoordelingsformulier aan te geven dat er geen sprake is van plagiaat. Mocht je begeleider niet in het bezit zijn van een Ephorus account, dan kan hij/zij dat aanvragen bij de facultaire key user. Is je begeleider buiten de Universiteit Utrecht werkzaam dan mag je bij wijze van uitzondering als inlevercode het email adres m.vanzanten@uu.nl gebruiken (graag even van te voren inlichten). De coördinatoren zorgen er dan voor dat het plagiaatrapport (percentage) bij je begeleider terecht komt.

 

Q.   Hoeveel versies mag ik naar mijn begeleider sturen

A.   Je mag van je begeleider verwachten dat hij/zij in ieder geval je scriptieplanven een draftversie van je scriptie bekijkt en uitgebreid van commentaar voorziet, mits je tijdig en op een vooraf afgesproken moment je draft beschikbaar hebt. Op basis van deze commentaren kun jij je scriptie verbeteren en aanpassen. Je levert dan een eindversie van je scriptie in bij je begeleider en onafhankelijke 2e beoordelaar/examinator en deze wordt door beide beoordeeld. Voordat je de eindversie(s) inlevert bij de coördinatoren mag je nog typo’s en spelfouten etc. corrigeren, maar het is uitdrukkelijk niet meer toegestaan om grote veranderingen door te voeren.

 

Q.   Ik heb mijn scriptie en/of onderzoeksverslag ingeleverd. Hoelang heeft mijn begeleider de tijd om dit na te kijken?

A.   Zoals bij elke cursus heeft je begeleider/examinator 10 werkdagen de tijd om jouw werk van commentaar te voorzien en/of te beoordelen vanaf het moment van inleveren, tenzij jullie uitdrukkelijk andere afspraken hebben gemaakt en jij op het afgesproken moment ook daadwerkelijk je scriptie inlevert. We raden je aan om ruim van te voren met je begeleider(s) af te spreken wanneer je een eerste versie en wanneer je een definitieve versie inlevert. Je begeleider kan dan een moment inplannen om naar je werk te kijken want begeleiders zijn vaak druk bezette mensen en kunnen langere periodes afwezig zijn vanwege veldwerk, congressen, vakanties etc. Daarnaast, hoe sneller jij feedback krijgt, hoe meer tijd er overblijft om de commentaren te verwerken!

 

Q.   Wat is de rol van de 2e beoordelaar?

A.   De rol van de 2e beoordelaar is in de regel bevestigend. Hij of zij is onafhankelijk en controleert of het cijfer dat door je eerste begeleider is gegeven correct is. De hoeveelheid werk die de 2e beoordelaar aan de scriptie besteedt is ongeveer 2 uur. Je kunt dus geen uitgebreide feedback verwachten. Het vinden van een 2e beoordelaar is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider. Maak hierover tijdig afspraken. In alle gevallen moet minimaal één van je beoordelaars bevoegd examinator zijn van de Biologie scriptiecursussen. Als je een scriptie buiten het departement Biologie schrijft is het verstandig om al in een vroeg stadium, liefst voor aanvang van de cursus, op zoek te gaan naar een examinator, ook om je plannen en onderzoeksvraag te bespreken.

Uiteraard heeft de 2e beoordelaar minder zicht op het proces van schrijven en voor hem of haar is de kwaliteit van het ingeleverde product dus leidend. De eerste begeleider en/of 2e beoordelaar kunnen advies inwinnen bij de cursuscoördinatoren bij sterk afwijkende meningen. Bij een ernstig verschil van mening tussen eerste en tweede beoordelaar dient het geval aan de Kamer Biologie (Examencommissie) te worden voorgelegd. De cursus coördinatoren kunnen daarbij dan assisteren indien nodig.

In het algemeen stuur je de eindversie van je scriptie tegelijkertijd op naar je 1e en 2e beoordelaar aan het einde van de cursus. Je eerste beoordelaar neemt dan, na het lezen van je scriptie, contact op met je 2e beoordelaar en stelt een cijfer voor. Als de 2e beoordelaar daar akkoord mee is draagt je 1e begeleider er zorg voor dat het beoordelingsformulier wordt ingevuld en wordt ondertekend door je 2e beoordelaar. Na het eindgesprek (aan de hand van de Rubric(s)) kunnen alle documenten opgestuurd worden naar de coördinatoren van de cursus.

 

Q.   Is het een probleem dat mijn eerste en 2e beoordelaar directe collega’s zijn?

A.  Dat is geen probleem zolang één van hen maar bevoegd examinator is van de Biologie scriptiecursus. In voorkomende gevallen dat je bij een groep binnen het departement Biologie je scriptie schrijft zullen je beoordelaars zelfs vaak tot dezelfde onderzoeksgroep behoren.

 

Q.   Ik heb een onvoldoende gekregen voor de cursus(sen). Wat nu?

A.   In principe mag je de scriptie die je geschreven hebt een ‘upgrade’ geven zodanig dat je wel een voldoende haalt, mits je minimaal een 4.0 hebt behaald en aan de 'aanwezigheids en inspanningsverplichting' hebt voldaan zoals beschreven in artikel 4.5 van de OER (Onderwijs en Examenregeling Bacheloropleiding Biologie). Deze 'upgrade' wordt gezien als een herkansing. Dit is onder de expliciete voorwaarde dat je begeleider van mening is dat dit mogelijk is en je hierbij verder wil en kan begeleiden. Zo niet, dan moet je op zoek naar een nieuwe begeleider en moet je je opnieuw inschrijven voor de cursus(sen) in een volgende onderwijsperiode. Neem in het geval van een onvoldoende altijd ook contact op met de coördinatoren.

Wij vragen begeleiders vriendelijk om ons in kennis te stellen als uw student een onvoldoende resultaat heeft behaald voor de eindversie van de scriptie t.b.v. onze administratie.

 

Q.   Ik heb een heel hoog cijfer voor mijn scriptie gekregen. Kan ik daar nog wat mee?

A.   Jazeker! Ieder jaar selecteren de coördinatoren de scripties met een cijfer van 8.5-10 om hen uit te nodigen voor de Student Research Conference. De afgelopen jaren hebben 6 UU biologen een praatje mogen geven of een poster mogen presenteren. Dat is op zich al een prijs maar nog leuker is dat je scriptie ook als artikel gepubliceerd wordt. Daarnaast maak je kans op €1500! Ook kent het Landelijke Overleg Biologie Studenten (LOBS) een scriptieprijs; de ‘Darwin award’ die jaarlijks wordt uitgereikt op het nationale LOBS congres. Daarnaast kennen veel vakgebieden hun eigen scriptieprijzen, uitgereikt door bijvoorbeeld bedrijven of belangenorganisaties. Schroom vooral niet om dit onderwerp met je begeleiders te bespreken. Mocht je genomineerd worden, en/of winnen laat het dan vooral ook even weten aan de coördinatoren. Vinden we leuk!

On this website essential information can be found about the compulsory Bachelor thesis course (called ‘Onderzoekscriptie'; code B-B3ONSCR) and Research internship course ‘Onderzoekstage’ (code; B-B3ONST) of the BSc Biology of Utrecht University. Both courses have a study load of 7.5 EC (being 10 weeks halftime or 5 weeks fulltime; equivalent to 200 hours).

For students who started their UU BSc Biology study before September 1, 2016, the practical research internship (B-B3ONST) is facultative. For students who started after September 1, 2016, this internship component is mandatory. The Bachelor thesis (theoretical) course (B-B3ONSCR) is mandatory for all UU BSc Biology students.

A few weeks before your student will start, you will receive a letter explaining details on the expectations and procedures. These letters can be found here as well: in Dutch and in English

You may also want to consult the Frequently Asked Question sections, meant for participating students (in Dutch), that can be found in the dropdown menus above, or the course manual that can be found under the heading 'Documents and Forms' on this website. All forms that you need to assess and grade the products of your student, as well as forms to make practical arrangements, can be also found in the dropdown menu 'Documents and forms'.

If you have any remaining questions, do not hesitate to contact the course coordinators by email (scriptie.bio@uu.nl) or by phone (030 253 4143 / 3111; Ton Peeters / Martijn van Zanten).

 

General

  • Only students that are registered for the course in the OSIRIS administration for B-B3ONSCR (and B-B3ONST, if applicable), are allowed to start the course(s). If this omitted, no final score can be assigned.
  • The bachelor thesis (B-B3ONSCR) and research project (B-B3ONST) are two separate courses. In the research project a practical internship need to be conducted and the thesis (the theoretical component) should be based on literature survey. In no case a sufficient grade for one of the courses can make up for an insufficient for the other course.
  • The BSc thesis is a well thought-over paper based on scientific literature and comprises about 20-25 pages (6000-8000 words). However, quality is leading and not the length.
  • The results of the research internship need to be written up in a report format that describes the work that has been done and the main results from those activities. This report may be a ‘standard’, yet short, research report or may be in the form of an extended lab journal, diary or notebook, in which at least the performed experiments are (shortly) introduced, the research question is formulated and the methodology, analysis and conclusions are described.
  • It is allowed that the thesis (the theoretical component) and research report are integrated. In that case it should be clear what part belongs to the theoretical component (thesis) and what part to the research project, to validate the obtained grades. Students only get their grade if both parts are of sufficient level. It is advised that the students hand in a logbook/labjournal specifying the conducted work as appendix.
  • It is important that you and your student timely make agreements about mutual expectations. You can use the attached form if you like, but any written agreement will do. Supervisors may have different opinions about matters and to avoid conflicts and disappointments a clear agreement can help. Make agreements with the student about planning and holidays, dates for handing in initial and final versions and when he/she will receive your feedback.
  • It is also important to timely arrange a second assessor. This is a shared responsibility of the student and supervisor. A second assessor is compulsory in all cases. Please note that at least one of the assessors should be a affirmed examiner for the course at Utrecht University. So, this can be you or the second assessor. Formal examiners of the course received a letter from the so called; ‘Kamer van de examencommissie’ (board of exams); stating that he/she is allowed to assign grades for the course.
  • Deadline for handing-in the thesis and research report by the student to the supervisor is the last day of the course period. Deadline for handing-in the filled-in assessment form, final thesis, report and rubric(s), as specified below, to the coordinators is 10 workdays after the end of the course period. Extension is only possible with permission of the coordinators and only if you and your student both agree. It is important in that case to explicitly set new deadlines.
  • Please note that strict rules apply for abroad internships. Internships abroad are only allowed after written permission of Utrecht University. Students need to submit a permission form well in advance of their travels, signed by the formal examiner and by you as supervisor. Traveling to countries/areas that are considered unsafe by the Dutch Ministry of Foreign Affairs is not allowed in any circumstance. If one of these events nevertheless happens, no EC credits will be assigned and the student may not be insured etc.

 

Bachelor thesis (Onderzoeksscriptie; B-B3ONSCR, mandatory)

  • The course guide with the formal course description can be found under the header 'documents and forms' on this website and will be send to you shortly before the start of the course period, for you as background information.
  • Three lectures about writing a thesis and about finding and referencing literature are organized, of which two are mandatory. These lectures are organized in the very beginning of the course period.
  • The student hands-in a compulsory thesis plan (the so called ‘scriptieplan'), which is a rough description of the main question(s) and ideas of the literature thesis, on the set deadline date (approx. 2 weeks after the start of the course). This plan should be discussed with the supervisor shortly before or shortly after this deadline. A facultative writing plan (‘schrijfplan’) is handed to just the supervisor within 3-4 weeks after the start of the course. The supervisor may decide otherwise (regarding the writing plan) if necessary.
  • The thesis is delivered in two versions: a concept version and a final version. The student receives feedback on both versions, with emphasis on the first version. You may want to use the progress form for this that can be found under the header ‘Documents and Forms’.
  • The final version is assessed with the aid of a compulsory rubric (thesis). Assessment of this type of course contains subjective elements, like how spelling and grammar errors are judged. Moreover, the gain and/or progress may be judged differently by different assessors. The rubric describes criteria for all parts of the thesis, each with an outcome of insufficient – sufficient – excellent. Rubrics allows assessment of many aspect simultaneously and has the advantage that all students are assessed in the same way. Additionally, it makes clear to the student how the assessment was made. A rubric is not a calculation table; ultimately, the grade is the judgement and the responsibility of the assessor and 2nd reviewer.
  • Please note that the grade for the theoretical component cannot compensate an insufficient grade for the internship or the other way around.
  • The final assessment includes assessment of the content, structure, effort and the progress of the student using the rubric.
  • The supervisor and student timely ask a second assessor for the final thesis assessment. The second assessor should use maximally 2 hours to read the report and to grade it, independent of the main supervisor. The two assessors agree on the final mark. The role of the 2nd assessor is in general affirmative. If the 1st and 2nd reviewer disagree strongly, the matter should be handed over to the Board of Exams after consulting the coordinators.
  • Please note that at least one of the assessors should be affirmed as examiner for the course at Utrecht University. This could be you as a primary supervisor, or the 2nd reviewer. Daily supervision, however, can be done by an experienced PhD student, technician or postdoc. The PhD student or postdoc may also grade the student and sign the assessment, but in all cases the signing examiner is ultimately responsible for the grade.
  • The student is informed that his/her final work needs to be checked for plagiarism. This check is the responsibility of the supervisor and examiner, but the student need to upload the thesis to Ephorus (https://student.ephorus.com/students/). After receiving the plagiarism score the supervisor needs to declare that the report has been checked – and no plagiarism was detected - on the assessment form. If you do not have an Ephorus account and cannot apply for one via your faculty key user. The students may in exceptional cases upload the thesis using m.vanzanten@uu.nl as delivery code, if neither the first nor second reviewer can obtain a delivery code.

 

Research internship (Onderzoekstage; B-B3ONST, facultative)

  • The aim of the practical work during the internship is to experience the research cycle at least once. The idea is not to explicitly assess the practical skills of the student but the learning progress and motivation. 
  • Technical assistance of the practical work (e.g. laboratory or field work) can be done by a PhD student, technician or even an experienced master student. The supervisor is nevertheless responsible for the quality of the deliverables and the learning progress of the student.
  • It is possible that the students do their practical work in pairs and this can result in a joined research report. The theoretical part (thesis), however, is an individual assignment.
  • If it proves to be complicated for a student to do a complete experiment within the time given, it is possible that the student joins a PhD student, post-doc or technician who is doing an experiment. If the student can think along and can follow the experiment or performs/analyses parts of it, this may be sufficient.
  • Assessment of the practical work and the progress report is in line with the criteria of the lab and the particular field of research. This part of the research project is also assessed using a rubric (research and research report). This rubric is comparable to the rubric for the thesis as described above. The student should also hand in a research report. 
  • Assessment of the literature thesis by a second assessor is mandatory. However, grading and final assessment of the research part can be done by the supervisor and the daily supervisor.

 

The compulsory bachelor thesis course (B-B3ONSCR) is officially finished when:

  • a signed and filled-in assessment form,
  • a filled-in rubric (thesis),
  • a digital final version of the thesis,

are handed to the coordinators by mailing it to scriptie.bio@uu.nl

 

The facultative research project course (B-B3ONST) is officially finished when in addition to the above-mentioned:

  • a digital final version of the research report (may be integrated in the thesis)
  • a filled in rubric (research project),

are handed to the coordinators by mailing it to scriptie.bio@uu.nl

All received documents, including the reports, will be treated strictly confidential.

Kijk bij vragen en problemen altijd eerst op deze website en lees de cursushandleiding die je kunt vinden onder het kopje 'Documents and forms'. Biedt dit geen oplossing? Neem dan contact op met de cursus coördinatoren. Wij zijn te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl, of op kamer Kruyt O205 (Martijn van Zanten); tel. 030-2533111 of Kruyt Z407; tel.030-2534143  (Ton Peeters).

NB: De scriptiecursus kan elke periode gevolgd worden in beide timeslots A+D en/of B+C. Regels en richtlijnen kunnen veranderen per periode. Zorg daarom dat je altijd informatie haalt uit de cursushandleiding en/of studiegids behorende bij de periode en jaar waarin je de cursus volgt.

Feedback op de inhoud van deze website wordt op prijs gesteld. Klopt er iets niet, of is iets onduidelijke, laat het ons dan weten