Voorbereiding
Let op! De website 'Voorbereiding' is aangepast voor het nieuwe format van het Afstudeerproject (en Onderzoeksproject PLUS) dat ingaat vanaf periode 1 van collegejaar 2026-2027. De informatie die er nu staat is dus NIET van toepassing voor studenten die in het huidige collegejaar (2025-2026) hun Afstudeerproject/Onderzoeksproject PLUS volgen!
Help! Hoe begin ik?
Het ‘Afstudeerproject’ (en ‘Onderzoeksproject PLUS’) vereist een goede voorbereiding, planning en hoge mate van zelfstandigheid en pro-activiteit. Lees de informatie op deze website goed door en onderneem tijdig actie. Op deze pagina vind je alles met betrekking tot de voorbereiding. In het menu aan de linkerkant, vind je de andere pagina's over de afstudeercursussen. Bekijk ook deze websites al tijdens de voorbereiding. Dan weet je zeker dat je goed voorbereid aan het Afstudeerproject (en eventueel Onderzoeksproject PLUS) begint.
Kom je er nog niet uit? Neem dan contact op met de cursuscoördinatoren als het de organisatie/eisen van de cursus betreft. Neem contact op met de Afstudeerprojectcoördinator van de (beoogde) onderzoeksgroep, je dagelijks begeleider(s) en/of examinator als het over de inhoud van je project gaat.
Maar eerst...
In de cursus Afstudeerproject (B-B3AFSTP, 15 EC, 10 weken) voer je een praktisch onderzoeksproject uit, schrijf je een projectverslag en geef je een eindpresentatie.
Praktische component (weging 50%)
Tijdens het onderzoekspoject van de cursus doe je praktijkervaring op binnen een biologisch onderwerp dat aansluit bij je projectonderwerp. Je maakt kennis met het ‘werkveld’. Dit mag je interpreteren in de breedste zin des woord. Zo kun je een veldwerkproject doen, een beleidsproject of labwerk. Maar, ook bijvoorbeeld een onderwijskundigonderzoek of statistische analyses van bestaande (biologische) datasets is veelal prima. De bedoeling is dat je minimaal een keer de onderzoekscyclus doorloopt, zelfstandig of door mee te lopen met je dagelijks begeleider of een (ervaren) masterstudent. Het is van belang dat je je onderwerp goed doorspreekt met je begeleider(s). Je verwerkt de verslaggeving van je praktische werkzaamheden in een projectverslag (zie hieronder).
Projectverslag (weging 40%)
In dit projectverslag formuleer je de onderzoeksvraagen deelvragen en beantwoord je deze op basis van je praktische werk en wetenschappelijk (voornamelijk primaire) literatuuronderzoek. Het projectverslag bestaat uit een uitgebreide op literatuur gebaseerde inleiding, materialen en methoden, resultaten, een op literatuur gebaseerde discussie, een conclusie, relevante figuren/tabellen en referenties:
- De manier waarop de methoden/materialen, resultaten en figuren worden gepresenteerd, is afhankelijk van de gebruiken binnen jouw vakgebied of discipline. Uit het projectverslag moet duidelijk blijken dat je in staat bent een wetenschappelijk probleem te vertalen naar een (experimenteel) onderzoek en de resultaten te analyseren en interpreteren in relatie tot de relevante literatuur en maatschappelijke context. Het is belangrijk dat je beschrijft wat je hebt gedaan, hoe je de experimentele cyclus hebt doorlopen en dat je laat zien dat je begrijpt wat je hebt gedaan. We adviseren een bijlage toe te voegen met een dagelijks overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden.
- Van zowel de inleiding als de discussie wordt verwacht dat je een diepgaande analyse van het onderwerp geeft. Anders dan de beknopte introducties en discussies die je doorgaans in wetenschappelijke publicaties tegenkomt, schrijf je deze secties als uitgebreide hoofdstukken die jouw begrip van de literatuurbevindingen en onderzoeksbevindingen aantonen en kritisch integreren tot een antwoord op jouw hoofdvraag.
- Het projectverslag is ongeveer 20 – 25 pagina’s (6000-8000 woorden) in het Nederlands of Engels. De omvang van het projectverslag is bedoeld als een richtlijn. De kwaliteit staat altijd voorop en niet het aantal woorden! Het verder ontwikkelen van je academische vaardigheden zoals het doen van een gedegen (literatuur)onderzoek, correct wetenschappelijk schrijven en presenteren, staat hierbij centraal.
Proces en tonen eigenaarschap (weging 10%)
Je doorlopen leerproces en het tonen van eigenaarschap tellen mee met in eindcijfer van de cursus: door gesprekken met je begeleider(s) gedurende het project, tussenversie van je projectverslag en de afsluitende eindpresentatie en het eindgesprek laat je zien dat je het onderwerp beheerst. De bevindingen van je literatuuronderzoek en praktische werk presenteer je aan het einde van de cursus in de vorm van een presentatie. De vorm en het moment van de presentatie hangt af van de onderzoeksgroep, bespreek dit met je begeleider. Voorbeelden kunnen zijn een presentatie in een wekelijkse labmeeting, of een symposium dat wordt georganiseerd voor de cursisten binnen de groep.
De ‘Onderzoeksproject PLUS’ keuzecursus (7,5 EC) is een aparte cursus bovenop de verplichte ‘Afstudeerproject’ cursus. Let op, niet alle onderzoeksgroepen en begeleiders bieden de mogelijkheid tot het doen van ‘Onderzoeksproject PLUS’ aan! Wil je deze cursus doen, dan vergt het dus een goede planning en het maken van concrete afspraken met een begeleider voordat je je op Osiris inschrijft voor de cursus(sen). Je kunt de ‘Onderzoeksproject PLUS’ cursus doen in een onderwijsperiode opvolgend (of voorafgaand) aan de onderwijsperiode waarin je de verplichte cursus ‘Afstudeerproject’ doet (we zien periode 1 daarbij aansluitend aan voorgaande periode 4).
- Tijdens de ‘Onderzoeksproject PLUS’ cursus verdiep je je onderzoekspraktijkervaring door je onderzoeksproject van de Afstudeerprojectcursus uit te breiden. Het is nadrukkelijk NIET toegestaan om een ander onderzoeksprojectonderwerp te doen (bij een ander onderzoeksteam o.i.d.) dan het onderzoeksproject van Afstudeerproject! Als dit toch gebeurt, worden er geen studiepunten toegekend.
- Het cijfer dat je voor ‘Onderzoeksproject PLUS’ krijgt is gelijk aan het eindcijfer van de verplichte ‘Afstudeerproject’ cursus (het is namelijk een verlenging en verdieping daarvan). Alleen in gemotiveerde gevallen mogen je beoordelaars daar van afwijken in overleg met de cursuscoördinatoren.
Je schrijft voor deze cursus een uitgebreider projectplan en projectverslag:
- Uitgebreid projectplan: Voor zowel de cursus Afstudeerproject als Onderzoeksproject PLUS is het opstellen van een projectplan verplicht. Het template hiervoor is beschikbaar op de website onder Documents and forms. Je levert het projectplan in bij je begeleider en de cursuscoördinatoren ongeveer één week na de start van de praktische component. Het projectplan voor Onderzoeksproject PLUS is uitgebreider (zie het template).
- Uitgebreid projectverslag: Volg je de cursus Onderzoeksproject PLUS, dan schrijf je een uitgebreidere versie van het projectverslag. Dit projectverslag bevat een meer uitgebreide beschrijving van de methodologie, dataverwerking en resultaten, evenals een grondige en diepgaande discussie waarin je de zelf verkregen resultaten en inzichten evalueert aan de hand van relevante wetenschappelijke literatuur. Een belangrijk verschil met het Afstudeerprojectverslag is de verplichte utilisatieparagraaf: hierin plaats je jouw onderzoek in een breder maatschappelijk kader door in te gaan op de implicaties van je bevindingen, mogelijke toepassingen en concrete aanbevelingen voor vervolgonderzoek.
Inschrijven
Je hoeft de cursussen niet per se als allerlaatste onderdeel van je opleiding te doen. Als ingangseis voor beide cursussen geldt dat je tenminste 120 studiepunten van de major van de Bacheloropleiding Biologie moet hebben behaald en de verplichte onderdelen van je opleiding geheel met voldoendes hebt afgerond. Voldoe je niet aan deze eisen en wil je om goede redenen toch aan een van deze cursussen beginnen, dan kun je een gemotiveerd verzoek indienen bij de Kamer Biologie van de Examencommissie.
De druk op het aantal beschikbare projectplekken is met name in periode 4 hoog. Het loont om na te denken om de cursus(sen) in periode 1, 2 of 3 te volgen. Afhankelijk van waar je een project wilt doen zijn er dan vaak meer plekken beschikbaar. Begin hoe dan ook op tijd met zoeken naar een plek.
Je schrijft je in voor de verplichte ‘Afstudeerproject’ cursus (en eventueel ‘Onderzoeksproject PLUS’ keuzecursus) via de reguliere inschrijvingsroute in Osiris tijdens de cursusinschrijfperiode. Vergeet niet om ook het 2e3ekeuzeformulier in te vullen. Als je inschrijft via de na-inschrijving, laat dit dan ook even via scriptie.bio@uu.nl weten zodat de cursuscoördinatoren je kunnen meenemen in de communicatie. Indien noodzakelijk, dan kan je buiten de inschrijvingsperiodes om inschrijven door een mail te sturen aan studiepunt (science.bio.ba@uu.nl), met een CC aan scriptie.bio@uu.nl.
Als je hebt ingeschreven via Osiris, ontvang je enkele weken voor aanvang van de cursus een verzoek om een online enquête in te vullen waarin je je voorkeur en al gemaakte afspraken over je project aangeeft. Het invullen van de vragenlijst is belangrijk omdat de cursuscoördinatoren je begeleider(s) en examinator op basis hiervan van essentiële informatie kunnen voorzien die nodig is bij je begeleiding en beoordeling. Alle overige relevante informatie staat op de website, in de schrijfwijzer of wordt tijdens de colleges gedeeld.
Als je je project doet binnen de Universiteit Utrecht of het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) dan hoef je geen contract te regelen.
Wanneer je je project buiten de UU doet, zowel binnen als buitenland, dan moet je een contract regelen en toestemming vragen voor je project. Hoe je dat doen lees je hieronder onder het kopje 'B-B3AFSTP/B-B3PLONS buiten de Universiteit Utrecht, binnen Nederland" of "B-B3AFSTP/B-B3PLONS in het buitenland"
Colleges en cursusmateriaal
Er zijn twee verplichte colleges geroosterd aan het begin van de cursus en na 2 à 3 weken (zie Cursusrooster en deadlines). College 1 is inleidend. Er wordt verteld wat er van je verwacht wordt en wat de regels zijn voor de cursus(sen). In college 2 gaan we dieper in op technische aspecten van het schrijven van het projectverslag. Ook is er voldoende tijd om vragen te stellen.
De colleges zijn online in Teams, omdat cursisten over de hele wereld zitten. Je krijgt een Teamscode om deel te nemen een aantal dagen voor het college.
Alle informatie is te vinden op deze studentenpagina onder 'Afstudeerproject en Onderzoeksproject PLUS' en het menu eronder (links). Als je je inschrijft via Osiris in de reguliere inschrijvingsperiode dan ontvang je ruim voor aanvang van de cursus een mail met nog eens een verwijzing naar deze website, de schrijfwijzer en een link naar een formulier waar je opgeeft wie je begeleiders zijn. Je vindt op deze website onder andere het rooster en de deadlines waaraan je je moet houden, een template voor het projectplan, en in de schrijfwijzer o.a. richtlijnen en tips voor het schrijven het projectverslag.
Bij deze cursus maken we geen gebruik van Brightspace.
Er zijn geen verplichte boeken voor de cursussen. Wel raden we aan de onderstaande documenten te raadplegen:
- De schrijfwijzer dient als naslagwerk van alles wat je over schrijven hebt geleerd gedurende de opleiding. Je vindt hier ook informatie over de opbouw van een literatuursonderzoek, voorbeelden van project- en schrijfplannen, maar ook tips en tricks over hoe je nou zo'n schrijfproces doorloopt. De meest recente schrijfwijzer externe link vind je op de Bachelor Biologie pagina onder belangrijke documenten.
- Een leesbare scriptie van Warna Oosterbaan (ISBN 9789035142183). Dit boekje is te bestellen via de UBV (studystore) en bij bijvoorbeeld Bol.com en kost nieuw €15 Ook hebben veel medestudenten dit boekje in de kast staan, dus misschien dat je het kunt lenen?
Onderwerp, begeleider en examinator (beoordelaars) kiezen
Ruim voor aanvang van de cursus(sen) ga je zelf op zoek naar een onderwerp en dagelijkse begeleider. De cursuscoördinatoren kunnen -en zullen- hierin nooit bemiddelen.
Hier is een link naar onderzoeksgroepen bij het departement Biologie om je te oriënteren. Elke groep binnen het departement Biologie heeft een Afstudeerprojectcoördinator. Deze vind je onder het dropdown menu ‘Groepen en afstudeerprojectcoördinatoren’. Op deze pagina staat ook een korte beschrijving van de onderzoekslijn(en) binnen de betreffende groep weergegeven. Je kunt de Afstudeerprojectcoördinator aanschrijven als je op zoek bent naar een geschikt project en dagelijks begeleider en/of examinator:
- Geef duidelijk aan waarom je interesse hebt in die specifieke onderzoeksgroep en geef ook grofstoffelijk aan welk onderwerp (en/of begeleider) je voorkeur heeft.
- Je hoeft nog geen uitgebreid plan klaar te hebben liggen, maar een beschrijving van je interesse is handig en voldoende.
- De Afstudeerprojectcoördinator helpt je om met de juiste persoon in contact te komen binnen de groep of verwijst je door als er onverhoopt geen plek is. Ook kan de Afstudeerprojectcoördinator je eventueel in contact brengen met mogelijke begeleiders buiten de onderzoeksgroep en het departement.
- Je mag ook zelf een onderzoeksproject zoeken buiten het departement. De Afstudeerprojectcoördinator kan je adviseren over de inhoud van een potentiële extern onderzoeksproject (is deze van voldoende wetenschappelijke kwaliteit?!) en bij het vinden van een verplichte examinator binnen het departement Biologie.
Let op: Sommige groepen werken met een inschrijfformulier. De link hiervoor vind je ook op Groepen en afstudeerprojectcoördinatoren.
Moet ik al een onderwerp hebben als ik een begeleider zoek?
Nee, dat hoeft niet. Van belang is vooral dat je weet in welke richting je een onderwerp zoekt en dit kunt uitleggen aan potentiële begeleiders. Je hoeft nog geen strak omlijnd eigen plan te hebben. Begeleiders hebben vrijwel altijd zelf voldoende ideeën en onderwerpen klaarliggen die goed aansluiten bij hun lopende onderzoekslijn(en). Dat neemt niet weg dat als je een origineel idee hebt, je dat zeker aan je begeleider kunt voorleggen. Als er een match is qua thematiek en het project uitvoerbaar is met de beschikbare tijd en middelen kan het heel leuk zijn om je eigen idee uit te werken in je Afstudeerproject.
Begin op tijd met zoeken
Begin op tijd met zoeken en maak tijdig afspraken met je beoogde begeleider(s). Plaatsen zijn soms selectief en onderwerpen bij populaire vakgroepen kunnen ruim van tevoren al vergeven zijn. Voor de docent-onderzoekers is het noodzaak dat zij ruim op tijd een beeld hebben wie men wanneer kan verwachten om je zo goed mogelijk te kunnen begeleiden. Wachten tot het laatste moment leidt vrijwel altijd tot een afwijzing. Zeker als je extern/in het buitenland een project wilt doen, is op tijd beginnen met het zoeken naar een plek en een begeleider van groot belang. Zoek, zeker in het geval van een extern onderzoeksproject, alvast een examinator binnen het departement Biologie. Zij kunnen namelijk inschatten of het project voldoende wetenschappelijk-inhoudelijk is voor het Afstudeerproject. Voor het vinden van een geschikte examinator kun je terecht bij de Afstudeerprojectcoördinator van een onderzoeksgroep die qua thematiek goed aansluit bij jouw onderwerp.
Uitgangspunt is dat het Afstudeerprojectonderwerp moet vallen binnen het ‘beroepenveld van een bioloog’ en dat je de onderzoekscyclus doorloopt. Dit is een zeer ruim begrip en omvat dus ook bijvoorbeeld bio-ethiek, didactiek van de biologie of een beleids- of adviesproject over een biologisch onderwerp. Het hoeft dus niet per se experimenteel werkt te zijn. Twijfel je of je onderwerp voldoet, raadpleeg dan de Afstudeerprojectcoördinator van een onderzoeksgroep die qua thematiek aansluit (of je examinator als je die al hebt) en bespreek je idee en plannen tijdig, om teleurstelling achteraf te voorkomen. Onderwerpen bij Biologie didactiek (Freudenthal Instituut), Theoretische Biologie, Bio-informatica, Toxicologie en bij Bio-ethiek zijn in vrijwel alle gevallen toegestaan, evenals bij het Copernicus instituut van Geowetenschappen.
Volg je ook de keuzecursus Onderzoeksproject PLUS? Dan zijn het onderwerp en begeleiders hetzelfde als die van de verplichte cursus Afstudeerproject. Hierop worden geen uitzonderingen gemaakt. De cursusonderwerpen moeten 1:1 gekoppeld zijn.
Heb je een dagelijks begeleider gevonden? Dan is het zaak om snel goede afspraken te maken. Alle afspraken verwerk je aan het begin van de cursus in je projectplan waarvan je een template (binnenkort) kunt vinden onder het kopje 'Documents and Forms'. Er kunnen in de loop der tijd uiteraard dingen veranderen in je planning en onderwerp, dat is geen probleem. Het projectplan is een 'living document'. Het gaat erom dat je samen goed nadenkt over het verloop van het project aan de start van de cursus.
- Bespreek van te voren in ieder geval het onderwerp, wat jullie van elkaar verwachten en hoe je de praktische- en schrijftijd indeelt over de tien weken van de cursus ‘Afstudeerproject’.
- Wil je ook de cursus ‘Onderzoeksproject PLUS’ doen? Bespreek dan ook of dat mogelijk is, en zo ja, wanneer je dit zou doen.
- Bedenk wie de examinator wordt: Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van jou en je begeleider dat er op tijd een examinator wordt gezocht.
- Prik een datum en tijd voor het startgesprek (idealiter is dit gesprek op de eerste dag van de cursus). Tijdens het startgesprek kun je verder afspraken maken over het onderwerp, inlevermomenten (bijv. tussenversies, eindversies en de eindpresentatie), feedbackmomenten (o.a. bespreken Projectplan) en wanneer je een eindcijfer kan verwachten. Tip: Voor veel studenten en begeleiders werkt het goed als je minimaal éénmaal per week op een vast tijdstip de voortgang bespreekt. Ook is het van belang te weten of - en wanneer - je begeleider(s) eventueel afwezig is (zeker wanneer je erna wilt afstuderen/met een master start).
- Procesbegeleiding: Je dagelijks begeleider is jouw aanspreekpunt voor de dagelijkse en inhoudelijke vragen en verantwoordelijk voor het werkproces tijdens de cursus.
- Feedback: Je mag van je begeleider verwachten dat deze in ieder geval je projectplan en een eerste versie van je projectverslag bekijkt en uitgebreid van commentaar voorziet. Spreek tijdig af wanneer jij je begeleider de stukken opstuurt, zodat je begeleider voldoende tijd heeft om deze te lezen en van commentaar te voorzien. Op basis van deze commentaren kun jij je stukken verbeteren en aanpassen. Let op dat een begeleider niet op elk aspect van je tekst feedback kan geven en je feedback zelf ook op de rest van je tekst zal moeten toepassen. Bekijk bijvoorbeeld ook de rubric om je verbeterproces te sturen.
- Startliteratuur: Vaak krijg je al wat startliteratuur van je begeleider die je kan lezen om in het onderwerp te komen. Daarna ga je zelf actief op zoek naar literatuur. Je volgt tijdens de cursus ook twee (verplichte!) colleges waarin je uitleg krijgt over de cursus en we ingaan op hoe je een projectverslag schrijft, hoe je literatuur zoekt en verwerkt en over wat er verder allemaal komt kijken bij het schrijven van een goed projectverslag en het doen van onderzoek.
- Beoordeling: Je levert de eindversie in bij je beoordelaars (je begeleider en een 2e onafhankelijke beoordelaar) en deze wordt door beiden beoordeeld. Je beoordelaars zijn ook bij je presentatie aanwezig en stellen kritische vragen.
- De dagelijkse begeleiding mag in handen zijn van een docent, een ervaren promovendus (AIO), postdoc of externe begeleider binnen de UU of een Bioloog extern bij een bedrijf of instelling in binnen- of buitenland. Deze persoon mag ook een cijfer voorstellen en het beoordelingsformulier (mede) ondertekenen.
- Je projectverslag wordt altijd door twee personen beoordeeld (vier ogen principe): je dagelijkse begeleider en een 2e beoordelaar. Minimaal één van deze twee personen moet examinator vanr de cursus zijn (beide mag uiteraard ook). De examinator mag dus ook je dagelijkse begeleider zijn, maar ook dan is altijd er een 2e lezer/beoordelaar nodig. Uiteraard heeft de 2e beoordelaar minder zicht op het proces tijdens de cursus en is voor diegene de kwaliteit van het ingeleverde product, de presentatie en einddiscussie leidend. De 1e en 2e beoordelaar kunnen advies inwinnen bij de cursuscoördinatoren bij sterk afwijkende meningen, maar in principe bepaald de examinator het eindcijfer. Bij een ernstig verschil van mening tussen de twee beoordelaars dient het geval aan de Kamer Biologie (Examencommissie) te worden voorgelegd. De cursuscoördinatoren kunnen daarbij dan assisteren indien nodig.
- Het definitieve eindcijfer voor je Afstudeerproject dient dus altijd vastgesteld te worden door een bevoegd docent van het Departement Biologie van de UU: de ‘examinator’. Wie een bevoegde examinator is, vind je op Lijst examinatoren. Alle examinatoren zijn op de hoogte van deze 'bevoegdheid'. Twijfel je of je begeleider mag beoordelen/examineren, vraag daar dan gewoon naar (diegene is in het bezit van een recente brief van de Kamer Biologie van de examencommissie als die mag examineren). Neem bij twijfel gerust contact op met de cursuscoördinatoren via een email aan scriptie.bio@uu.nl. De Afstudeerprojectcoördinator van de onderzoeksgroep kan je ook helpen met het vinden van een examinator.
Wat een examinator/2e lezer doet en hoe je een examinator samen met je begeleider regelt, vind je op de pagina Examinatoren Afstudeerproject Biologie. Lees dit direct goed door tijdens de voorbereiding! Het is extra belangrijk dit vroeg te regelen wanneer je extern je Afstudeerproject doet.
Een aantal weken voor aanvang van de cursus(sen) krijg je een korte online enquête waarin je kunt aangeven wie je begeleiders zijn. Op basis daarvan ontvangen je begeleiders informatie van de cursuscoördinatoren. Vul deze enquête dus op tijd in! Zo niet, dan weten de cursuscoördinatoren niet wie je begeleiders zijn en kan er ruis op de (begeleiding)lijn komen. Heb je nog geen begeleider op het moment dat de enquête sluit? Geen paniek, we horen dan graag z.s.m. per email (scriptie.bio@uu.nl) alsnog van je wie je begeleider zal zijn en sturen dan de informatie alsnog door. Maar, hoe vroeger hoe beter.
- Het is jouw eigen verantwoordelijkheid dat de juiste informatie bekend is bij (al) je begeleiders. Zorg dus dat je zelf goed op de hoogte bent en vraag na of je begeleiders inderdaad ook de informatie hebben ontvangen!
- Je kunt je begeleiders natuurlijk altijd naar deze website verwijzen. Er is een speciale pagina bedoeld voor begeleiders (in het NL en EN) en hier staan ook alle up-to-date documenten die nodig zijn voor de beoordeling van Afstudeerproject (en eventueel Onderzoeksproject PLUS).
B-B3AFSTP/B-B3PLONS buiten de Universiteit Utrecht
Je mag je ‘Afstudeerproject’ (en evt. ‘Onderzoeksproject PLUS’) ook doen bij een ander departement of faculteit binnen de UU (inclusief UMC), of daarbuiten bij een instelling, overheid of bedrijf in Nederland. Het regelen van een project buiten de UU vergt extra inzet en voorbereiding en kost (soms veel) tijd. Voor informatie over het doen van een Afstudeerproject en evt. Onderzoeksproject PLUS buiten de Universiteit Utrecht, maar binnen Nederland verwijzen we je naar Stage - Studentensite UU - Students UU. Nadat je afspraken hebt gemaakt met je begeleider volg je de volgende stappen:
- Voor het Afstudeerproject en voor Onderzoeksproject PLUS is altijd een examinator van de Bacheloropleiding Biologie eindverantwoordelijk voor je beoordeling. Deze examinator is ook het aanspreekpunt daar waar het gaat over de inhoud en (wetenschappelijke) kwaliteit van je project en verslaglegging (niet de cursuscoördinatoren). Zoek op tijd een examinator binnen het departement Biologie die qua thematiek goed aansluit bij jouw onderwerp van waar je je project doet. Afstudeerprojectcoördinator van de onderzoeksgroepen kunnen je verder helpen en adviseren bij het vinden van een examinator en bij het geven van een indicatie of een project buiten het departement voldoet. Overleg vervolgens vooraf met je examinator of je plannen - en onderzoeksorganisatie - van voldoende wetenschappelijk-inhoudelijk niveau zijn.
- Vul het 'Aanvraagformulier project buiten UU' in (zie Documents and Forms). Laat je begeleider en examinator tekenen en daarna de cursuscoordinatoren (te bereiken via Scriptie.bio@uu.nl).
- Organiseer een UNL-contract (Stageovereenkomst universiteiten | Universiteiten van Nederland).
- Verzend het ingevulde UNL-contract en 'Aanvraagformulier project buiten UU' naar science.internshipcontracts@uu.nl. , voor het ondertekenen van het UNL-contract door de Research project Coordinator van de faculteit Biosciences (de cursuscoördinatoren zijn niet tekenbevoegd voor stagecontracten).
- Na akkoord van de Research Project Coordinator stuur je het contract naar Scriptie.bio@uu.nl.
- Hierna mag je met je project aanvangen in Osiris.
Wees ervan bewust dat het doen van een project buiten de UU niet alleen veel zelfstandigheid vereist, maar er ook voor zorgt dat we als opleiding minder grip en invloed hebben op het proces van begeleiding, nakijken en communicatie in het algemeen (vergeleken bij een project bij één van onze eigen onderzoeksgroepen). Communiceer dus altijd duidelijk richting externe partijen wat er van je verwacht wordt vanuit de opleiding, en wat jij van hen verwacht. Kijk bij vragen en problemen altijd eerst op deze website. Biedt dit geen oplossing? Neem dan gerust contact op met je examinator en in 2e instantie de cursuscoördinatoren. Wij zijn te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl. Voor inhoudelijke vragen over je project verwijzen we je altijd naar je examinator en/of de Afstudeerprojectcoördinator van de onderzoeksgroep.
Je kunt je Afstudeerproject en evt. Onderzoeksproject PLUS ook in het buitenland doen (hieronder vallen in deze context ook Aruba, Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Saba and Sint Eustatius). Mits goed voorbereid kan een project in het buitenland een heel waardevolle ervaring zijn. Het regelen van een project in het buitenland vergt extra inzet en voorbereiding en kost veel tijd. Lees eerst deze tekst goed door en neem tijdig de volgende stappen:
- Voor het Afstudeerproject en voor Onderzoeksproject PLUS is altijd een examinator van de Bacheloropleiding Biologie eindverantwoordelijk voor je beoordeling. Deze examinator is ook het aanspreekpunt daar waar het gaat over de inhoud en (wetenschappelijke) kwaliteit van je project en verslaglegging (niet de cursuscoördinatoren). Zoek op tijd een examinator binnen het departement Biologie die qua thematiek goed aansluit bij jouw onderwerp van waar je je project doet. Afstudeerprojectcoördinator van de onderzoeksgroepen kunnen je verder helpen en adviseren bij het vinden van een examinator en bij het geven van een indicatie of een project buiten het departement voldoet. Overleg vervolgens vooraf met je examinator of je plannen - en onderzoeksorganisatie - van voldoende wetenschappelijk-inhoudelijk niveau zijn.
- Vul het 'Aanvraagformulier project buiten UU' in (zie Documents and Forms). Laat je begeleider en examinator tekenen en daarna de cursuscoordinatoren (te bereiken via Scriptie.bio@uu.nl).
- Organiseer een EAIE-contract (EAIE internationale stageovereenkomst).
- Verzend het EAIE-contract en 'Aanvraagformulier project buiten UU' naar: science.internshipcontracts@uu.nl. voor het ondertekenen van het EAIE-contract door de Research project Coordinator van de faculteit Biosciences (de cursuscoördinatoren zijn niet tekenbevoegd voor stagecontracten).
- Na akkoord van de Research Project Coordinator doe je een buitenlandaanvraag op Osiris. Zie:Vraag toestemming - Studeren in het buitenland - Students UU
- Na akkoord van het Science International Office stuur je het formulier en het contract naar Scriptie.bio@uu.nl.
Je mag pas vertrekken als je expliciete goedkeuring hebt ontvangen van het Science International Office en als je alle bovenstaande stappen hebt doorlopen. Bij het niet vooraf voldoen aan deze verplichting, of als je verzoek niet wordt goedgekeurd, dan worden er geen studiepunten toegekend voor je ‘Afstudeerproject’ of ‘Onderzoeksproject PLUS’, ook niet als je examinator je toch een cijfer geeft. We zien je project dan als vrijwillig, buiten de verantwoordelijkheid van de UU om.
Aandachtspunten:
- Het is niet toegestaan een project te doen in een gebied waarvoor een negatief reisadvies geldt vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken (code oranje of rood). Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan hier een uitzondering op gegeven worden. Check ook de tekst in de Onderwijs en Examenregeling (OER) hierover. Deze vind je op de studentswebsite van Biologie.
- Belangrijk: Meer informatie en tips over wat je moet regelen voordat je vertrekt (o.a. regelen van verzekeringen), vind je op de website van het Science International Office.
- Wees ervan bewust dat het doen van een project in het buitenland niet alleen veel zelfstandigheid vereist, maar er ook voor zorgt dat we als opleiding minder grip en invloed hebben op het proces van begeleiding, nakijken en communicatie in het algemeen (vergeleken bij een project bij één van onze eigen onderzoeksgroepen). Communiceer dus altijd duidelijk richting externe partijen wat er van je verwacht wordt vanuit de opleiding, en wat jij van hen verwacht. Kijk bij vragen en problemen altijd eerst op deze website. Biedt dit geen oplossing? Neem dan gerust contact op met je examinator en in 2e instantie de cursuscoördinatoren. Wij zijn te bereiken via email: scriptie.bio@uu.nl. Voor inhoudelijke vragen over je project verwijzen we je altijd naar je examinator en/of de Afstudeerprojectcoördinator van de onderzoeksgroep.
De UBV organiseert een Studeren in het buitenland-informatieavond. Houd de informatiekanalen van de UBV in de gaten voor precieze datum en tijd.
Tijdsverdeling B-B3AFSTP (en eventueel B-B3PLONS)
Je volgt de cursus ‘Afstudeerproject’ binnen een 10-weekse onderwijsperiode en bij dezelfde begeleider(s), of in ieder geval dezelfde onderzoeksgroep, instelling of bedrijf. In die tien weken besteedt je 50% van je tijd (200 uur) aan de praktische component en 50% (200 uur) aan het schrijven van je projectverslag en je presentatie. Deze verdeling wordt ook weerspiegeld in de opbouw van je eindcijfer:
- 50% Praktische component
- 40% Projectverslag
- 10% Proces en eigenaarschap incl. eindpresentatie
Hoe je dit vervolgens precies indeelt over de 10 weken, mag je beslissen in overleg met je begeleider. Je kunt bijvoorbeeld eerst met het schrijven beginnen en daarna met het praktische component of andersom, of het afwisselen. Wat een handige verdeling is, kan per onderwerp en begeleider verschillen. Veruit de meeste gaan flexibel met de tijd om en verweven het doen van onderzoek met het schrijven. Zo kun je wachttijden en onderzoeksluwe dagen efficiënt besteden. Maak in ieder geval goede afspraken met je begeleider over de invulling van je tijd om misverstanden te voorkomen. Het is aan jou als student om zelf de tijdsverdeling tussen het praktische component als het schrijven zoals hierboven beschreven in de gaten te houden.
De keuzecursus ‘Onderzoeksproject PLUS’ (B-B3PLONS) volg je altijd in een onderwijsperiode opvolgend of voorafgaand aan de periode dat je de verplichte ‘Afstudeerproject’ (B-B3AFSTP) doet (periode 4 en 1 is ook mogelijk):
Je doet Onderzoeksproject PLUS (B-B3PLONS) 10 weken halftijds (voor of na B-B3AFSTP) en valt binnen een timeslot van keuze (AD of BC). Je kunt er dan een andere (biologie) cursus naast doen als je je aan de timing van de timeslots houdt.
Je doet Onderzoeksproject PLUS (B-B3PLONS) 5 weken fulltime (voor of na B-B3AFSTP). De overige tijd volg je dan geen cursus. Let op, kies je er voor om een aantal weken ‘vrij’ te nemen door 5 weken fulltime ‘Onderzoeksproject PLUS’ te volgen, dan is dat in je eigen tijd en het gevolg is dat je dan studievertraging kan oplopen.
Er zijn veel mogelijkheden om het praktische component en het schrijven te verdelen over de drie timeslots die de cursussen in totaal in beslag nemen. Wat handig is en mogelijk is, kun je het best afstemmen met je begeleider(s). Enkele voorbeelden uitgeschreven:
Je wisselt praktisch werk af met schrijven.
Je werkt eerst full time aan het praktische component (wanneer je staat ingeschreven voor B-B3AFSTP) en gaat erna pas aan de slag met het schrijven van je projectverslag (wanneer je staat ingeschreven voor B-B3PLONS) - of andersom.
Een aantal uitgewerkte varianten van de volgordelijkheid van de twee cursussen staan hieronder grafisch weergegeven:
| periode x | periode y | |
| Timeslot | B-B3AFSTP | B-B3PLONS 10 weken half tijd |
| Timeslot | B-B3AFSTP | Andere cursus |
| periode x | periode y | |
| Timeslot | B-B3PLONS 10 weken half tijd | B-B3AFSTP |
| Timeslot | Andere cursus | B-B3AFSTP |
| periode x | periode y | |
| Timeslot | B-B3PLONS 5 weken full time | B-B3AFSTP |
| Timeslot | Geen andere biologiecursus mogelijk | B-B3AFSTP |
| periode x | periode y | |
| Timeslot | B-B3AFSTP | B-B3PLONS 5 weken full time |
| Timeslot | B-B3AFSTP | Geen andere biologiecursus mogelijk |
Nee, dit is niet mogelijk, tenzij je naast het Afstudeerproject ook Onderzoeksproject PLUS volgt. Bij de combinatie kun je je tijd vrij indelen over de drie timeslots die de cursussen in totaal in beslag nemen; zo kun je bijvoorbeeld eerst full time aan het praktische component werken en daarna schrijven.
Het splitsen van het Afstudeerproject over 2 periodes (bijvoorbeeld om parallel cursussen te volgen) is dus uitdrukkelijk niet toegestaan.
Het mag, maar we verwachten dit vanuit de cursus absoluut niet.
Als je al ingeschreven staat voor de ‘Afstudeerproject’- of ‘Onderzoeksproject PLUS’ cursus in de eerstvolgende periode is het geen probleem als je bijvoorbeeld een weekje eerder begint met je onderzoek als je dat wilt, of als je meer tijd wilt voor het schrijven naast het doen van onderzoek. Je krijgt hier echter in geen geval extra studiepunten voor! Houd er ook rekening mee dat afwijkende starttijden ervoor kunnen zorgen dat de coordinatoren van de cursus en contactpersonen voor praktische zaken niet altijd aanwezig zijn (bijvoorbeeld i.v.m. vakanties in de zomer).
Het is dus echt extra en geheel vrijwillig, maar kan wel heel leerzaam zijn! Het kan bijvoorbeeld zinvol zijn om vast te beginnen met het zoeken van literatuur en het lezen daarvan. Voorwaarde is dat je begeleider het er mee eens is dat je eerder begint en dat er voldoende begeleiding aanwezig is. Als je meer dan één à twee weken eerder wilt beginnen, of veel langer door wilt gaan en dit verdiepend is, overweeg dan in te schrijven voor de ‘Onderzoeksproject PLUS’ keuzecursus als je dat nog niet gedaan hebt. Controleer wel altijd of dit past in je studieplanning en of dit mogelijk is bij de plek/begeleider waar je je project doet.
Hulpmiddelen
Tijdens de voorbereiding maar ook tijdens je project kan het fijn zijn om extra hulpmiddelen te raadplegen. Deze vind je op de pagina Hulpmiddelen.